De fiscus en uw nalatenschap: de schenking van roerend goed

16/06/2015
Het is ondertussen algemeen bekend dat de fiscus in elke levensfase om de hoek ligt te loeren. Dit is zo als u inkomen verwerft, als u vermogen opbouwt en als u werkt aan uw pensioen.

Maar daar stopt het niet bij. Ook als u er niet meer bent, staat de fiscus klaar om via de successierechten nog een laatste maal een fiscale slag te slaan, via de successierechten. Dit kan op financieel vlak onzettend veel pijn doen voor uw nazaten. De tarieven in de successierechten zijn schandalig hoog en kunnen in rechte lijn tussen ouders en kinderen oplopen tot 27% in Vlaanderen en 30% in Brussel en Wallonië. Indien u echter uw vermogen nalaat aan personen die geen familieband met u hebben dan lopen de tarieven in Vlaanderen op tot 65% en in Brussel en Wallonië zelfs tot - hou u vast - 80%.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat de creatieve Belg op alle mogelijke manieren aan deze belasting wil ontsnappen. En het moet gezegd, dit is ook perfect mogelijk. Indien u vroeg genoeg start met uw successieplanning en bepaalde spelregels respecteert, kunt u ervoor zorgen dat uw nazaten fiscaal zorgeloos uw vermogen kunnen erven, zonder 1 euro successierecht te moeten betalen. Het Belgisch erfrecht laat niet toe dat u uw kinderen onterft, maar wie u wel geheel of gedeeltelijk kan onterven dat is de fiscus.

We kunnen dan ook gerust stellen dat successierechten eigenlijk zijn verworden tot een straf voor wie nalatig is geweest en niet de nodige maatregelen heeft genomen om zijn vermogen na zijn overlijden veilig te stellen. Het is bovendien een kwakkel dat enkel “de rijken” dit zouden kunnen doen. De meeste technieken van successieplanning zijn immers echt voor iedereen weggelegd en niet enkel voor de happy few.
 

Schenkingsrechten altijd voordeliger dan succesierechten

 
De belangrijkste techniek om te ontsnappen aan successierechten is het wegschenken van uw vermogen tijdens uw leven. Uw nazaten zullen immers in de regel enkel successierechten moeten betalen op wat er na uw dood nog overblijft aan vermogen. Indien u er aldus voor zorgt dat u geen vermogen meer hebt op het moment van uw overlijden valt er ook niets meer te erven, ook voor de fiscus niet. Maar ja zult u denken, als ik mijn vermogen wegschenk, dan heb ik zelfs ook niets meer.

Dat is juist, maar u kan perfect uw vermogen wegschenken en dus veilig stellen voor de fiscus, maar er terzelfdertijd ook voor zorgen dat u bijvoorbeeld nog kunt blijven wonen in een onroerend goed, of dat u jaarlijks nog alle opbrengsten van een beleggingsportefeuille ontvangt. 

In bepaalde gevallen zijn er ook fiscale gevolgen verbonden zijn aan een schenking, maar in de kering zijn de schenkingsrechten altijd voordeliger dan de successierechten die verschuldigd zijn als men niets heeft geregeld.
 

Geval 1: De handgift of bankgift en de gebruikelijke schenking


Wie helemaal geen belasting wil betalen bij de overdracht van zijn vermogen aan de volgende generatie kan dat op vandaag nog steeds doen door middel van een hand- of bankgift. Bij een handgift geeft u de goederen van hand tot hand, zonder bijkomende formaliteit, terwijl u bij een bankgift het bedrag louter overschrijft van de ene rekening naar de andere. Door middel van een bankgift kunnen gelden of effecten worden overgemaakt, terwijl een handgift gebruikt kan worden voor meubelen, kunstwerken, een kwijtschelding van een lening etc.
 
Dit lijkt zeer eenvoudig, maar toch moet u voor een aantal zaken opletten. Vooreerst kan de hand- of bankgift enkel voor roerende goederen die bovendien “naamloos” zijn.

