De fiscus en uw inkomen uit arbeid: Hoe de belastingdruk verlagen of ontlopen

16/06/2015
Zorg voor vrijgestelde of lager belaste beroepsinkomsten.

België kampioen belastingdruk op arbeid

 

Tip 1: Doe overuren


Werknemers die overuren presteren hebben recht op een “overwerktoeslag”. Onder bepaalde voorwaarden geeft deze overwerktoeslag recht op een belastingvermindering. Deze belastingvermindering is van toepassing voor werknemers uit de privé-sector en voor werknemers van sommige overheidsbedrijven zoals Belgacom, De Post, de NMBS en Infrabel.
 
Voor de sectoren waar een overwerktoeslag van 20% van toepassing is zoals de bouwsector, bedraagt de belastingvermindering 66,81% van het brutobedrag van de bezoldiging. Voor andere sectoren waar een overwerktoeslag van 50% of 100% ( zon- en feestdagen) van toepassing is, bedraagt de belastingvermindering 57,75%.
 
Voorbeeld: Een werknemer heeft in 2013 elke maand 10 overuren gepresteerd. Hiervoor ontvangt hij van zijn werkgever 2.000 euro + een toeslag van 1.000 euro ( 50% overwerktoeslag ). In dit geval heeft de werknemer recht op een belastingvermindering van 57,75% berekend op 2.000 euro, hetzij dus 1.155 euro. (de overwerktoeslag zelf wordt niet meegerekend om de belastingvermindering te berekenen)
 
De belastingvermindering is op jaarbasis echter wel beperkt tot 130 overuren.
 

Tip 2: Blijf trouw aan uw werkgever


Eind 2013 heeft de regering een nieuwe fiscale regeling ingevoerd voor werknemers die trouw blijven aan het hun werkgever. Wie langer dan 5 dienstjaren bij dezelfde werkgever aan de slag is geweest heeft recht op een belastingvrijstelling gelijk aan 3 weken bezoldiging per begonnen dienstjaar. Wie langer dan 21 jaar bij dezelfde werkgever actief is, krijgt een extra belastingvrijstelling van 1 week 1 week bezoldiging per bijkomend begonnen dienstjaar. De vrijstelling zal wel worden beperkt tot een maximumbedrag, maar dit bedrag moet nog worden vastgesteld door de regering.
 

Tip 3: Zorg voor een bonus


Sinds 1 januari 2008 kan een werkgever aan zijn werknemers een resultaatgebonden bonus toekennen, die tot op zekere hoogte is vrijgesteld van sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing en waarop enkel een werkgeversbijdrage van 33% verschuldigd is. Opdat van dit systeem kan worden genoten moeten wel een aantal voorwaarden worden vervuld. Zo moet de bonus worden gekoppeld aan een systeem van collectieve doelstellingen die tevens meetbaar, objectief verifieerbaar en onzeker moeten zijn. Bovendien moet het bonussysteem ingevoerd worden via een CAO of een toetredingsakte, al naargelang de betrokken werknemers al dan niet vertegenwoordigd worden door een vakbondsafvaardiging. Het fiscaal vrijstellingsregime voor het bonussysteem is bovendien beperkt  tot 2.722 euro. (aanslagjaar 2014) Het bonussysteem is wel onderworpen een verschillend regime op fiscaal vlak en op het vlak van de sociale zekerheid. Op fiscaal vlak geldt een vrijstelling tot 2.722 euro ( aanslagjaar 2014 ) Op het vlak van de sociale zekerheid wordt de bonus niet als loon beschouwd tot een bedrag van 3.131 euro maar boven het bedrag van 2.722 euro ( aanslagjaar 2014 ) is een solidariteitsbijdrage van 13,07% verschuldigd per kalenderjaar en per werknemer. Noteer tot slot dat deze regeling enkel voor bonussen die in geld worden uitgekeerd en niet voor bijvoorbeeld het toekennen van een gsm, laptop of reis als bonus.

