Successieplanning middels gesplitste aankoop: Vlaanderen volgt (finaal) federaal standpunt

De techniek van de gesplitste aankoop wordt in de relatie ouders-kinderen reeds lang gebruikt om op een fiscaal voordelige wijze een deel van het patrimonium aan de sfeer van de successierechten te onttrekken. Essentieel bleef wel dat men kon aantonen dat de gesplitste aankoop op zich geen bedekte bevoordeling uitmaakte. Terzake is het standpunt van de federale administratie wel herhaaldelijk gewijzigd. Ook VLABEL neemt – na een aantal bochten – een standpunt in dat (finaal) aansluit bij het standpunt van de federale administratie.

Federale antecedenten

 
1. Teneinde te bewijzen dat er geen sprake was van een bedekte bevoordeling, diende te worden aangetoond dat de kinderen over voldoende geldmiddelen beschikten om destijds hun deel van de (correct gewaardeerde) blote eigendom te financieren. Daarenboven diende te worden aangetoond dat deze geldmiddelen ook effectief werden gebruikt voor de financiering van de aankoop.
 
2. De federale administratie heeft zeer lang aanvaard dat de gelmiddelen van de kinderen op hun beurt mochten voortkomen uit een voorafgaande schenking.[1]
 
3. Deze stellingname werd evenwel (tijdelijk) doorkruist in de nasleep van de inwerkingtreding van de algemene antimisbruikbepaling. Zo bleek uit de circulaire nr. 8/2012 van 19 juli 2012 dat de gesplitste aankoop gepaard gaande met een voorafgaande schenking door de vruchtgebruiker, voortaan als een vorm van fiscaal misbruik zou worden gekwalificeerd.
 
4. In de circulaire nr. 5/2013 van 10 april 2013 werd de gesplitste aankoop echter niet langer op de zwarte lijst opgenomen. De fiscus was immers tot het “inzicht” gekomen dat de gesplitste aankoop met voorafgaande schenking automatisch onder de toepassing van de fictiebepaling ex artikel 9 W.Succ. valt. Er werd met name gesteld dat de aanwezigheid van een voorafgaande schenking in werkelijkheid een bevestiging vormt van het vermoeden van bedekte bevoordeling. Dit inzicht werd kenbaar gemaakt in de beslissing van 19 april 2013.[2] De administratie verduidelijkte tevens dat deze beslissing uitwerking zou krijgen voor aankopen vanaf 1 september 2013.
 
5. Ook dit standpunt was evenwel geen lang leven beschoren. Reeds op 18 juli 2013 volgde andermaal een nieuwe beslissing[3], mede in de nasleep van heel wat kritiek geuit in de Kamercommissie Financiën[4], hetgeen de Minister van Financiën er uiteindelijk toe aanzetten zijn administratie te verzoeken 'het geheel van de problematiek aan een bijkomend nieuw onderzoek te onderwerpen en om haar standpunt bij te stellen…'[5] Deze nieuwe beslissing is van toepassing op alle rechtshandelingen gedaan vanaf 1 september 2013.
 
Conform deze nieuwe beslissing werd een voorafgaande schenking als tegenbewijs van de bedekte bevoordeling opnieuw aanvaard, weze het in twee specifieke gevallen, te weten wanneer de schenking aan het registratierecht voor schenkingen werd onderworpen of indien wordt aangetoond dat de begunstigde van de schenking vrij over de gelden heeft kunnen beschikken, wat bijvoorbeeld het geval kan zijn als wordt aangetoond dat de schenking door de verkrijger van het vruchtgebruik niet specifiek bestemd was voor de financiering van de aankoop van de blote eigendom in het kader van de gesplitste aankoop.
 

Vlaams administratief standpunt van 19 juni 2015

 
6. Ofschoon de Vlaamse Belastingdienst initieel het federale standpunt overnam, werd niettemin een parallelle beslissing van 19 juni 2015 (“voorafgaande schenking – tegenbewijs”) gepubliceerd waarin het standpunt werd ingenomen dat de schenking in elk geval geregistreerd moet zijn. Zo niet – aldus de administratieve interpretatie – worden de goederen geacht in volle eigendom in de nalatenschap aanwezig te zijn. In de beslissing wordt daarbij geëxpliciteerd dat deze registratie “onbeperkt in de tijd” is, waarmee blijkbaar wordt aangegeven dat de partijen de mogelijkheid hebben om tot aan het overlijden van de schenker de registratieformaliteit te vervullen.
 

