Het erven van vermogen: fiscale gunstregimes

17/06/2015
Hoewel het ontwijken van successierechten via de techniek van de schenking perfect mogelijk is, is deze vorm van fiscale planning lang niet iedereen weggelegd. Sommige personen willen tijdens hun leven helemaal niet met hun nalatenschap bezig zijn, en andere hebben het dan weer moeilijk om reeds tijdens hun leven afstand te doen van het vermogen dat zij met veel moeite hebben kunnen bijeen sparen. Tot op zekere hoogte is dat misschien een menselijke reactie maar puur fiscaal gezien zeer onverstandig. Deze fiscale struisvogels moeten beseffen dat zij hun nazaten ook opzadelen met een zware fiscale erfenis. Wie echter geen heil ziet in een schenking als planningstechniek, kan echter nog steeds zijn toevlucht zoeken tot bijvoorbeeld een testament, een huwelijkscontract of een levensverzekering om de bittere fiscale pil voor de erfgenamen wat te verzachten.

Tip 1: De gesplitste taxatie

Op het vlak van fiscale gunstregimes in de successierechten is de gesplitste taxatie in Vlaanderen ongetwijfeld een van de meest in het oog springende maatregelen. De gesplitste taxatie in Vlaanderen houdt in dat men bij het berekenen van de successierechten bij een erfenis in rechte lijn ( grootouders, ouders, kinderen, kleinkinderen, …) en tussen echtgenoten en samenwonenden de tarieven apart gaat berekenen op het roerend vermogen en op het onroerend vermogen. In Brussel en in Wallonie gebeurt dit niet en wordt het roerend vermogen en het onroerend vermogen samengevoegd en samen aan de tarieven van de successierechten onderworpen. Op fiscaal vlak kan het dus van groot belang zijn waar u uw woonplaats gaat vestigen, want dat zal fiscaal voor uw erfgenamen een groot verschil maken.
 
Voorbeeld:
Vader sterft en laat een dochter na van 30 jaar. Zij erft 150.000 euro roerend vermogen en 450.000 euro onroerend vermogen.

Successierechten in Vlaanderen:

 
In Vlaanderen wordt het roerend en het onroerend vermogen opgesplitst en apart aan de successierechten onderworpen:
 
 
Roerend vermogen Schijven – EUR Rechte lijn, tussen echtgenoten en samenwonenden Onroerend vermogen
1.500 0 – 50.000 3% 1.500
9.000 50.000 – 250.000 9% 18.000
  Boven 250.000 27% 54.000
 
De dochter dient aldus te betalen aan successierechten 10.500 euro op het roerend vermogen en 73.500 euro op het onroerend vermogen hetzij 84.000 euro.
 

Successierechten in Brussel:


In Brussel is er geen opsplitsing tussen het roerend en onroerend vermogen:
 
 
Schijven – EUR Rechte lijn, tussen echtgenoten en samenwonenden Roerend en onroerend vermogen
0 – 50.000 3% 1.500
50.000 – 100.000 8% 4.000
100.000 – 175.000 9% 6.750
175.000 – 250.000 18% 13.500
250.000 – 500.000 24% 60.000
Boven 500.000 30% 30.000
 
De dochter dient aldus 115.750 euro te betalen aan successierechten.

 
Successierechten in Wallonië


Ook in Wallonië is er geen opsplitsing van het roerend en onroerend vermogen bij de berekening van de successierechten:
 
 
Schijven – EUR Rechte lijn, tussen echtgenoten en samenwonenden Roerend en onroerend vermogen
0,01 – 12.500 3% 375
12.500 – 25.000 4% 500
25.000 – 50.000 5% 1.250
50.000 – 100.000 7% 3.500
100.000 – 150.000 10% 5.000
150.000 – 200.000 14% 7.000
200.000 – 250.000 18% 9.000
250.000 – 500.000 24% 60.000
Boven 500.000 30% 30.000
 
De dochter dient aldus 116.625 euro te betalen aan successierechten.
 

Tip 2: De vrijstelling van de gezinswoning in Vlaanderen en in Brussel

Een ander voordeel van de Vlaamse successierechten betreft het feit dat de gezinswoning van successierechten is vrijgesteld voor de langstlevende echtgenoot of de langstlevende samenwonende.  Deze vrijstelling is enkel van toepassing voor de gezinswoning, dat wil zeggen de hoofdverblijfplaats waar u en uw partner op het ogenblik van het overlijden samenleefden, en geldt dus niet voor een eventueel tweede verblijf. De vrijstelling geldt voor gehuwden, wettelijk samenwonenden maar ook voor feitelijk samenwonenden, maar in dit geval moeten u en uw huisgenoot minstens drie jaar hebben samengewoond vóór het overlijden.
 
Ondertussen is deze vrijstelling begin 2014 ook ingevoerd in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voor gehuwden en voor wettelijk samenwonenden. Ook in het Waalse Gewest is er ondertussen ook een politiek akkoord in de Waalse regering om de gezinswoning vrij te stellen van successierechten, maar met een beperking tot 160.000 euro. In de loop van 2014 wordt deze regeling dan ook ingevoerd in het Waals Gewest.
 

Tip 3: De gesplitste aankoop

Met de techniek van de gesplitste aankoop kan men tijdens het leven aan successieplanning doen door vastgoed op naam van de toekomstige erfgenaam te kopen. De gesplitste aankoop van vastgoed is al jarenlang populair bij ouders die op latere leeftijd wensen te investeren in vastgoed, maar ook trachten te anticiperen op de hoge belastingdruk van de successierechten. Door hun kinderen te betrekken bij de aankoop hoeven deze immers geen successierechten te betalen wanneer de ouders komen te overlijden, aangezien het aangekochte vastgoed geen deel zal uitmaken van de nalatenschap van de ouders.
 