 
Tip 4: De betere fiscale bijjob


Een bijjob als vrijwilliger bij de brandweer en de civiele bescherming 
Vrijwilligers bij de brandweer en de civiele bescherming krijgen een permanentievergoeding en premies per interventie. Deze vergoedingen worden gemeentelijk vastgelegd en verschillen dus van gemeente te gemeente. Feit is wel dat deze vergoedingen in aanmerking komen voor een belastingvrijstelling. De vergoedingen en premies die deze vrijwilligers ontvangen zijn vrijgesteld van belastingheffing tot een bedrag van 4.290 euro per jaar. ( aanslagjaar 2014 )

 

Tip 5: Een bijjob in de horeca


Om de horecasector te steunen heeft de regering beslist om een fiscaal uitzonderingsstatuut te creëren voor gelegenheidswerk in de horeca. Vanaf 1 oktober 2013 worden de bezoldigingen voor gelegenheidswerknemers in de horeca aan een gunsttarief belast. Dit betekent dat het loon van deze werknemers niet meer wordt belast tegen de progressieve tarieven van de personenbelasting, maar wel aan een vast tarief van 33%. Het statuut van gelegenheidswerknemer geldt gedurende maximaal 50 dagen per jaar. Opmerkelijk is ook hier weer dat dit statuut enkel geldt voor de horeca en niet voor de andere sectoren.
 
Voorbeeld: Een gelegenheidswerker die 12 uur per maand bijklust in de horeca aan een loon van 20 euro per uur houdt door de fiscale horecaregeling van zijn bruto-loon van 240 euro uiteindelijk maandelijks 152 euro netto over. In andere sectoren waar deze regeling niet geldt, bedraagt het netto-loon voor de werknemer slechts 100 euro.
 
Indien u op zoek bent naar een bijjob weet u meteen in welke sector u het best aan de slag gaat…

 
Tip 6: Een (bij)job als artiest


Ook de culturele sector is er in geslaagd om bepaalde fiscale privileges af te dwingen. Artiesten kunnen vooreerst genieten van een belastingvrije “onkostenvergoeding” voor het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken in de audiovisuele en de beeldende kunsten  ( theater, muziek, literatuur etc.) voor rekening van een opdrachtgever. Deze belastingvrijstelling is beperkt tot maximum 2.418,07 euro per jaar en 120,90 euro per dag. ( aanslagjaar 2014 )
 
Daarnaast is er ook in een belastingvrijstelling voorzien voor de prijzen en subsidies die worden toegekend aan schrijvers en kunstenaars. Indien een “prijs” wordt uitgereikt, dan geldt een belastingvrijstelling van 3.760 euro. ( aanslagjaar 2014 ) Indien een “subsidie” wordt toegekend voor verschillende jaren, dan wordt de vrijstelling van 3.760 euro. ( aanslagjaar 2014 ) toegepast voor de eerste twee jaren. Indien dit grensbedrag wordt overschreden, dan is op het surplus een aparte belastingheffing voorzien tegen een gunsttarief van 16,5%. Noteer overigens dat deze regeling ook geldt voor wetenschappelijke prijzen en subsidies.
 
Bepaalde prijzen en subsidies zijn echter volledig van belastingheffing vrijgesteld. Dit is het geval voor de prijzen en subsidies die worden uitgereikt door nationale en internationale instellingen die door de ministerraad zijn erkend. Het gaat hier onder meer om de prijzen en subsidies die worden toegekend door de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de Provincies, de Gemeenten en de Agglomeraties, de koninklijke academiën en de Internationale Muziekwedstrijd Koningin Elisabeth.

 
Tip 7: Schrijf eens een boek of maak een kunstwerk


Sinds 2008 bestaat er ook een bijzonder fiscaal regime voor auteurs en kunstenaars. Dit fiscaal regime betreft de inkomsten die auteurs en kunstenaars halen uit de “cessie” of “concessie” van auteursrechten of naburige rechten. Bij een “cessie” doet de auteur of kunstenaar afstand van zijn intellectuele rechten over zijn of haar werk. Hij of zijn krijgt dat wel een vergoeding in ruil voor de definitieve afstand van de auteursrechten, maar verliest zo ook de eigendom over de auteursrechten. Bij een concessie doet de auteur of kunstenaar tijdelijk afstand van zijn auteursrechten. De auteur of kunstenaar laat op die manier toe dat een derde het auteursrecht gedurende een bepaalde tijd gebruikt of exploiteert, maar hij behoudt wel de eigendom over de auteursrechten. Het gaat hier doorgaans om de inkomsten die worden verkregen naar aanleiding van de afstand van auteursrechten aan een uitgeverij, maar ook om de inkomsten die worden verkregen van collectieve beheersvennootschappen zoals SABAM.
 