Vlaams administratief standpunt van 28 juli 2015

 
7. Dit standpunt werd naderhand “aangevuld” middels het standpunt van 28 juli 2015 m.b.t. het “tegenbewijs voor gesplitste aankopen”. In die zin expliciteert Vlabel dat het tegenbewijs steeds kan worden geleverd door aan te tonen dat de begunstigde vrij over de gelden heeft kunnen beschikken. Dit zal “bijvoorbeeld” het geval zijn indien wordt aangetoond dat de schenking door de verkrijger van het vruchtgebruik niet specifiek bestemd was voor de financiering van de aankoop van de blote eigendom in het kader van de gesplitste aankoop. Er moet dus – aldus de administratie – worden aangetoond dat er geen causaal verband bestaat tussen de schenking en de aankoop.
 
Voorts wordt in diezelfde beslissing van 28 juli 2015 ook nog geëxpliciteerd dat het tegenbewijs tevens vooronderstelt dat wordt aangetoond dat de voorafgaande schenking aan de heffing van het registratierecht voor schenkingen of (vanaf 1 januari 2015) aan de schenkbelasting werd onderworpen. De aanbieding ter registratie moet in voorkomend geval wel geleverd gewest zijn vóór het verlijden van de aankoopakte. Specifiek voor aankoopakten die dateren van vóór 1/9/2013 volstaat het evenwel het tegenbewijs te leveren “overeenkomstig de destijds geldende regels, door een voorafgaande schenking ongeacht of die schenking aan de heffing van het registratierecht voor schenkingen werd onderworpen”.
 

Vlaams administratief standpunt van 7 september 2015

 
8. Het vorige administratief standpunt werd inmiddels van de website van de Vlaamse Belastingdienst verwijderd en vervangen door het Vlaams administratief standpunt van 7 september 2015 (“Tegenbewijs voor gesplitste aankopen”).
 
Thans aanvaardt Vlabel dat het tegenbewijs voldoende geleverd wordt wanneer wordt aangetoond dat de begunstigde van de schenking vrij over de gelden heeft kunnen beschikken, wat bijvoorbeeld het geval is als wordt aangetoond dat de schenking door de verkrijger van het vruchtgebruik niet
specifiek bestemd was voor de financiering van de aankoop van de blote eigendom in het kader van
de gesplitste aankoop. Er mag dus geen causaal verband zijn tussen de schenking en de aankoop.
 
Een alternatief (en dus niet langer cumulatief) tegenbewijs kan er ook in bestaan aan te tonen dat de voorafgaande schenking aan de heffing van het registratierecht voor schenkingen (periode van 1/9/2013 tot 31/12/2014) of aan de schenkbelasting werd onderworpen (alle aankoopakten vanaf 1/1/2015). De datum van registratie van de schenking is daarbij bepalend indien het gaat om aanbieding van onderhandse documenten of van een in het buitenland verleden schenking (en niet de datum van betaling van de Vlaamse schenkbelasting). Die aanbieding ter registratie moet gebeurd zijn vóór het verlijden van de aankoopakte.
 
Voor aankoopakten die dateren van vóór 1/9/2013 kan het tegenbewijs dan weer in voldoende mate geleverd worden, overeenkomstig de destijds geldende regels, door een voorafgaande schenking ongeacht of die schenking aan de heffing van het registratierecht voor schenkingen werd onderworpen.
 
Met deze nieuwe beslissing wordt dus weer volledig aangesloten bij het federale standpunt.[6]
 

[1] Beslissing van 10 juli 2002, Rec.gén.enr.not.,2004/2, nr. 25.418, p. 84; Beslissing van 13 december 2007, nr. E.E./101.855, Rep RJ, S9/06-03
[2] Nr. E.E./98.937, Rep RJ, S 9/06-07
[3] nr. E.E./98.937, Rep RJ, S9.06
[4] Mond. Vr. nr. 17388 en 17537 Carl Devlies, 17553 en 17761 Veerle Wouters, 17623 Luk Van Biesen, 17729 Olivier Maingain en 17753 Hagen Goyvaerts, 15 mei 2013, Kamercommissie Fin., Criv 53 Com 746, 16-21.
[5] Integraal Verslag, Kamercommissie voor Financiën, 15 mei 2013, CRIV 53 COM 746, 16 e.v.
[6] Cf. supra.