Regering vergroot kloof tussen belastingplichtige en fiscus

22/09/2017 | Fiscaal | Michel Maus
In het regeerakkoord staat dat extra aandacht zal worden besteed aan het versterken van het wederzijdse vertrouwen tussen de belastingplichtigen en de fiscus. De regering lijkt dat te zijn vergeten, getuige enkele recente fiscale beslissingen.
Het is me wat met dat Zomerakkoord. Nu de eerste euforie is weggeëbd, wordt hoe langer hoe duidelijker dat je geen omelet kunt bakken zonder eieren te breken. Met andere woorden: de spectaculaire verlaging van de vennootschapsbelasting zal er niet vanzelf komen en moet budgettair gecompenseerd worden. Dat mogen we vrij letterlijk nemen, want met stukken en brokken worden de kleine lettertjes van het Zomerakkoord zichtbaar. En daar zitten enkele verraderlijke angels in.

Eerder raakte al bekend dat de regering van plan is vennootschappen en zelfstandigen die te weinig belastingen vooraf hebben betaald daar zwaarder voor te straffen. Dat dergelijke maatregelen niet overal in goede aarde vallen is duidelijk.

Maar daarmee is de kous niet af, want deze week raakte bekend dat de regering geen fiscale aftrekken meer gaat toestaan op belastingsupplementen die worden gevestigd na een belastingcontrole. Volgens de regering is nu sprake van een oneerlijke situatie als een vennootschap na een fiscale controle een belastingsupplement krijgt opgelegd, maar ze dat supplement niet betaalt omdat de vennootschap nog beschikt over overdraagbare verliezen.

Concreet impliceert dat dat een vennootschap volgens de regering altijd vennootschapsbelasting moet betalen als de fiscale controleur het mes zet in fiscale aftrekposten, zelfs als de vennootschap nog beschikt over een rugzak met overdraagbare verliezen uit het verleden. De regering verduidelijkt dat de maatregel zowel voor kmo’s als voor multinationals geldt.

Als bij een fiscale controle een discussie ontstaat over het al dan niet beroepsmatige karakter van pakweg een cursus mindfulness of over de prijzenpolitiek van een dochteronderneming, dan heeft een vennootschap het vlaggen. De belastingsupplementen die uit de controle voortvloeien zullen altijd belast worden, ook als de vennootschap die supplementen volledig kan neutraliseren met overdraagbare verliezen.

Maar geen nood. Het kabinet Financiën wijst erop dat er uitzonderingen zijn voor belastingplichtigen die te goeder trouw zijn en voor kwesties waarover er principiële discussies bestaan.
 
Kortzichtig
 
Er is één groot probleem. Het is aan de belastingcontroleur om te bepalen of een discussie een principieel karakter heeft en of hij de goede trouw van de belastingplichtige aanvaardt. Veel illusies hoeven we ons daarover niet te maken.

Dat dat een vrij bedenkelijke en kortzichtige maatregel is, valt niet te ontkennen. Niet elke situatie van een vennootschap met overdraagbare verliezen is per definitie oneerlijk. Waarom zou dat oneerlijk zijn? Als de fiscus een belastingsupplement vestigt, dan wordt een eventueel overdraagbaar verlies kleiner en zal de vennootschap naar de toekomst toe vlugger weer belasting moeten betalen op de gemaakte winst.

Op langere termijn maakt dat budgettair geen euro verschil. Waar het wel een verschil maakt, is in de snelheid waarmee de overheid over belastingcenten kan beschikken. Als men nu bij elk belastingsupplement effectief reeds gaat belasten, zal de fiscus vlug centen zien, maar verder blijft het overdraagbare verlies in de rugzak van de vennootschap zitten en kan het de toekomstige winsten neutraliseren.

Met die nieuwe maatregel wint of verliest de fiscus eigenlijk niets. Het enige jammerlijke resultaat is dat vennootschappen en de fiscale administratie bij een fiscale controle nog strijdlustiger tegenover elkaar zullen staan.

Het lijkt dat de regering stilaan is vergeten wat ze in haar eigen regeerakkoord heeft neergeschreven. Daar staat dat de regering ‘bijzondere aandacht zal besteden aan het versterken van het wederzijdse vertrouwen tussen de belastingplichtigen en de belastingadministratie, in het bijzonder de controlediensten’.

Het is duidelijk dat de ingrepen van de regering geenszins aan deze doelstelling beantwoorden, maar wel de kloof tussen de fiscus en de belastingplichtige vergroten. Het wordt dan ook hoog tijd dat de regering dit inziet en werk maakt van de beloofde taxificatie.

En wat de fiscus betreft, in plaats van de cursus mindfulness voor de bestuurder van een vennootschap als beroepskosten te verwerpen, zou de fiscus beter zelf eens zo’n cursus volgen. De fiscale wereld zou er dan zo veel beter uitzien.
 
 

Zie ook De Tijd