Aandelen op naam of cheques op naam bijvoorbeeld kunnen niet via deze techniek worden overgedragen. Vevolgens moet het duidelijk zijn dat het om een schenking gaat, dat wil zeggen dat de wil om te schenken aanwezig moet zijn en dat de goederen ook daadwerkelijk worden overgedragen. Tot slot moet u ook rekening houden met de successierechten. Een hand- of bankgift mag dan wel vrij zijn van schenkingsrechten, als de schenken overlijdt binnen de drie jaar volgend op de schenking, dan zullen er successierechten verschuldigd zijn op de waarde van de geschonken goederen. Deze termijn is in Vlaanderen opgetrokken tot 7 jaar voor de schenking van familiale ondernemingen en aandelen van een familiale vennootschap. (zie verder) Dit betekent dat u als begiftigde dan tegenover de fiscus zult moeten aantonen dat er reeds meer dan drie (of zeven) jaar is verstreken sedert de schenking. Om dit te doen zijn er verschillende technieken. Zo is nog steeds de techniek van de aangetekende brieven vrij populair waarbij de schenker en de begiftigde elkaar wederzijds aanschrijven om de schenking te bevestigen. Ook het laten acteren van de schenking voor een Nederlandse of Zwitserse notaris wordt nog steeds vaak gebruikt. In tegenstelling tot een Belgische notaris zijn schenkingen voor een Nederlandse of een Zwitserse notaris niet verplicht registreerbaar zodat er geen schenkingsrechten verschuldigd zijn.
 

Geval 2: De gebruikelijke schenking


Naast de hand- en bankgiften zijn ook de gebruikelijke schenkingen vrij van enige belastingheffing en kunnen ook niet aan successierechten worden onderworpen. De gebruikelijke schenking daarentegen is aan geen enkele voorwaarde onderworpen en bestaat uit de giften die naar aanleiding van bepaalde gelegenheden worden weggegeven, vb. de giften bij kerst- en nieuwjaar, geboorte, verjaardag, etc.

Doordat de schenkingen in verhouding tot de inkomsten van de schenker verwaarloosbaar zijn, vallen zij buiten het toepassingsgebied van de driejarige termijn gedurende dewelke de schenker in leven moet blijven.  

Het probleem dat zich stelt echter stelt is dat er geen duidelijke definitie is van wat een “gebruikelijke schenking” is. In de praktijk wordt enkel gesteld dat de omvang van een dergelijke schenking moet worden beoordeeld in functie van het vermogen van de schenker. Dit dient uiteraard van geval tot geval worden bekeken. Zo zal een gift van 10.000 euro door Albert Frère aan zijn dochter als nieuwjaarsgeschenk onder de noemer van de gebruikelijke gift kunnen vallen, terwijl dit bij de meeste personen niet het geval zal zijn.

Zoals hierboven reeds gesteld is het werken met een hand- of bankgift fiscaal niet risicoloos. Indien de schenker binnen de drie jaar volgend op de schenking overlijdt zal de begiftigde alsnog successierechten moeten betalen op het vermogen dat hij of zij heeft gekregen. Gelet op de zware belastingtarieven in de successierechten, kan dit een zeer zure appel worden.
 
Als u dit risico niet wil lopen kan u ook opteren om met een geregistreerde schenking te werken. In tegenstelling tot een hand- of bankgift betaalt u dan wel schenkingsrechten maar deze zijn vrij beperkt in vergelijking met de successierechten. Bovendien, indien u schenkingsrechten hebt betaald, speelt ook de driejarige termijn niet meer. Dus ook als de schenker zou overlijden binnen de drie jaar volgend op de geregistreerde schenking zijn er geen successierechten meer verschuldigd. Door middel van een gerigistreerde schenking is het dus volstrekt mogelijk om goederen op uw sterfbed weg te schenken, mits betaling van schenkingsrechten en op die manier er voor te zirgen dat uw nazaten ontsnappen aan de hoge successierechten op de geschonken roerende goederen.

U moet bovendien ook niet onmiddellijk de keuze maken tussen hetzij een hand- of bankgift, hetzij een geregistreerde schenking. Het is bijvoorbeeld ook perfect mogelijk om een handgift te doen en indien nadien toch te beslissen om de schenking alsnog te registeren indien men in de periode van drie jaar na de schenking bijvoorbeeld ongeneeslijk ziek zou worden.

De tarieven van de toepasselijke schenkingsrechten zijn opnieuw verschillend van gewest tot gewest en worden bepaald door de woonplaats van de schenker. Indien de schenker in het Vlaams Gewest woont zullen de Vlaamse tarieven van toepassing zijn, ook als de begiftigde in het Brussels of het Waals Gewest of in het buitenland woont.

In het Vlaams Gewest en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bedraagt het schenkingsrecht voor roerende goederen 3% voor schenkingen in rechte lijn ( grootouders, ouders, kinderen, kleinkinderen, …) en schenkingen tussen echtgenoten en tussen samenwonenden. In alle andere gevallen van roerende schenkingen, zoals schenkingen tussen broers en zussen, ooms en tantes, neven en nichten en tussen personen zonder familieband bedraagt het tarief 7%. Het bedrag van de schenking is niet relevant. Gaat het nu om 5.000 euro of om 5 miljoen euro, het tarief blijft 3% of 7%. In het Waals Gewest liggen de tarieven anders. Daar moet u op een roerende schenking 3,3% belasting betalen op een schenking in rechte lijn en tussen echtgenoten en samenwonenden, 5,5% op een schenking tussen broers en zusters, ooms en tantes en neven en nichten en 7% in alle andere situaties. Deze tarieven zijn merkelijk voordeliger dan de successierechten.
 
