De Standaard: ‘Geen nieuwe fiscale koterijen bouwen voor co-ouderschap’

15/05/2017 | Fiscaal | Michel Maus
Ex-partners die in een co-ouderschapsregeling zitten, worden niet op een gelijke manier behandeld bij de toekenning van sociale en fiscale voordelen, hekelt de SP.A. ‘Nochtans zijn daar relatief eenvoudige oplossingen voor’, reageert fiscaal expert Michel Maus.
De Belgische wet schrijft voor dat kinderen van gescheiden ouders slechts bij één ouder gedomicilieerd mogen zijn. Enkel die ouder heeft recht op onder meer de schooltoelage, de verlaagde onroerende voorheffing en de verminderde waterfactuur. De andere ouder krijgt met andere woorden niets.

‘Dat is fundamenteel oneerlijk’, stelt SP.A-parlementslid Caroline Gennez, die zelf plusmoeder is. ‘Als een kind bij beide ouders verblijft, moeten ook beide ouders gelijke rechten en gelijke voordelen krijgen. Waarom verdelen we die voordelen dan niet?’
 

Dubbele domicilie

 
Het is niet de eerste keer dat Gennez de ongelijkheid aankaart en voorstellen doet om een verdeling van fiscale middelen te maken tussen ex-partners. Zo stelde de SP.A in oktober 2016 al voor om de dubbele domicilie in te voeren op de kids-ID. Op die manier zouden fiscale voordelen gelijkmatig verdeeld worden en kunnen kinderen ook overal profiteren van – vaak gemeentelijk gebonden – kortingen in zwembaden, bibliotheken en jeugdbewegingen.

Begin 2016 kwam CD&V echter al met een verblijfsregister, dat het mislopen van de gemeentelijke voordelen grotendeels heeft opgelost. Dat vindt de partij geen ‘begin’ maar een meer dan afdoende lokale maatregel. CD&V vreest dat er bij het invoeren van de dubbele domicilie achteraf fiscale lijken uit de kast vallen.
 

Alleenstaanden

 
‘Ik zie niet meteen in waar die fiscale lijken of perikelen zouden opduiken’, aldus fiscaal expert Michel Maus. ‘Het gaat louter om een verdeling van de fiscale voordelen, waarvoor een verdeeld statuut wordt uitgedacht.’

In 2013 zaten ongeveer 63.000 belgen in het fiscale systeem voor een co-ouderschapsregeling, terwijl er meer dan 520.000 alleenstaanden met een kind ten laste werden geregistreerd. Dat hiaat is grotendeels te verklaren doordat de wet achterop hinkt, argumenteert Maus. ‘Mensen die feitelijk samenwonen of een LAT-relatie hebben, komen bijvoorbeeld niet in aanmerking voor het fiscale systeem van de huidige co-ouderschapsregeling. Bij hen zal het kind automatisch altijd bij een van beide ouders ten laste zijn. We hebben in het verleden al grote stappen gezet, maar het systeem is nog steeds niet absoluut sluitend.’


Fiscale koterijen


Geen fiscale lijken of ongemakken dus, maar dat betekent volgens Maus niet dat er geen efficiëntere technieken zijn dan de invoering van de dubbele domicilie. Volgens de fiscaal expert loont het bijvoorbeeld de moeite om simpelweg te overwegen of de officiële definitie van ‘kind ten laste’ niet kan worden aangepast.

‘Nu is een kind ten laste iemand die deel uitmaakt van een gezin. Dat gezin is tevens de plaats waar de domicilie van het kind zich bevindt. Als we daar een werkbaar instrument kunnen bedenken dat zegt dat kinderen in meerdere gezinnen leven en dus op meerdere plaatsen ten laste zijn, dan is de zaak eveneens opgelost’, vindt Maus. ‘We moeten geen nieuwe fiscale koterijen bouwen om dit probleem te counteren.’

De Standaard: ‘Geen nieuwe fiscale koterijen bouwen voor co-ouderschap’