De Tijd: 3 vragen aan Denis-Emmanuel Philippe

1. Kan iedereen een Luxemburgse postbusvennootschap op- richten? 2. Waarom hebben zoveel rijke Belgische families een postbusvennootschap in Luxemburg? 3. Zijn er alleen fiscale redenen voor die constructies?
Professor (Luik) en fiscaal advocaat (Bloom Law) in Brussel en Luxemburg
 

1 Kan iedereen een Luxemburgse postbusvennootschap op- richten?

'Een inwoner van België kan perfect een vennootschap oprichten in het groothertogdom om van de belastingvoordelen te profiteren. De bestuurszetel van de vennootschap moet zich dan echt in Luxemburg bevinden. Als die gewoon vanuit België bestuurd wordt, valt ze onder de Belgische vennootschapsbelasting. Maar wat is de echte zetel van een vennootschap? Moet er personeel werken? Moeten er vergaderzalen of een telefoonlijn zijn? De grens tussen wat wettelijk is en wat niet is flou en voor interpretatie vatbaar.'
 

2 Waarom hebben zoveel rijke Belgische families een postbusvennootschap in Luxemburg?

'Het gaat vooral om holdings, de zogenaamde Soparfi (société de participations financières). In Luxemburg zijn tussen 50.000 en 60.000 soparfi's, indrukwekkend voor een land dat amper 600.000 inwoners telt. Het voordeel van een Soparfi is dat je ermee gemakkelijk dividenden en meerwaarden op aandelen 100 procent belastingvrij kan houden. Vervolgens kan je ze belastingvrij aan de investeerders uitkeren. Dat kan door een Luxemburgse vennootschap te liquideren. Dan wordt er nooit aan de bron belasting op geheven, zelfs als de aandeelhouder in een belastingparadijs gevestigd is en daarop in België belastingen moet betalen. Je kan ook de vennootschap haar eigen aandelen laten inkopen, ten voordele van de aandeelhouder. Dat beschouwt de Luxemburgse fiscus als een gedeeltelijke liquidatie en niet als een dividend. Ook daarop wordt aan de bron geen belasting ingehouden. In België kan dat niet.'
 

3 Zijn er alleen fiscale redenen voor die constructies?

'Er zijn verschillende redenen voor de aantrekkingskracht van Luxemburg: de politieke stabiliteit in het land, een soepele regelgeving op het vlak van vennootschapsrecht, meertalige en gespecialiseerde werkkrachten, een centrale ligging in West-Europa en een onmiskenbare expertise in de bancaire en de financiële sector.

Luxemburg moet wereldwijd alleen de Verenigde Staten laten voorgaan als het over investeringsfondsen gaat. En natuurlijk wordt Luxemburg sterk geapprecieerd voor zijn fiscaliteit. Wat heeft het land daarbij te winnen? De holdings zijn onderworpen aan een minimumbelasting van 4.815 euro. Dat is een klein bedrag, maar als je dat vermenigvuldigt met de 50.000 holdings die er zijn, is dat geen verwaarloosbare inkomst voor de Luxemburgse staat. Om zo'n vennootschap op te zetten heb je bovendien een bataljon aan professionals nodig, zoals advocaten en fiscalisten. De Luxemburgse economie profiteert daarvan.'

 


De Tijd: Denis-Emmanuel beantwoordt 3 vragen?