Desperate housewives in de Wetstraat

24/10/2017 | Fiscaal | Michel Maus
Het idee werd weggehoond, toch is het goed om eens na te denken over het voorstel van de voorzitster van Open Gwendolyn Rutten om het fiscale huwelijksquotiënt voor huisvrouwen af te schaffen.
Afgelopen weekend zorgt de voorzitster van Open Vld Gwendolyne Rutten voor nogal wat ophef met het voorstel om het belastingvoordeel van het huwelijksquotiënt voor huisvrouwen af te schaffen. Volgens Open Vld blijven vrouwen door het systeem van het huwelijksquotiënt te vaak thuis en moeten ze geëmancipeerd worden, zodat ze kunnen gaan werken en opgeleid kunnen worden.

Dat waren uitspraken die konden tellen.

Op sociale media bleek al gauw dat niet iedereen opgezet was met de stelling dat huisvrouwen niet zouden “werken”, en uiteraard is dat terecht.

Niettemin zou het verkeerd zijn het voorstel van Open Vld zo maar naar de prullenmand te verwijzen. Mits enige nuance moeten we het als maatschappij misschien toch overwegen, zeker indien we rekening houden met de achtergrond van dit fiscale gunstregime.

Het huwelijksquotiënt zorgt er immers voor dat indien bij gehuwde en wettelijk samenwonende koppels er slechts één van de partners een arbeidsinkomen heeft, fiscaal 30% van dat inkomen aan de niet werkende partner wordt toegewezen met een maximum van thans 10.490 euro. Door deze toewijzing van inkomen wordt een voordeel gedaan omdat zo een deel van het arbeidsinkomsten van de werkende partner uit de hogere belastingschijven wordt gehaald en wordt toegewezen aan de lagere inkomstenschijven van de niet werkende partner.

Op zich is het systeem van het huwelijksquotiënt wel valabel omdat het een belastingvoordeel toekent aan bijvoorbeeld koppels die beslissen dat één van de partners niet gaat werken en thuis blijft om voor de kinderen of voor een bejaarde ouder te zorgen. Het belastingvoordeel moet dan voor een stuk het gemis aan arbeidsinkomen van de thuisblijvende ouder compenseren. 


Efficiënt gezinsbeleid?

 
Vanuit dat perspectief kan maatschappelijk bekeken eigenlijk niemand een probleem hebben met dat systeem. Maar we moeten ons inderdaad wel de vraag durven stellen of het systeem zijn doel niet is voorbij geschoten. Het systeem van het huwelijksquotiënt is immers algemeen van toepassing op alle koppels waarvan slechts één van de partners gaat werken.

Uit de cijfers van Open Vld blijkt dat 68% van de koppels waarvoor het huwelijksquotiënt wordt toegepast geen kinderen hebben. Ook blijkt dat 73% van de begunstigden van dit systeem 50-plussers zijn. Dit doet inderdaad de vraag stellen naar de efficiënte van het fiscaal gezinsbeleid.

Moeten we als maatschappij de keuze die gezinnen maken om slechts één van de partners te laten werken te allen tijde fiscaal gaan ondersteunen?

Deze vraag verdient toch wel enige maatschappelijke reflectie. Vooreerst lijkt het weinig verantwoord om koppels fiscaal te gaan ondersteunen met een huwelijksquotiënt in de wetenschap dat deze koppels geen “gezinslasten” hebben. Het is inderdaad veel meer aangewezen om dit voordeel enkel toe te kennen aan koppels met “personen ten laste”.

Dit kunnen kinderen zijn, maar dat kan evengoed een bejaarde ouder zijn waarvoor wordt gezorgd. 
 
Het fiscaal ondersteunen van dergelijke zorgrelaties is niet alleen maatschappelijk relevant, maar heeft ook budgettaire consequenties. Indien het huwelijksquotiënt voor deze koppels zou worden afgeschaft, met als doel de niet werkende partner op de arbeidsmarkt te krijgen, dan moeten we er als maatschappij rekening mee houden dat we meer zullen moeten investeren in kinderopvang en in ouderenzorg.

Het budgettair voordeel van de afschaffing van het huwelijksquotiënt zou dan onmiddellijk worden gecompenseerd met hogere overheidskosten voor sociale voorzieningen.
 

Inkomen?


Daarnaast moet men ook de vraag durven stellen in hoeverre we als maatschappij het huwelijksquotiënt moeten toekennen zonder rekening te houden met de individuele inkomstensituatie.

Is het niet aangewezen om het huwelijksquotiënt af te bouwen naarmate het inkomen stijgt en vanaf een zeker inkomstenniveau niet meer toe te kennen? Het huwelijksquotiënt mag immers niet de luxe ondersteunen die koppels met een hoog inkomen hebben en het zich kunnen permitteren om één van de partners niet te laten werken.

Dit kan en mag niet de bedoeling zijn van een fiscale steunmaatregel, en ook daar moeten we als maatschappij behoedzaam voor zijn. Dus ja het voorstel van Open Vld verdient zeker een debat, maar dan wel met het nodige respect voor de hard werkende huisvrouw. Want aan desperate housewives heeft niemand een boodschap.


Zie ook VRT NWS