Never waste a good crisis

07/11/2018 | Fiscaal | Michel Maus
Het federaal parket heeft met haar operatie propere handen een bom gelegd onder voetbalminnend Belgiƫ. In het persbericht dat door het federaal parket werd verspreid, werd gesteld dat bepaalde spelersmakelaars verrichtingen zouden hebben opgezet waardoor commissies bij spelerstransfers, verloningen van spelers en trainers, en andere betalingen verborgen werden gehouden voor de Belgische overheid en voor andere betrokkenen bij de transacties. Uit de persberichten die sedert de start van het onderzoek zijn verspreid, blijkt dat het naast matchfixing toch vooral gaat over witwassen en fiscale fraude.
Dat dit onderzoek niet zonder gevolgen voor het voetbal zal kunnen blijven is ondertussen voor iedereen duidelijk en in wezen ook een goede zaak. Nu de tongen binnen het voetbal loskomen blijkt het inderdaad dringend noodzakelijk om paal en perk te stellen aan verschillende praktijken binnen het voetbal. Onder het motto never waste a good crisis is het nu het uitgelezen moment voor de politiek en de voetbalsector om samen een regelgevend kader voor het voetbal uit te werken.
 
En het moet worden gezegd, er is veel werk aan de winkel.  Vooreerst is het een bittere realiteit dat voetbalclubs in het moderne voetbal niet om de makelaars heen kunnen. Het zijn immers de spelers die de makelaars als lasthebber aanstellen en waarmee de clubs moeten onderhandelen. Hierdoor verkrijgen de makelaars een bevoorrechte positie zodat ze hun voorwaarden kunnen opleggen aan de clubs, indien deze per se een voetballer willen aantrekken. Tot wat dit heeft geleid, hebben we nu door het onderzoek van het federaal parket kunnen vaststellen. Het is dan ook onontbeerlijk dat het statuut van spelersmakelaar aan strenge licentie-vereisten en dito screening wordt onderworpen. Zo is de praktijk waarbij voetbalclubs de vergoedingen van de makelaar moeten betalen in plaats van de speler die de makelaar heeft aangesteld, absoluut niet langer aanvaardbaar. Daarnaast is het evenzeer voor de hand liggend dat de makelaarsvergoedingen aan banden moeten worden gelegd, om excessen te vermijden.  
 
Ook om de voetbalclubs te beschermen tegen dubieuze financiële transacties moeten maatregelen genomen worden. Dit kan vooreerst door de voetbalclubs te onderwerpen aan de witwaswet. Dit zou dan betekenen dat voetbalclubs net als banken, verzekeringsmakelaars, cijferberoepers, advocaten, notarissen, vastgoedmakelaars etc. de verplichting hebben de witwascel in te lichten wanneer zij met dubieuze transacties worden geconfronteerd. Zoals de ervaring met de banksector reeds heeft aangetoond, heeft dit een sterk preventief effect, waardoor makelaars en investeerders twee keer zullen nadenken alvorens vreemde financiële operaties voor te stellen. Ook een clearingsysteem bij de afhandeling van voetbaltransfers door een onafhankelijk orgaan lijkt vanuit dit perspectief eveneens zeer wenselijk.
 
Tot slot dringt ook een hervorming van de fiscale en parafiscale gunstregimes van het voetbal zich op. In tegenstelling tot gewone werknemers, is er voor voetballers geen 38,07 procent sociale zekerheidsbijdragen op het brutoloon verschuldigd. Voor voetballers worden de bijdragen berekend op een begrensd forfaitair bruto maandloon, dat momenteel 2.281,09 euro bedraagt. Verder moeten voetbalclubs wel bedrijfsvoorheffing op het loon van hun spelers inhouden, maar zij moeten daarvan slechts 20 procent doorstorten aan de schatkist en kunnen dus 80 procent behouden. Dit vrijgesteld deel van de bedrijfsvoorheffing kunnen clubs vrij besteden als het gaat over lonen van spelers jonger dan 26 jaar. Gaat het over de lonen van spelers ouder dan 26 jaar, dan moeten de clubs de helft van de vrijgestelde bedrijfsvoorheffing besteden aan de “jeugdwerking”, zonder dat dit begrip zeer duidelijk is gespecifieerd.
 
Dit (para)-fiscale voordelen voor het voetbal staan al langer ter discussie en is eigenlijk een juridische tijdbom om de nek van de Belgische voetbalclubs. De kans is immers reëel dat dit systeem op een blauwe maandag door Europa als staatssteun wordt bestempeld, waardoor de clubs de genoten voordelen zouden moeten terug betalen, hetgeen per definitie het failliet van het voetbal betekenen. Ook deze gunstregimes moeten nu aangepakt worden, en worden best vervangen door een systeem waarbij het voetbal onder zeer strikte voorwaarden de (para-)fiscale voordelen kan behouden. Dit nieuwe systeem kan dan op voorhand bij Europa worden afgetoetst door een groepsvrijstelling voor staatssteun te bepleiten. Dit kan indien de genoten voordelen worden gebruikt als opleidingssteun en als steun voor sportinfrastructuur en multifunctionele recreatieve infrastructuur. Op die manier zouden clubs dan de vrijgestelde sociale zekerheidsbijdragen en bedrijfsvoorheffing terug moeten investeren in hun jeugdopleiding en in de infrastructuur van hun stadia.
 
De operatie propere handen van het federaal parket is dan ook de kans bij uitstek om schoon schip te maken in het voetbal. Laat ons dit doen en ten behoeve van de geloofwaardigheid, hiervoor een beroep doen op mensen die onafhankelijk van het voetbal en dus los van eigenbelang kunnen opereren. Het slechtste wat de politiek en de voetbalsector nu kunnen doen is aan voetbalprotagonisten die het systeem jarenlang hebben toegepast vragen om zelf de spelregels te hervormen. Indien we dit toelaten, dan kunnen we evengoed aan Maurice Lippens en Jeroen Piqueur vragen om de banksector te hervormen.