De Belgische Maatschappij voor Internationale Belastingontwijking

09/11/2017 | Fiscaal | Michel Maus
De overheid moet de offshore-constructies die Paradise Papers blootlegden terugdraaien en eruit stappen. Anders blijft het een kaakslag voor alle belastingbetalers die niet de mogelijkheid hebben om belastingen te ontwijken. En eigenlijk heeft de Belgische staat in dit dossier fiscale hand- en spandiensten verleend aan privébedrijven. Hallucinant is dat.
Na 25 jaar in de fiscaliteit is er niet veel meer waar ik nog van opschrik. Maar deze week verslikte ik mij toch lelijk in mijn koffie. Uit de gelekte documenten van de fameuze Paradise Papers is immers gebleken dat ook de Belgische staat zijn toevlucht heeft genomen tot offshore-constructies. Excuseer? De Belgische staat die elk van zijn burgers en ondernemingen opzadelt met een torenhoge belastingdruk? Ja, inderdaad.

In Paradise Papers duikt immers ook de naam op van de NV Belgische Maatschappij voor Internationale Investering (NV BMI). Dit is niet zomaar een Belgisch bedrijf. Het is een investeringsmaatschappij die voor 58% in handen is van de Belgische staat. De resterende aandelen zijn in handen van de Nationale Bank en van privébedrijven, zoals BNP Paribas Fortis, ING België en Electrabel. Aangezien de Belgische staat de hoofdaandeelhouder is van de NV BMI zetelen in de raad van bestuur van deze vennootschap tal van topmensen uit de federale overheidsdiensten, met als meest opvallende Hans D’Hondt, de topman van de FOD Financiën, die van 2006 tot 2016 bestuurder was.

De NV BMI blijkt al meer dan 20 jaar aandeelhouder te zijn van de vennootschap InfraAsia Development Vietnam Limited gevestigd op de Britse Maagdeneilanden. Via haar participatie op de Britse Maagdeneilanden in InfraAsia Development Vietnam Limited, is de NV BMI mede-eigenaar van een groot havenproject in Vietnam. Ook het Antwerpse bedrijf Rent-a-Port is mede-eigenaar. Opmerkelijk is ook dat in 2013 naast InfraAsia Development Vietnam op de Maagdeneilanden, nog een tweede vennootschap werd opgericht, InfraAsia Investment Vietnam, en die is gevestigd in Hong Kong.
 
Rode draad
 
Tot wat dient dit nu allemaal? Uiteraard is dit een fiscale constructie. De winst van een vennootschap op de Maagdeneilanden is belastingvrij, maar vormt wel een probleem als men de winst vanuit de Maagdeneilanden wil toekennen aan de Belgische aandeelhouder. Dan kan de aftrek voor definitief belaste inkomsten (DBI), die dividenden tussen moeder-dochtervennootschappen voor 95% vrijstelt, niet worden toegepast omdat de Belgische fiscus de Maagdeneilanden als een fiscaal paradijs beschouwt. Deze aftrek kan echter wel worden toegepast wanneer de winst niet vanuit de Maagdeneilanden, maar wel vanuit Hong Kong aan de aandeelhouders wordt uitgekeerd. En dat is allicht de rode fiscale draad achter deze structuur.

Is er daar iets fout aan? Puur fiscaal-juridisch gezien niet, want het gaat hier in essentie om een legale manier van belastingontwijking via buitenlandse structuren. En op zich zou men ook kunnen stellen dat de Belgische staat zelf bij dergelijke constructies eigenlijk geen enkel voordeel haalt. Want als een overheidsbedrijf dat door de Belgische staat wordt gecontroleerd Belgische belastingen moet betalen, dan betaalt de Belgische staat eigenlijk belastingen aan zichzelf. En als er binnen de NV BIM geen belastingen moeten worden betaald, dan heeft het overheidsbedrijf een hogere nettowinst en dat komt dan ten goede aan de Belgische staat als aandeelhouder. Of de Belgische staat nu centen verkrijgt onder de vorm van belastingen dan wel onder de vorm van een dividend, is dan eigenlijk financieel neutraal.

Privébedrijven
 
Toch kunnen we dit verhaal hier niet zomaar blauwblauw laten. De Belgische Staat mag dan misschien geen echt voordeel halen uit de structuur, haar handelspartners binnen de NV BIM, onder andere BNP Paribas, ING en Electrabel, hebben wel alle belang bij fiscale optimalisatietechnieken. En zo moeten we tot de verbijsterende conclusie komen dat de Belgische staat in dit dossier eigenlijk fiscale hand- en spandiensten heeft verleend aan privébedrijven. Hallucinant is dat.

Bovendien is de topman van de FOD Financiën bij de NV BIM betrokken geweest. Hans D’Hondt mag dan wel zeggen dat hij ‘niet op de hoogte was van de offshore-vennootschap’, en dat de constructie op de Maagdeneilanden reeds bestond voor hij bestuurder werd, dat is duidelijk niet het geval met de constructie in Hong Kong, die tijdens zijn mandaat als bestuurder werd opgericht.

Stel nu dat de opgezette structuren wel fiscaal problematisch zouden zijn, wat gaat onze fiscus dan doen? Gaat de fiscus als onderdeel van de Belgische staat optreden tegen de NV BIM dat ook een onderdeel is van de Belgische Staat, en dan nog in de wetenschap dat de topman van de FOD Financiën er bestuurder is geweest en tal van topfiguren uit de administratie nog steeds bestuurder zijn? Ziet u dat gebeuren? Ik in ieder geval niet.

In alle naïviteit kunnen we misschien nog geloven dat onze eigen overheid niet wist dat ze offshore bezig was. Maar als de overheid nu niet optreedt en deze structuren terugdraait, dan wel uit deze structuren stapt, dan is dat een kaakslag voor alle belastingbetalers die niet de mogelijkheid hebben om aan belastingontwijking te doen.

Als de Belgische staat en de topman van de FOD Financiën zich met dergelijke praktijken inlaten, dan verliezen ze alle geloofwaardigheid in de strijd tegen ongeoorloofde belastingontwijking en belastingontduiking.
 

Zie ook De Tijd