Bij een gesplitste aankoop van een vastgoed wordt de volle eigendom van een onroerend goed opgesplitst in de blote eigendom en het vruchtgebruik. Het is immers vaak zo dat ouders om fiscaalrechtelijke redenen ervoor opteren de aankoop van een vastgoed te doen plaatsvinden op naam van de kinderen, maar zelf het huis wensen te bewonen of op zijn minst de huuropbrengsten te ontvangen. Vandaar dat het in dit geval aangeraden is om niet de volle eigendom van het vastgoed op naam van de kinderen aan te kopen maar enkel de blote eigendom. De ouders dienen dan het vruchtgebruik van het vastgoed te kopen.
 
Gebruikelijk is dat de ouders eerst het geld voor de aankoop van de blote eigendom schenken aan de kinderen. Vervolgens gaan ze gezamenlijk over tot de aankoop van het vastgoed, waarbij de kinderen de blote eigendom verwerven en de ouders het vruchtgebruik. Op die manier dragen de ouders al een deel van hun vermogen over aan de kinderen, maar hebben ze dankzij het vruchtgebruik wel de nodige zekerheid. Ze kunnen immers dankzij het vruchtgebruik het pand levenslang bewonen of bij verhuur de huurgelden opstrijken. Pas bij overlijden van de langstlevende ouder dooft hun vruchtgebruik automatisch uit en worden de kinderen op dat moment volle eigenaar van het huis, zonder enige successierechten verschuldigd te zijn.
 
De techniek van de gesplitste aankoop is recent wel onder vuur komen te liggen door de anti-misbruikbepaling die in de inleiding van dit boek al hebben besproken. De kinderen zullen het vastgoed pas belastingvrij kunnen erven indien zij kunnen aantonen dat zij op het moment van de aankoop over voldoende eigen middelen konden beschikken om de blote eigendom van het onroerend goed aan te kopen. Decennia lang aanvaardde de fiscus probleemloos de voorafgaande schenking van de gelden van de ouders aan de kinderen als bewijs dat de kinderen over voldoende middelen beschikten om de prijs van de blote eigendom effectief zelf te betalen. De fiscus hief dan ook geen successierechten op het vastgoed bij overlijden van de ouders. In 2013 gaf de fiscus echter te kennen hier korte metten mee willen te maken. Dit leidde tot een politiek-juridische saga waar pas een duidelijk einde aan werd gesteld met de circulaire van 18 juli 2013.
 
Aanvankelijk stelde de fiscus met een circulaire van 19 april 2013 dat de voorafgaande schenking van de gelden tot aankoop van de blote eigendom van het vastgoed nooit meer aanvaard zou worden als bewijs dat de kinderen over voldoende eigen middelen beschikten om de blote eigendom te verwerven. Hierop volgde een storm van protest in de fiscale wereld. Minister van Financiën Koen Geens erkende dit probleem en verklaarde aan zijn administratie te zullen vragen dit opnieuw te onderzoeken en desgevallend bij te stellen. Enkele maanden later volgde eindelijk het antwoord van de fiscale administratie. In een nieuwe circulaire van 18 juli 2013 blijft de fiscus bij de stelling dat een voorafgaande schenking niet langer een voldoende bewijs is van de eigen middelen, maar voorziet terzelfdertijd in een uitzondering indien de voorafgaande schenking onderworpen is geweest aan het schenkingsrecht. Deze nieuwe regeling is van toepassing vanaf 1 september 2013.
 

Tip 4: Het erven van een familiale onderneming of van aandelen van een familiale vennootschap


In alle gewesten zijn er ook fiscale gunstregimes voorzien het vererven van een familiale onderneming of het erven van aandelen van een familiale vennootschap. Deze regelingen hangen samen met de gunstregimes die men op het vlak van de schenkingsrechten werden ingevoerd en die eerder in dit boek werden besproken.
 
In het Vlaams Gewest is voor het erven van een familiale onderneming of van aandelen van een familiale vennootschap sinds 2012 niet langer voorzien in een vrijstelling, maar wel in een verlaagd vast tarief. Indien het gaat om erfgenamen in rechte lijn (grootouders, ouders, kinderen, kleinkinderen, …) of echtgenoten of samenwonenden dan is het successietarief vastgesteld op 3% en dit ongeacht de waarde van de onderneming of van de aandelen. Indien het gaat om andere personen dan bedraagt het tarief 7%. Om te kunnen genieten van deze tarieven dienen dezelfde voorwaarden te worden gerespecteerd als voor de schenking en die wij eerder hebben besproken.
 
Ook in Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er geen volledige vrijstelling voor het erven van een familiale onderneming of de aandelen van een familiale vennootschap. In Brussel is er op dat vlak voorzien in een vast tarief van 3% dat algemeen van toepassing is en dus niet afhangt van de bloed- of aanverwantschap tussen de overledene en de erfgenaam. De kwalificatie van een “familiale onderneming” is gelijklopend met wat er reeds werd besproken op het vlak van de schenking.
 
In het Waals Gewest geldt echter wel nog steeds een volledige vrijstelling op het vlak van successierechten voor het erven van een familiale onderneming of aandelen van een familiale vennootschap. Ook in Wallonië gelden verder dezelfde voorwaarden als voor de schenking.