Het bijzonder fiscaal regime is aldus van toepassing op bijvoorbeeld schrijvers, fotografen en beeldende kunstenaars en is enkel van toepassing als zij zelfs hun auteursrechten afstaan. Indien een fotograaf bijvoorbeeld in opdracht van een krant en tegen betaling een foto maakt, dan betreft dit geen vergoeding voor de afstand van een auteursrecht, maar een loon. Indien de fotograaf echter van zijn eigen werk een fotoboek wil maken en zijn foto’s tegen betaling ter beschikking stelt van een uitgever, dan vallen deze inkomsten wel onder het bijzonder fiscaal regime voor auteursrechten. Ook een standup comedian, die voor zijn optreden een vergoeding krijgt van de concertorganisator, zal deze vergoeding belast zien onder het normaal regime van baten of bezoldigingen. Indien zijn optreden echter wordt opgenomen op CD of DVD, dan is de vergoeding die hij daarvoor zal ontvangen wel te aanzien als  vergoeding voor een cessie of concessie van auteursrechten. En by the way,  hetzelfde geldt ook de vergoeding die ik voor het schrijven van dit boek zal ontvangen aangezien het hier ook gaat om een cessie van auteursrechten.
 
Het bijzonder fiscaal regime voor auteursrechten is bijzonder interessant. Inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten worden tot een bedrag van 56.450 euro (aanslagjaar 2014) beschouwd als roerend inkomen. Het deel van de vergoeding boven dit grensbedrag wordt echter beschouwd als beroepsinkomen en “normaal” belast tegen de gewone progressieve tarieven van de personenbelasting. Onder dit grensbedrag worden de inkomsten uit de cessie of concessie van auteursrechten echter beschouwd als roerend inkomen, belastbaar aan een vast tarief van 15%. Bovendien worden de ontvangen vergoedingen onder het grensbedrag niet volledig belast. De auteur of de kunstenaar kan steeds zijn werkelijk gemaakte kosten in mindering brengen van de ontvangen vergoedingen. Indien hij geen kosten heeft (of de kosten niet kan bewijzen) dan mag er een beroep gedaan worden op een forfaitaire aftrek. Deze forfaitaire aftrek bedraagt 50% op de eerste schijf van 15.050 euro  van de ontvangen vergoeding en 25% op de schijf van 15.050 euro tot 30.100 euro.
 
Voorbeeld. Een auteur die zijn manuscript definitief aan een uitgever heeft afgestaan (cessie van auteursrechten) en daarvoor 20.000 euro heeft ontvangen wordt door de forfaitaire aftrek slechts belast op 11.237,50 euro. Tegen het vaste tarief van 15% betaalt hij aldus 1.685,62 euro aan belasting. Zijn reële belastingdruk op de ontvangen vergoeding is door de forfaitaire aftrek aldus beperkt tot 8,42%.

 
Tip 8: Word vrijwilliger


De onkostenvergoedingen en de forfaitaire vergoedingen die worden betaald in de sociale sector, de culturele sector en in de sport aan de medewerkers en de beoefenaars van sportieve en socio-culturele activiteiten zijn onder bepaalde en zeer strikte voorwaarden eveneens van belastingheffing vrijgesteld. Het gaat hier bijvoorbeeld om vergoedingen betaald voor puur vrijwilligerswerk zoals de opvang van zieken, palliatieve begeleiding, kinderopvang, hulp aan bejaarden en mindervaliden, dierenwelzijn en milieuzorg  de organisatie van sportieve en socio-culturele manifestaties. Het gaat hier bijvoorbeeld om mantelzorgers in de thuiszorg, om begeleiders van jeugdspelers in sportclubs, stewards bij sportwedstrijden etc.  De belastingvrijstelling geldt wel puur voor vrijwilligerswerk. Zo is een vrijgestelde vergoeding in principe uitgesloten voor iedereen die in een professionele relatie staat met de organisatie waarvoor hij of zij werkt, tenzij er naast de eigenlijke beroepsactiviteit ook nog vrijwillige activiteiten worden uitgeoefend. De secretaris van een VZW in de sociale sector die is gebonden door een arbeidsovereenkomst kan voor zijn activiteiten als secretaris niet genieten van de belastingvrijstelling. Indien hij naast zijn taak als secretaris ook nog actief is in de VZW bij de begeleiding van jongeren op allerlei uitstappen, dan kan hij voor die activiteit wel nog genieten van een belastingvrije vergoeding.
 