Voorbeeld:
Piet Jansen is vrijgezel en heeft in zijn testament beslist om zijn kunstcollectie ter waarde van 300.000 euro bij zijn overlijden na te laten aan zijn beste vriend. Bij het overlijden van Piet Jansen zijn in Vlaanderen dan 175.000 euro successierechten verschuldigd.Indien Piet Jansen in Brussel zou wonen dan bedragen de successierechten 198.750 euro, en in Wallonië zelfs 218.125 euro.
 
Indien Piet Jansen zijn collectie schenkt door middel van een handgift is er geen belasting verschuldigd. Indien Piet Jansen echter overlijdt binnen de drie jaar volgend op de schenking zullen de successierechten voor de volle pot moeten worden betaald.
 
Indien Piet Jansen zijn collectie schenkt door middel van een geregistreerde schenking zal 21.000 euro aan schenkingsrechten moeten worden betaald. Indien Piet Jansen zou overlijden binnen de drie jaar volgend op deze geregistreerde schenking, dan zijn er geen successierechten meer verschuldigd. De totale fiscale schuld blijft dan ook beperkt tot 21.000 euro.

 

Geval 4: De schenking van een “familiale” onderneming of aandelen van een “familiale” vennootschap

 
Normaal zijn er op een geregistreerde schenking zoals hierboven geschetst schenkingsrechten verschuldigd. Dit is echter niet altijd het geval. Sinds 2012 is de geregistreerde schenking van een familiale onderneming of van aandelen van een familiale vennootschap in Vlaanderen volledig van schenkingsrechten vrijgesteld, en dit ongeacht de verwantschap tussen de schenker en de begiftigde en ongeacht de waarde van de onderneming of van de aandelen.

Om te genieten van deze vrijstelling moeten wel enkele grondvoorwaarden vervuld zijn in hoofde van de schenker enerzijds en in hoofde van de onderneming anderzijds. In eerste instantie dient de schenker gedurende de periode van vijf jaar voor de schenking het langst zijn fiscale woonplaats te hebben gehad in het Vlaams Gewest. 

Daarnaast ligt de nadruk op de aanwezigheid van een exploitatieactiviteit in de onderneming. Deze voorwaarde is niet vervuld bij een patrimoniumvennootschap die uitsluitend het beheer van onroerende goederen of deelbewijzen waarneemt.

In geval van de schenking van aandelen van een familiale vennootschap moet de vennootschap een familiaal karakter hebben. Dit is het geval indien de schenker 50% van de aandelen met stemrecht in volle eigendom heeft. Deze participatie mag zakken tot 30% van de aandelen op voorwaarde dat de schenker dan samen met één andere aandeelhouder minstens 70% van de aandelen van de vennootschap heeft of indien hij samen met twee andere aandeelhouders minstens 90% van de aandelen in volle eigendom heeft. Bij het berekenen van de verschillende participaties wordt tevens rekening gehouden met aandelen die in het bezit zijn van de familie. Dit zijn de echtgenoot of de samenwonende partner van de erflater of aandeelhouder, de verwanten in rechte lijn.

Belangrijk is ook dat de activiteit van de onderneming of vennootschap na de schenking nog gedurende minstens drie jaar wordt verdergezet om de vrijstelling te kunnen behouden. Indien deze voorwaarden niet zijn vervuld dan kan er steeds geschonken worden aan het normale verlaagd tarief (3% of 7%) dat van toepassing is op de schenking van roerende goederen. zoals dat van toepassing is voor de roerende goederen, waaronder dus ook de aandelen van een familiale vennootschap.

Ook in het Waalse Gewest is er een vrijstelling voorzien voor de schenking van familiale ondernemingen en van aandelen van een familiale vennootschap, zij het dat de voorwaarden niet steeds dezelfde zijn als in het Vlaamse Gewest. Zo bijvoorbeeld is er in het Waalse Gewest reeds sprake van een familiale vennootschap als de schenker een participatie heeft van 10% in een vennootschap, maar is er anderzijds ook voorzien dat 75% van de tewerkstelling in de onderneming voor 5 jaar moet behouden. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest is er geen vrijstelling voorzien, maar gelden wel het verlaagd tarief van 3%.