De fiscus en uw inkomen uit arbeid fiscaal vriendelijker verlonen via aandelen cheques en verplaatsingsvergoeding

16/06/2015

Aandelen en aandelenopties

Een werkgever kan ook opteren om zijn werknemers aandelenopties toe te kennen bij wijze van alternatieve verloning. Indien aandelenopties worden toegekend, dan verkrijgt de werknemer het recht om op een later tijdstip een pakket aandelen aan te kopen tegen een vooraf vastgestelde prijs. De bedoeling is natuurlijk dat het aandeel nadien voor een hogere waarde kan verkocht worden, vandaar dat de toekenning van aandelen of aandelenopties wordt beschouwd als een belastbaar voordeel van alle aard.
 
De toekenning van aandelenopties kan ook fiscaal vrij interessant zijn. De werknemer wordt immers forfaitair belast op het moment van de toekenning van de opties. Hij wordt met andere woorden niet belast op de winst die hij maakt bij een eventuele verkoop van de aandelen. De waarde van het belastbaar voordeel wordt forfaitair geraamd op 18 % van de waarde van de onderliggende aandelen. Indien de periode waarin de optie kan worden uitgeoefend lang en er is dan vijf jaar, dan  worden wordt het forfaitair voordeel met 1 % per jaar verhoogd. De percentages van 18% en 1% worden verlaagd tot respectievelijk 9% en 0,5% als de volgende voorwaarden zijn vervuld:
 
  • de uitoefenprijs van de optie definitief is vastgesteld op het ogenblik van het aanbod
  • dat de optie niet mag worden uitgeoefend vóór het einde van het derde jaar en niet ná het einde van het tiende jaar na het jaar waarin het aanbod heeft plaatsgevonden
  • dat de optie niet overdraagbaar is onder levenden
  • dat het risico van waardevermindering van de aandelen waarop de optie betrekking heeft niet mag worden gedekt door de persoon die de optie toekent of door een persoon met wie de uitgever een band van wederzijdse afhankelijkheid heeft
  • dat de optie betrekking moet hebben op aandelen van de vennootschap ten behoeve van wie de beroepsactiviteit wordt uitgeoefend of op aandelen van een andere vennootschap die een rechtstreekse of onrechtstreekse deelneming heeft in de eerstgenoemde vennootschap.

Voorbeeld: Een werknemer verkrijgt het recht om gedurende 4 jaar 20 aandelen van zijn werkgever aan te kopen tegen de vooraf vastgestelde prijs van 500 euro. Het belastbaar voordeel bedraagt alsdan 18% van 20 x 500, hetzij 1.800 euro. Indien de aandelen twee jaar later zijn genoteerd aan 800 euro, dan kan de werknemer de optie lichten en de aandelen onmiddellijk verkopen. Hij zal dan 6.000 euro meerwaarde opstrijken. Deze meerwaarde is niet langer belastbaar, aangezien de werknemer reeds bij de toekenning van de optie 1.800 euro belasting heeft betaald.
 

De maaltijd-, sport-, cultuur- en ecocheques

Een van de meest verspreide voordelen van alle aard zijn de maaltijdcheques. Uit het jaarlijkse salarisonderzoek van SD Worx is gebleken dat maaltijdcheques aan maar liefst 56% van de bedienden en van 42,7% van de arbeiders worden toegekend. Maaltijdcheques zijn voordelig voor de werkgever en voor de werknemer omdat er geen sociale zekerheidsbijdragen of inkomensbelasting op betaald moet worden, maar er zijn dan ook logischerwijs wel een aantal voorwaarden aan gekoppeld. Zo kunnen er niet meer maaltijdcheques worden toegekend dan het aantal effectief gewerkte arbeidsdagen. De maximale waarde is 7 euro per maaltijdcheque, waarvan 5,91 euro werkgeversbijdrage en 1,09 euro werknemersbijdrage (aanslagjaar 2014). Indien deze voorwaarden worden gerespecteerd, dan worden de maaltijdcheques niet beschouwd als een belastbare bezoldiging, maar wel als een vrijgesteld sociaal voordeel van alle aard.
 
Ook sport-, cultuur- en eco-cheques zijn fiscaal vrijgesteld, althans onder bepaalde voorwaarden. Voor wat sport- en cultuurcheques betreft, is de vrijstelling beperkt tot 100 euro per jaar en per werknemer. Wat eco-cheques betreft is het barema vastgesteld op 250 euro per jaar en per werknemer.
 

Verplaatsingsvergoedingen

Naast een firmawagen, bedrijfsfiets of bedrijfsmotor kan de werkgever er ook voor opteren om een verplaatsingsvergoeding te betalen aan zijn werknemer voor hun verplaatsingen van en naar het werk. In bepaalde gevallen is deze vergoeding fiscaal vrijgesteld, zij het echter enkel en alleen als de werknemer gebruik maakt van het systeem van de forfaitaire beroepskosten en zijn werkelijke beroepskosten fiscaal niet in rekening brengt.
 
Vooreerst is de tussenkomst van de werkgever in het gebruik van het openbaar vervoer (trein, tram, bus, metro) voor het woon-werkverkeer volledig van belastingheffing vrijgesteld. Daarnaast is ook de tussenkomst van de werkgever in een georganiseerd gemeenschappelijk vervoer fiscaal vrijgesteld, althans tot maximaal de prijs van een treinabonnement in eerste klas voor dezelfde afstand. Ook indien de werknemer van de werkgever een “fietsvergoeding” krijgt als hij met de fiets naar het werk rijdt, geldt een vrijstelling. De fietsvergoeding is dan vrijgesteld ten belope van 0,22 euro/km. (aanslagjaar 2014) Als de werkgever tot slot een vergoeding toekent voor een andere vervoerswijze van en naar het werk (bijv. met de eigen wagen of zelfs te voet) dan bedraagt het maximaal vrijgestelde bedrag 380 euro per jaar. (aanslagjaar 2014) Wel is het mogelijk om de vrijstellingen voor woon-werkverplaatsingen te combineren.
 
Voorbeeld: Een werknemer legt per werkdag het volgende traject af. Van thuis naar het station met de auto, vervolgens met de trein naar Brussel en tot slot met de plooifiets nog 3km naar het werk. In de veronderstelling dat de werknemer voor zijn autoverplaatsingen van de werkgever een vergoeding krijgt van 50 euro/maand, dat de werkgever het treinabonnement terug betaalt en dat de werkgever een fietsvergoeding toekent van 0,22 eur/km, dan bedraagt de totale vrijstelling voor de werknemer:
  • Autovergoeding: 50 euro x 12 maanden = 600 euro waarvan 380 euro wordt vrijgesteld
  • Treinabonnement: volledig vrijgesteld
  • Fietsvergoeding: volledig vrijgesteld.