Het bedrag van de belastingvrijstelling werd door de administratie vastgelegd in allerlei circulaires. Er is een algemene vrijstelling voorzien in zoverre de werkelijke of forfaitaire onkostenvergoeding niet meer bedraagt dan  31,72 euro per dag en 1.308,38 euro per jaar ( aanslagjaar 2014 ). Indien de vergoeding meer bedraagt dan deze grensbedragen, dan is de volledige vergoeding belastbaar, tenzij kan worden aangetoond dat de vergoeding daadwerkelijk kosten dekt die toegerekend kunnen worden aan de uitbetalende vereniging.
 
Indien de vereniging beslist om een forfaitaire vergoeding uit te betalen aan haar vrijwilligers, dan wordt deze vergoeding geacht alle onkosten te dekken van de vrijwilliger. In principe is het dan niet meer mogelijk om bovenop dit forfait nog een aanvullende vergoeding te krijgen voor gedane werkelijke kosten. Op dit principe is er echter één uitzondering. De fiscus aanvaardt sinds 2009 dat een forfaitaire onkostenvergoeding kan worden gecombineerd met een onkostenvergoeding voor de werkelijke verplaatsingen. Deze aanvullende vergoeding is echter beperkt tot 2.000 km per jaar per vrijwilliger.
Een vrijwilliger kan dus naast zijn maximale forfaitaire vergoeding van 1.308,38 euro per jaar (aanslagjaar 2014) ook nog een verplaatsingsvergoeding ontvangen maar die is begrensd op maximaal 2.000 km per jaar. Wat de verplaatsingskosten zelf betreft, kan de vrijwilliger de werkelijk gemaakte kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer recupereren. Indien de vrijwilliger echter gebruik maakt van eigen vervoer, dan is de vergoeding vastgesteld op 0,3456 euro/km voor auto- en motorverplaatsingen en 0,21 euro/km voor verplaatsingen met de fiets.
 
De bovenstaande regeling is echter niet op elke vrijwilliger van toepassing. Voor bepaalde vrijwilligers in de sport gelden andere regels. De vergoedingen die worden betaald aan spelers, trainers en medewerkers van amateurclubs in de sport zoals de KBVB, De Koninklijke Basketbalbond, de Vlaamse Volleybalbond etc., worden vrijgesteld in zoverre de vergoeding niet meer bedraagt van 12,50 euro per wedstrijd. De trainers en spelers van de eerste ploeg en alle officials ( scheidsrechters, tijdopnemers, wedstrijdcommissarissen) daarentegen genieten van dezelfde vrijstellingsregeling als de vrijwilligers en kunnen dus op jaarbasis  1.308,38 euro ( aanslagjaar 2014 ) belastingvrij ontvangen. Daarnaast kunnen de spelers, trainers en medewerkers ook genieten van dezelfde belastingvrije verplaatsingsvergoeding zoals elke andere vrijwilliger. Ook de verplaatsingsvergoeding die wordt betaald aan de ouders van sporters genieten van dezelfde vrijstellingsregeling.
 
Stewards, kassiers en controleurs van voetbalclubs in eerste klasse zijn vrijgesteld van belasting in zoverre hun vergoeding per wedstrijd niet meer bedraagt dan 25 euro ( voor stewards en voor de verantwoordelijke voor de kassiers), 20 euro ( voor de kassiers ) en 12,50 euro ( voor de controleurs).
 

Tip 9:Word (semi-)professionele sporter


Niet enkel voor de sportieve amateurs, maar ook voor de (semi-)professionele sporter werd voorzien in een fiscaal uitzonderingsregime dat afwijkt van het regime van Jan Modaal. Vooreerst is er een uitzonderingsregime voorzien voor de inkomsten van “jonge” sportbeoefenaars, dat wil zeggen een sporter die ten minste 16 jaar oud is, maar jonger is dan 26 jaar. Deze sporters kunnen genieten van een verminderd belastingtarief van 16,5% op de eerste 18.520 euro ( aanslagjaar 2014 ) van hun inkomen.
 
