Vallen de bezitters van een Luxemburgse Soparfi onder de Kaaimantaks?

De belastingaangifte invullen is een echte calvarietocht geworden, met name voor diegenen die een "juridische constructie" bezitten in het buitenland. Vooreerst moeten zij bepaalde informatie vermelden aangaande hun juridische constructie. Vervolgens moeten zij de inkomsten vermelden die ze hebben verkregen van de juridische constructie, die vervolgens transparant zullen worden belast (Kaaimantaks) in de personenbelasting. Maar een eerste stap is te bepalen of de entiteit in kwestie wel degelijk kwalificeert als een juridische constructie. Deze oefening kan veel moeilijker zijn dan het op het eerste gezicht lijkt...
Er zijn drie categorieën van juridische constructies:
  • de trusts,
  • de laag belaste vennootschappen
  • en bepaalde verzekeringsovereenkomsten. 

Het is opmerkelijk te verduidelijken dat de juridische constructies van de tweede categorie (de laag belaste vennootschappen) gevestigd buiten de Europees Economische Ruimte (EER) onder de taks vallen wanneer ze in hun land van oorsprong onderworpen worden aan een belasting van minder dan 15% van het belastbaar inkomen bepaald overeenkomstig de Belgische regels. De juridische constructies gevestigd binnen de EER zijn er beter aan toe omdat de belastingdrempel in dat geval verlaagd is naar minder dan 1% (koninklijk besluit van 21 november 2018).

De Belgische natuurlijke personen die vennootschappen bezitten binnen de EER zouden dus in een overweldigende meerderheid van de gevallen moeten ontsnappen aan de Kaaimantaks. De Kaaimantaks zal hoofdzakelijk de aandeelhouders van bepaalde binnen de EER vrijgestelde vennootschappen treffen?
Hier kunnen we de stichting van Liechstenstein aanhalen, de Luxemburgse SPF of de Nederlandse stichting ("Stichting administratiekantoor" of "STAK").

Het lot van de holdingvennootschappen die in de EER gevestigd zijn is wat delicater, meer bepaald omdat deze genieten van een moeder- dochter regeling die soepeler is dan de regeling voor de Belgische holdings. Focus op de Luxemburgse holding, ook SOPARFI ("Sociétés de participations financières") genoemd.

Dit vehikel heeft een enorme aantrekkingskracht voor vele Belgische inwoners.
Dit blijkt duidelijk uit het recente onderzoek LuxFiles, dat heeft aangetoond dat de honderd rijkste Belgische families een vermogen van om en bij de 48 miljard euro ondergebracht hadden in SOPARFI's.

DE SOPARFI zal meestal ontsnappen aan de Kaaimantaks. Ze is inderdaad onderworpen aan het gewone belastingstelsel van de vennootschapsbelasting in het Groothertogdom Luxemburg aan een globale aanslagvoet van ongeveer 25%; de manier waarop de belastbare grondslag wordt bepaald vertoont bovendien vele gelijkenissen met de Belgische regels om de belastbare grondslag te berekenen.

De SOPARFI zou in uitzonderlijke omstandigheden toch kunnen vallen onder de drempel van 1% wanneer ze inkomsten verkrijgt die in niet effectief worden belast, hoewel ze wel belastbaar zouden zijn geweest volgens de Belgische fiscale regels.

 

De Kaaimantaks zou in de volgende gevallen van toepassing kunnen zijn:
 

  • De SOPARFI heeft waardeverminderingen op aandelen gerealiseerd van € 1 miljoen ;ze heeft bovendien interesten verkregen voor € 1 miljoen. Aangezien minderwaarden op aandelen in Luxemburg aftrekbaar zijn (wat niet het geval is in België) zal de Luxemburgse inkomstenbelasting(€ 1 miljoen – € 1 miljoen = 0) niet minstens 1% van de Belgische belastbare grondslag bedragen (1% x € 1 miljoen = 10.000 EUR).
 
  • De SOPARFI ontvangt dividenden van deelnemingen in beursgenoteerde vennootschappen met een aanschaffingswaarde van € 1,2 miljoen. Deze dividenden worden volledig vrijgesteld op basis van het Luxemburgse moederdochter voorrecht, terwijl ze in België wel belastbaar zouden zijn geweest (aande minimale participatiedrempel van € 2,5 miljoen is niet voldaan).
 
  • De SOPARFI ontvangt dividenden afkomstig van een Belgische distributie BEVEK (die niet kwalificeert als een DBI BEVEK). In Luxemburg komen deze in aanmerking voor het moeder-dochter voorrecht, terwijl ze in België wel belastbaar zouden zijn geweest (omwille van het niet eerbiedigen van de taxatievoorwaarde van de DBI).
 
  • De SOPARFI heeft een effectenportefeuille gefinancierd met een hybride schuldinstrument. In Luxemburg zijn de interesten in beginsel aftrekbaar Terwijl dit niet noodzakelijk het geval is in België (gelet op de vele antimisbruikbepalingen)…

Het bepalen of de SOPARFI in Luxemburg onderworpen is aan een belasting van minstens
1% kan de fiscalisten in zware kopzorgen geven… ■

Denis-Emmanuel Philippe
Advocaat-vennoot (Bloom Law)
Docent Universiteit van Luik