Politieke stakingen: mag dat of mag dat niet?

10/10/2017 | Sociaal | Kristof Salomez
ACOD staakt en iedereen zal het geweten hebben. Het trein-, bus- en tramverkeer is ernstig verstoord met tal van vertragingen tot gevolg om dan nog te zwijgen over de 400 kilometer file op de wegen, het record voor 2017, zo wordt gesteld.
De hinder die de staking van vandaag met zich meebrengt voor de gemiddelde gebruiker van de wegen en het openbaar vervoer, alsook de kost dat met zich meebrengt, ontlokken uiteenlopende reacties. Bij sommigen is er begrip, voor anderen is de actie een succes en bij nog anderen is er ongenoegen, ook in politieke middens. Het zou om een louter politieke of ideologische staking gaan en dat is niet aanvaardbaar. Althans dat is het standpunt van het VBO en ook dat van Minister van Pensioenen Bacquelaine. Het ACOD reageert dan weer dat het hier niet om een politieke staking gaat en derhalve de staking geoorloofd is.

Zo lijkt de geoorloofdheid of ongeoorloofdheid van de staking afhankelijk van de kwalificatie van de actie als politieke (of ideologische) staking dan wel als niet politieke staking. Het verschil in opvatting omtrent de wijze waarop de actie van vandaag moet worden gekwalificeerd wijst al meteen een eerste pijnpunt aan. Niet iedereen geeft dezelfde invulling aan het begrip politieke staking. Voor de ene is er sprake van een politieke staking wanneer de staking niet gericht is tegen zijn werkgever maar tegen het beleid van de overheid. Voor anderen is er pas sprake van een politieke staking wanneer het stakingsmiddel wordt aangewend om een bepaalde instelling of een bepaalde coalitie onder druk te zetten.

Men kan aannemen dat het recht om te staken niet bedoeld is om de samenstelling van de regering of de werking van de instellingen als zodanig te beïnvloeden. Een staking uitgaande van de socialistische vakbond die gericht is tegen de regering ,omdat de vakbond het er niet mee eens is dat de socialistische partijen geen deel uitmaken van de regering, zou in die zin een louter politieke staking zijn, waarvan de wettigheid en geoorloofdheid ernstig in vraag kan worden gesteld. Van een dergelijke staking is evenwel te onderscheiden, de staking die erop gericht is druk uit te oefenen op de politieke overheid om bepaalde maatregelen die de achterban aanbelangen wel of niet door te voeren. Dergelijke staking is weliswaar een staking tegen de overheid, net zoals de staking van het overheidspersoneel tegen de overheid-werkgever, doch dient geen louter (partij)politieke doekstellingen. Een dergelijke staking zonder meer als onwettig of ontoelaatbaar kwalificeren is te kort door de bocht.

Tussen de zuiver politieke staking en de staking van de werknemers tegen hun werkgever, situeert zich dus de staking die gericht is op bepaalde overheidsmaatregelen.

Om de vraag te beantwoorden of een dergelijke staking al dan niet wettig is moeten we terug naar de juridische grondslag van het stakingsrecht in België. Velen zullen verwijzen naar het recht op collectieve actie in het Europees Sociaal Handvest, te weten een internationaal verdrag dat werd afgesloten binnen de Raad van Europa en dat door ons land werd geratificeerd. Afgezien van de omstandigheid dat m.i. ernstige vragen kunnen worden gesteld bij de rechtstreekse werking van deze verdragsbepaling, moet hoe dan ook worden vastgesteld dat de juridische grondslag van het stakingsrecht in België de ratificatie van het voormeld verdrag voorafgaat.

Met name het Hof van Cassatie erkende reeds het bestaan van dit recht in zijn arrest van 14 april 1980, alsook vervolgens in zijn arrest van 21 december 1981. Belangrijk hierbij is voor de conclusie van de toenmalige procureur-generaal en tevens professor Herman Lenaerts, te weten de belangrijkste arbeidsrechtelijke rechtsgeleerde van de afgelopen 50 jaar. In zijn conclusie stelt Lenaerts: “Naar mijn gevoelen geldt de regel dat staking de arbeidsovereenkomst niet doet eindigen zonder enige beperking, het weze ten gevolge van het doel van de staking of ten gevolge van de omstandigheden. De Werkstaking is het door een aanmerkelijke groep personen in dienstbetrekking opzettelijk tijdelijk niet verrichten van de bedongen arbeid als dwangmiddel ter bereiking van een bepaald doel”. Voor Lenaerts lijkt het doel van de staking dus niet relevant voor de beoordeling van de wettigheid van de staking. Het Hof van Cassatie heeft dat weliswaar niet met zoveel woorden bevestigd doch heeft het bestaan van het stakingsrecht erkend zonder dit aan bepaalde voorwaarden te koppelen op het vlak van het met de actie nagestreefde doel.

Wanneer dit wordt doorgetrokken naar de actuele discussie over de geoorloofdheid van ‘politieke stakingen’ lijkt eender welk doel, en zelfs een louter politiek doel een staking of collectieve actie te kunnen rechtvaardigen.

Dit is m.i. echter eveneens te kort door de bocht. Het recht te staken mag dan een subjectief recht zijn en zelfs een grondrecht dat verankerd is in internationale verdragen zoals het Europees Sociaal Handvest en zelfs het Europees verdrag voor de bescherming van de rechten van de mens, dit betekent nog niet dat misbruik gemaakt mag worden van dit recht.

Juridisch beperkt het verbod op rechtsmisbruik de titularis van een welbepaald recht in de uitoefening ervan. Ruw geschetst komt het erop neer dat de rechtsuitoefening niet kennelijk onredelijk mag zijn. De uitoefening van het stakingsrecht met de uitsluitende bedoeling om iemand schade toe te brengen, of met de uitsluitende bedoeling om de samenstelling van de regering te beïnvloeden, zou hierbij als kennelijk onredelijk beschouwd kunnen worden. Of een staking tegen bepaalde overheidsmaatregelen als kennelijk onredelijk beschouwd wordt zal vermoedelijk niet door eenieder op dezelfde wijze worden beoordeeld en is genuanceerder.

Van belang is wel dat een staking tegen overheidsmaatregelen niet a priori als onwettig kan worden beschouwd, doch in concreto dient te worden beoordeeld of de aanwending van het stakingswapen al dan niet manifest onredelijk is.  De vraag of de staking van vandaag al dan niet het label ‘politieke staking’ verdient is derhalve voor de beoordeling van de wettigheid niet relevant. De wettigheid of rechtmatigheid van de actie is in concreto te beoordelen, en daarbij moet er rekening mee gehouden dat volgens het Belgisch recht deze toetsing slechts een marginale toetsing betreft, hetgeen inhoudt dat slechts bij manifeste onredelijkheid de inzet van het stakingswapen als onrechtmatig zou kunnen worden beschouwd.

Of daardoor de mensen die gestrand zijn in files, op perrons en in bushaltes hierdoor machteloos staan is daarmee nog niet gezegd. Zo kan men zich onder meer de vraag stellen of zij de overheid zelf niet kunnen aanspreken voor het leed dat zij hebben geleden….