Onbelast delen is discrimineren

25/10/2017 | Fiscaal | Michel Maus
De regering-Michel respecteert de fiscale gelijkheid niet. Na de karaattaks, de speculatietaks, de flexi-jobs, de suikertaks en de effectentaks is de maatregel voor de deeleconomie het zoveelste voorbeeld van hoe ze fiscale ongelijkheid creëert zonder zich af te vragen welk effect dit heeft op de fiscale burgerzin.
Een van de paradepaardjes van het Zomerakkoord van de regering-Michel is ongetwijfeld de beslissing om mensen toe te laten tot 500 euro per maand onbelast bij te verdienen. Naar aanleiding van het regeringsconclaaf van afgelopen weekend heeft de regering meer duidelijkheid geschapen over deze maatregel. Werknemers die minstens 4/5de werken en gepensioneerden zullen tot 500 euro per maand onbelast kunnen bijverdienen met bepaalde activiteiten in het verenigingsleven en met klussen bij particulieren. Om concurrentie met de professionele sector te vermijden werden twee lijsten gemaakt met activiteiten waarvoor deze regeling geldt.

Wat verenigingen betreft gaat het onder andere om scheidsrechters, trainers, monitors van jeugd- en sportkampen, gidsen en begeleiders van leerlingen. Wat klussen bij particulieren aangaat geldt de regeling onder meer voor kinderopvang, bijlessen, IT-hulp, administratieve bijstand, klein onderhoud van onroerende goederen en opzieners van gebouwen.

Opmerkelijk is echter dat de regering heeft beslist om deze regeling ook van toepassing te maken op bijverdiensten uit de deeleconomie. Dit is wat vreemd, omdat de regering nog maar net een regeling heeft ingevoerd die het mogelijk maakt om via de deeleconomie tot 5.000 euro per jaar bij te verdienen met een minieme belasting van 10 procent op het nettobedrag. Maar volgens minister Alexander De Croo wordt deze regeling nu afgeschaft en vervangen door een belastingvrijstelling voor inkomsten uit de deeleconomie voor zover het gaat om maximaal 6.000 euro per jaar.
 
Erkend deelplatform
Ook inkomsten uit de verhuur van onroerende goederen zullen onder deze regeling vallen. De voorwaarde is wel dat de inkomsten worden verkregen via een erkend deelplatform. Momenteel heeft slechts een beperkt aantal deelplatformen een erkenning van de Belgische overheid gekregen. Het gaat hier bijvoorbeeld om pakjesbezorgers zoals Parcify en Flavr of maaltijdkoerierdiensten zoals UberEats. Grotere spelers zoals AirBnB en Uber hebben echter nog geen erkenning in België aangevraagd.

Laat ons nu eens verder focussen op deze regeling voor de deeleconomie. Op het eerste zicht lijkt een belastingvrijstelling vrij positief, maar wie de tijd neemt om wat dieper na te denken over deze maatregel beseft al gauw dat er toch iets niet klopt. Laat ons het voorbeeld nemen van een hobbykok die in zijn vrije tijd op privéfeesten gaat koken of van een gitarist die bijlessen geeft aan beginnende muzikanten. Zij kunnen hun diensten op verschillende manieren wereldkundig maken, gaande van mond-tot-mondreclame, over krantenadvertenties, een eigen website tot een (erkend) deelplatform. De diensten die deze mensen verstrekken zijn steeds dezelfde, maar de fiscale behandeling van deze diensten verschilt sterk, puur en alleen in functie van de wijze waarop zij hun diensten aan het publiek kenbaar maken.

Als zij aan klanten geraken via mond-tot-mondreclame, krantenadvertenties, een eigen website of een niet erkend platform, dan zullen hun inkomsten door de fiscus worden belast. De wijze van belastingheffing zal afhangen van de interpretatie van de fiscus. Indien de fiscus meent dat de inkomsten kaderen in de hobby-sfeer dan zullen de inkomsten worden belast als diverse inkomsten tegen een tarief van 33%. Maar de kans is niet onbestaande dat de fiscus stelt dat het hier gaat om inkomsten uit een bijberoep en dan zullen de inkomsten worden belast als beroepsinkomsten waarvoor het tarief tot 50% kan oplopen.

Indien zij echter werken via een erkend deelplatform, dan zullen zij in de nieuwe regeling totaal niet meer belast worden op hun inkomsten voor zover die onder de 6.000 euro per jaar blijven. Indien onze hobbykok werkt via menunextdoor.be en indien onze gitarist zijn diensten aanprijst via mysherpa.be dan zullen zij geen belasting op hun inkomen betalen.
 
Irrelevant
Vindt u dat fair? Ik in ieder geval niet. Is het fiscaal rechtvaardig te noemen om mensen die een centje willen bijverdienen met een hobby, wel of niet te belasten enkel en alleen op basis van hoe zij hun diensten aanprijzen? Is dat niet totaal irrelevant? Of het nu gaat om inkomen verkregen via een hip deelplatform, dan wel via een oubollige krantenadvertentie in een parochieblad, moet de fiscale behandeling niet dezelfde zijn?
De regering vindt in ieder geval van niet, en de vraag is of dit juridisch kan. Op basis van de principes van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel is een onderscheiden belastingheffing immers enkel mogelijk als daarvoor een redelijke verantwoording bestaat. Kunt u zich een dergelijke verantwoording inbeelden? Ik niet.

En het moet gezegd, de huidige regering heeft het zeer moeilijk met het respecteren van de fiscale gelijkheid. De karaattaks, de speculatietaks, de flexi-jobs, de suikertaks, de effectentaks en nu de deeleconomie, het zijn allemaal voorbeelden van hoe de huidige regering fiscale ongelijkheid creëert zonder zich af te vragen welk effect dit heeft op de fiscale burgerzin.

All animals are equal… In hoogtechnologische tijden past het toch om af en toe eens terug te vallen op de klassiekers.
 

Zie ook De Tijd