Voor de “oudere” sportbeoefenaars, die ouder zijn dan 26 jaar, werd ook in een uitzonderingsregime voorzien, maar enkel voor het gaat om sportbeoefening als “nevenactiviteit”. Dit is het geval in zoverre de sporter naast zijn sport ook nog een andere beroepsactiviteit heeft, waar hij of zij bruto meer aan overhoudt dan aan de inkomsten uit zijn of haar sport. Indien dit het geval is, dan kan deze sporter genieten van een verminderd belastingtarief van 33% op de eerste 18.520 euro ( aanslagjaar 2014 ) van zijn of haar inkomen. Deze regeling geldt overigens ook voor scheidsrechters, trainers en begeleiders voor de vergoedingen zij krijgen voor hun opleidende, omkaderende of ondersteunende activiteit.

 
Tip 10: Doe eens een uitvinding


Ook de vergoedingen die worden betaald door universiteiten, hogescholen en andere wetenschappelijke instellingen aan onderzoekers en docenten naar aanleiding van de exploitatie van een uitvinding worden fiscaal vriendelijk belast. Het gaat hier onder meer om octrooieerbare uitvindingen, kweekproducten, tekeningen en modellen, computerprogramma’s voor databanken etc. die voor commerciële doeleinden kunnen worden aangewend. Voor dergelijke uitvindingen kunnen onderzoekers en docenten op basis van een valorisatiereglement van de wetenschappelijke instelling waar zij zijn tewerkgesteld een persoonlijke vergoeding krijgen. Deze vergoeding wordt belast aan een vast tarief van 33%. Op het bruto-bedrag dat zij ontvangen wordt ook een forfaitaire kostenaftrek van 10% toegekend, zodat de ontvangen vergoeding maar ten belope van 90% wordt belast tegen een tarief van 33%.
 
Daarnaast is de belastingvrijstelling voor prijzen en subsidies die wordt toegekend aan schrijvers en kunstenaars, ook van toepassing op wetenschappers. Indien zij voor hun wetenschappelijk een prijs of een subsidie ontvangen, dan geldt voor hen ook een belastingvrijstelling van 3.760 euro. ( aanslagjaar 2014 ) Indien dit grensbedrag wordt overschreden, dan is op het surplus een aparte belastingheffing voorzien tegen een gunsttarief van 16,5%.
 
Bepaalde wetenschappelijke prijzen en subsidies zijn echter volledig van belastingheffing vrijgesteld. Dit is het geval voor de prijzen en subsidies die worden uitgereikt door nationale en internationale instellingen die door de ministerraad zijn erkend. Het gaat hier onder meer om de prijzen en subsidies die worden toegekend door de Staat, de Gemeenschappen, de Gewesten, de Provincies, de Gemeenten en de Agglomeraties, de koninklijke academiën. Ook prijzen en subsidies van bepaalde wetenschappelijke instellingen zijn volledig van belastingheffing vrijgesteld. Het gaat hier om het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, het Belgisch Werk tegen Kanker en de Vereniging voor Kankerbestrijding, universiteiten en de Nobelstichting.
 

Andere fiscale speciallekes


Naast de bovenstaande fiscale gunstregimes bevat ons fiscaal stelsel nog tal van andere bijzondere belastingregelingen voor speciale gevallen. We zetten ze voor u een op een rijtje.


Tip 11: De stakende syndicalist


Als er een conflict is in een onderneming met een staking als gevolg, dan ontvangen de werknemers die aangesloten zijn bij een vakbond een stakingsvergoeding die het loonverlies gedeeltelijk compenseert. Deze vergoeding ligt rond de 30 euro per dag en kan oplopen op naarmate de staking langer duurt. Dankzij een administratieve toegeving zijn de stakingsvergoedingen die door de vakbonden worden betaald aan hun leden van belastingheffing vrijgesteld.
 

