Versterking van het Belgische holdingregime vanaf 2018

Het fiscaal stelsel van de Belgische holdings zal vanaf volgend jaar grondige wijzigingen ondergaan. Het is dus hoogtijd om één en ander toe te lichten.
Tot 2012 was ons holdingregime concurrentieel, ten opzicht van bijvoorbeeld Nederland en Luxemburg.

Eén van de voornaamste en unieke troeven van de toenmalige Belgische regeling was de integrale en quasi onvoorwaardelijke vrijstelling van meerwaarden op aandelen. Dergelijke meerwaarden waren volledig vrijgesteld van belastingen mits naleving uitsluitend van de zogenaamde “taxatievoorwaarde” (deze voorwaarde sluit een vrijstelling uit indien de dochtervennootschap niet voldoende belast is, bijv. wanneer ze in een fiscaal paradijs gevestigd is). De vrijstelling was met andere woorden aan geen enkele bijkomende voorwaarde (bijv. deelnemingsvoorwaarde, minimumbezitsduur) onderworpen. Die troef compenseerde ruimschoots de beperktere  aftrek (95 % in plaats van 100 %) van de door de holding ontvangen dividenden (de zogenaamde DBI-aftrek).
 
  1. Zomerakkoord: invoering van een nieuwe participatievoorwaarde
     
Ondertussen werd deze meerwaardevrijstelling door verschillende opeenvolgende wetten aangescherpt:
 
  • een wet van 29 maart 2012 onderwierp de vrijstelling van meerwaarden op aandelen aan de naleving van een minimumbezitsduur van één jaar;
     
  • een wet van 27 december 2012 voerde een meerwaardebelasting op aandelen in van 0,412 % met betrekking tot meerwaarden op aandelen die door grote ondernemingen werden gerealiseerd;
     
  • een wetsontwerp van 11 december 2017 beoogt thans de invoering van een minimumparticipatievoorwaarde vanaf 2018, in navolging van het zomerakkoord. Opdat de meerwaarden op aandelen vrijgesteld zouden zijn, zal de holding voortaan hetzij een participatie moeten aanhouden van 10 %, hetzij een participatie moeten bezitten met een aanschaffingswaarde van ten minste 2.500.000 euro. Misschien kan het een schrale troost zijn dat Luxemburg op dit vlak nog strikter is dan België: de meerwaardenvrijstelling vereist daar dat de holding hetzij een participatie van 10 % aanhoudt, hetzij een participatie bezit met een aanschaffingswaarde van ten minste 6.000.000 euro.
 
Concreet betekent dit dat de volgende Belgische ondernemingen vanaf 2018 zullen worden belast op hun meerwaarden op aandelen:

- de minderheidsaandeelhouders met een participatie van minder dan 10 % (zie hieronder het voorbeeld van de minderheidsaandeelhouders van Anderlecht);

- de holdings die investeren in niet-beursgenoteerde vennootschappen (private equity), wanneer ze door opeenvolgende kapitaalsverhogingen (omwille van de intrede van nieuwe investeerders) hun initiële participatie van meer dan 10 % zien verwateren;

- de patrimoniale holdings met een aandelenportefeuille die is samengesteld uit investeringslijnen van minder dan 2.500.000 euro;

- de operationele vennootschappen die hun overtollige liquiditeiten investeren in beursgenoteerde aandelen.

De vennootschappen, die aandelen aanhouden die niet de drempel van 10 % / 2,5 miljoen euro bereiken, zouden er misschien belang bij kunnen hebben om hun aandelen nog voor het jaareinde te verkopen met het oog op de verwezenlijking van vrijgestelde meerwaarden op aandelen.
 
  1. De meerwaardebelasting: een zwaard van Damocles boven het hoofd van de minderheidsaandeelhouders van Anderlecht

De familie rond voorzitter Roger Vanden Stock is op zoek naar kandidaat-kopers wegens een gebrek aan opvolging. Enkele minderheidsaandeelhouders houden een participatie aan van minder dan 10% in de club. Volgens De Tijd hebben ze hun aandelen in een holding ondergebracht. Ze hebben er belang bij om de deal voor het jaareinde te sluiten:
 
  • Indien de holding de participatie (van minder dan 10%) in de club voor het jaareinde overdraagt, zal de meerwaarde op aandelen in principe volledig vrijgesteld zijn;
     
  • Indien de deal pas na 1 januari 2018 gesloten wordt, zal de meerwaarde op aandelen in principe aan de vennootschapsbelasting onderworpen worden (tegen een tarief van 29%).
     
Time is of the essence!
 
  1. Twee mooie verrassingen voor holdings
 

Daarbuiten hebben de Belgische holdings echter geen reden tot klagen. De regering heeft voor hen twee mooie verrassingen in petto voor het komende jaar: (i) de afschaffing van de belasting van 0,412 % en (ii) de verhoging van de DBI-aftrek van 95 % naar 100 %. Deze twee maatregelen zullen België ongetwijfeld opnieuw op de wereldkaart van holdingaantrekkelijke jurisdicties plaatsen.

Zeker nu het Belgisch fiscaal stelsel de aftrekbaarheid van interesten op een lening – aangegaan ter financiering van de aankoop van aandelen – toestaat, zelfs wanneer die interesten de holding toelaten vrijgestelde inkomsten te verwerven (bijv. dividenden die in aanmerking komen voor de DBI-aftrek / de vrijgestelde meerwaarden op aandelen). Onze Luxemburgse buren zijn ook hier strenger: de Luxemburgse fiscale wetgeving voorziet principiële aftrekbeperkingen in verband met financieringskosten om aandelen te verwerven (interesten worden verworpen ten belope van de dividenden die in aanmerking komen voor de deelnemingsvrijstelling).

De integrale vrijstelling van dividenden (DBI-aftrek) en meerwaarden op aandelen, gecombineerd met de aftrekbaarheid van financieringskosten, zal het Belgische holdingregime dan ook vanaf 2018 versterken.

Denis-Emmanuel Philippe
Advocaat-vennoot Bloom Law / Docent aan de ULg