Forewarned is forearmed

13/07/2017 | Fiscaal | Michel Maus
Een van de belangrijkste politieke gebeurtenissen van deze eeuw is de brexit. Nadat de Britten vorig jaar in een referendum hadden beslist de Europese Unie te verlaten, heeft Groot-Brittannië op 29 maart het artikel 50 van het Verdrag van Lissabon geactiveerd. Wie denkt dat de brexit enkel gevolgen heeft voor de financiering van de Europese Unie en de handel tussen Groot-Brittannië en het Europese vasteland, heeft het verkeerd. De uitstap van de Britten heeft ook heel wat fiscale gevolgen, en die zijn niet te onderschatten. Ondernemingen die in de Europese Unie zijn gelegen en handeldrijven met Britse ondernemingen, hebben belangrijke belastingvoordelen. Als Groot-Brittannië straks uit de Europese Unie stapt, bestaat het risico dat die verloren gaan.
Voor Belgische ondernemingen is de btw een eerste belangrijk probleem. Sinds 1992 is de Europese Unie een eengemaakte markt. Maakt Groot-Brittannië daar na de brexit geen deel meer van uit, dan is ook het btw-systeem niet meer van toepassing en zijn er invoerrechten verschuldigd bij de levering van goederen naar Groot-Brittannië en het Europese vasteland. Als een Belgische onderneming diensten levert aan een Brits bedrijf of een Britse particulier, moet ze in Groot-Brittannië in beginsel omzetbelasting betalen.

Bovendien is er de moeder-dochterrichtlijn, die bepaalt dat dividenden tussen moeder- en dochtervennootschappen in de Europese Unie in principe fiscaal vrijwel volledig zijn vrijgesteld en niet onderworpen zijn aan een bronheffing. Ook die regeling houdt op te bestaan als Groot-Brittannië uit de Europese Unie stapt.

Na de brexit is Groot-Brittannië niet meer gebonden door de Europese regels voor overheidssteun en kan het vrij met allerlei fiscale gunstregimes buitenlandse investeringen aantrekken, zonder dat het nog door de Europese Commissie op de vingers wordt getikt. Daar ligt voor Groot-Brittannië wellicht de grootste kans.

Maar niet alleen ondernemingen zullen de gevolgen van de brexit ondervinden. Ook Belgische particulieren moeten zich aanpassen. Voor de personenbelasting zijn veel fiscale voordelen gekoppeld aan de Europese Unie. Zo geldt de vrijstelling van 1880 euro voor intresten op een spaarboekje enkel voor rekeningen bij een bankinstelling in de Europese Unie. En wie een aandelenparticipatie van meer dan 25 procent verkoopt aan een niet-EU-onderneming, moet daarop in ons land meerwaardebelasting betalen.

Ook voor belastingverminderingen heeft de brexit gevolgen. De vermindering voor het langetermijnsparen, de woonbonus, de premies voor een groepsverzekering en het pensioensparen zijn gekoppeld aan de voorwaarde dat een hypothecaire lening of een verzekering is afgesloten met een instelling die is gevestigd in de Europese Unie. Hetzelfde geldt voor giften aan culturele of wetenschappelijke instellingen, die aftrekbaar zijn op voorwaarde dat de begiftigde instelling in de Europese Unie is gelegen.

Zelfs voor andere belastingen zijn er repercussies. De successierechten bijvoorbeeld, waar de gunstregeling voor familiale ondernemingen en aandelen van een familiale vennootschap is beperkt tot ondernemingen die in de Europese Unie zijn gelegen. Ook de verlaagde tarieven of de vrijstelling voor legaten aan publieke rechtspersonen en vzw's zijn beperkt tot rechtspersonen gelegen in de Europese Unie. Omgekeerd bepaalt de Vlaamse en de Brusselse successiewetgeving dat de erfgenamen van een niet-Belgische rijksinwoner met onroerend goed in België enkel kosten, onder meer van een lening, in mindering kunnen brengen als de overledene een EU-inwoner was.

Het is verstandig op die veranderingen nu al te anticiperen. Forewarned is forearmed, zoals de Britten zeggen.
 

Zie ook Trends