Tip 12: Word proefkonijn voor nieuwe geneesmiddelen


Bij de ontwikkeling van nieuwe geneesmiddelen moeten allerlei testen worden uitgevoerd. Deze testen worden eerst in een labo uitgevoerd en in een laatste fase ook op mensen, eerst bij gezonde populaties, en daarna bij patiënten die aan de ziektes lijden waarvoor deze geneesmiddelen bedoeld zijn. Voor deze testen ontvangen de proefkonijnen ook een vergoeding die afhangt van de test die men heeft moeten ondergaan. De rulingcommissie van de FOD Financiën heeft in een beslissing van 25 mei 2010 geoordeeld dat deze vergoeding niet belastbaar is.

 
Tip 13: Wees aangesloten bij een vakbond als je gaat staken


Elke gemeente moet een plaatselijk werkgelegenheidsagentschap oprichten, met de bedoeling om langdurig werklozen, leefloners en sommige financiële bijstandsgenieters terug te integreren in de arbeidsmarkt. Werknemers die activiteiten uitvoeren in het kader van het plaatselijk werkgelegenheidsagentschap worden aangeworven met een PWA-arbeidsovereenkomst. Om het systeem aantrekkelijk te maken werd voorzien in een belastingvrijstelling van 4,10 euro per gepresteerd uur.
 

Tip 14: Word bouwvakker


In de bouwsector wordt door het Fonds voor Bestaanszekerheid aan de arbeiders een "promotievergoeding" toegekend. Dit is een tegemoetkoming in de terugbetaling van een hypothecaire lening die door een arbeider uit de sector werd aangegaan en die betrekking heeft op de hoofdverblijfplaats. Deze promotievergoeding is fiscaal vrijgesteld voor maximumbedrag van 383 euro.
 

Tip 15: Word verzekeringsagent

De commissielonen die een bezoldigde verzekeringsagent heeft ontvangen van de verzekeringsmaatschappij, op contracten die hij zelf heeft aangegaan ter verzekering van eigen risico's, moeten niet als belastbare bezoldigingen worden beschouwd.
 

Tip 16: Word postbeambte of fiscaal ambtenaar


De zogenaamde "kasvergoedingen" die  worden toegekend aan een bediende om eventuele verliezen van gelden te dekken waarvoor hij of zij persoonlijk aansprakelijk is, moeten normaal bij het brutobedrag van de beroepsinkomsten worden gevoegd die ten name van de verkrijgers belastbaar zijn. De kasvergoedingen van loketbedienden van De Post en van de kassiers van de fiscale besturen worden evenwel forfaitair geacht overeen te stemmen met de door de betrokkene werkelijk gedragen kasverliezen en moeten niet als beroepsinkomsten worden aangegeven.
 

Tip 17: Word onthaalouder


In het huidig statuut krijgen onthaalouders geen loon maar een onkostenvergoeding en een extra vergoeding voor vorming en voor flexibele opvang. Het gaat bijgevolg om een variabel inkomen. Deze vergoedingen worden fiscaal niet beschouwd als loon en zijn dus niet belastbaar.
 

Tip 18: Word voogd


De vergoedingen die worden toegekend door de dienst Voogdij van de FOD Justitie aan voogden die zijn aangesteld om minderjarigen op te vangen zijn gedeeltelijk fiscaal vrijgesteld. De vergoedingen die worden betaald aan een vrijwillige voogd zijn thans vrijgesteld voor een bedrag van 1.263,48 euro per jaar, hetgeen overkomt met de vergoeding voor 2 voogdijen. De reële kostenvergoeding zoals verplaatsingskosten zijn onbegrensd belastingvrij.
 

Tip 19: Word wetenschappelijk onderzoeker


Volledig van belastingheffing vrijgesteld zijn ook de doctoraatsbeurzen die worden toegekend door universiteiten en wetenschappelijke instellingen aan vorsers die uitsluitend wetenschappelijk onderzoek verrichten. 
 

Tip 20: Word Belgisch diplomaat op missie in het buitenland


Belgische diplomaten krijgen naast hun loon ook een postvergoeding. Deze vergoeding dekt de kosten van de standplaats en mobiliteit en de kosten van representatie ( personeel, residentie en ambtswagen). De postvergoeding mag voor 92% worden aangemerkt als een terugbetaling van eigen kosten van de werkgever, en is derhalve geen belastbare bezoldiging.