Naar een wettelijke erkenning van de latrelatie

03/10/2017 | Fiscaal | Michel Maus
Dat de wereld om ons heen constant in evolutie is en verandert hoef ik u allicht niet te vertellen. De snelheid waarmee alles evolueert doet ons constant naar adem happen en stelt ons als maatschappij ook voor steeds groter wordende uitdagingen. Problemen als ecologie, mobiliteit en robotisering doen onze politici en beleidsmakers elke dag voor gigantische uitdagingen staan.
Maar het zijn niet alleen technologische ontwikkelingen die de maatschappij doen evolueren. Ook de manier waarop we met elkaar omgaan en met elkaar samenleven is in evolutie.

Steeds minder mensen gaan trouwen, steeds meer mensen scheiden, steeds meer mensen wonen ongehuwd samen en steeds meer mensen zijn single. Uit de statistieken van het Planbureau blijkt dat van de private huishoudens in 2000 in totaal 39 procent bestonden uit éénpersoonsgezinnen ( al dan niet met kinderen ), 52 procent uit gehuwden en 6 procent uit samenwonenden. In 2016 bedroeg dit percentage respectievelijk 44 procent éénpersoonsgezinnen, 41,2 procent gehuwden en 12,8 procent samenwonenden. Het Planbureau voorziet dat deze evolutie zich zal verder zetten zodat we in België in 2050 in totaal 51 procent éénpersoonsgezinnen zullen hebben, 31,6 procent gehuwden en 14,9 procent samenwonenden.

Onder de éénpersoonsgezinnen bevinden zich echter ook de personen die op zichzelf een gezin vormen, maar ook een duurzame relatie hebben met een andere persoon. Het gaat hier dan om personen met een zogenaamde latrelatie, waarbij LAT staat voor Living Apart Together. Bij een dergelijke relatie kiezen partners ervoor om met elkaar wel een duurzame relatie te onderhouden, maar toch apart te wonen. Dit kan verschillende oorzaken hebben. Het kan zijn dat mensen er bewust voor kiezen om een latrelatie te hebben, maar vaak is er ook een specifieke oorzaak voor de relatiekeuze. Dit kan te maken hebben met werkomstandigheden, met de problematiek van een nieuw samengesteld gezin en kinderen uit een vorige relatie, met een buitenlandse partner, met slechte voorgaande ervaringen, etc.

Uit de bevolkingscijfers blijkt dat in het Brussels Gewest 12 procent van de bevolking een latrelatie heeft, in Wallonië is dat 10,6 procent en in Vlaanderen 8,9 procent. Gemiddeld impliceert dit dat van alle relaties in België 9,8 procent een latrelatie is, hetzij één relatie op tien een.

Vandaar dat we een warm pleidooi moeten houden om van deze maatschappelijke realiteit ook een juridische realiteit te maken en dus moeten pleiten voor de erkenning van de duurzame latrelatie als wettelijke samenlevingsvorm, naast het huwelijk en de wettelijke samenwoning. Dit kan door personen met een duurzame latrelatie de mogelijkheid te geven om zich als dusdanig te registeren bij gemeente van één van beider woonplaats, net zoals dat het geval is met wettelijke samenwoning. De duurzaamheid van de relatie kan dan eventueel via getuigen bevestigd worden zoals bij een huwelijk.

Tevens kan dan een relatie-overeenkomst worden opgesteld met wederzijdse afspraken rond vermogen en erfenis. De wettelijke erkenning zou dan ook impliceren dat de partners op het vlak van successierechten met gehuwden worden gelijkgesteld en dus onderworpen worden aan de laagste successietarieven in geval van overlijden. Thans worden partners in een latrelatie voor de fiscus met vreemden gelijk gesteld waardoor de tarieven van de successierechten in Vlaanderen oplopen tot 65 procent en in Brussel en Wallonië zelfs tot 80 procent.

Het wordt dan ook stilaan tijd dat de overheid beseft dat een duurzame liefdesrelatie niet noodzakelijk hetzelfde dak behoeft en daar de wettelijke erkenning aan geeft.

Afstand betekent immers niet veel, wanneer iemand voor een ander heel veel betekent. Wie zijn wij om dat tegen te spreken?

Zie ook Radio 1