Turteltaks: ieder z’n puupe en ieder z’n toebak

28/06/2017 | Fiscaal | Michel Maus
De Vlaamse regering kreeg deze week een koude douche. Het Grondwettelijk Hof besliste immers tot de vernietiging van de fel gecontesteerde Turteltaks. Op zich is deze vernietiging niet zo verassend omdat de Turteltaks reeds van in den beginne zwaar juridisch werd bekritiseerd.
Een van de kritieken was dat een Vlaamse belasting op het elektriciteitsverbruik juridisch onmogelijk is omdat het elektriciteitsverbruik reeds met een federale  heffing wordt belast. Om dit probleem te omzeilen had de Vlaamse regering gekozen voor een belasting per afnamepunt maar met een tarief gekoppeld aan het verbruik. Het Grondwettelijk Hof heeft deze truuk nu doorzien en oordeelt dat de Turteltaks een verboden dubbele belasting is, die niet kan worden gecombineerd met een federale elektriciteitsheffing gekoppeld aan het elektriciteitsverbruik. Het Grondwettelijk Hof besliste dan ook tot de vernietiging van de Turteltaks, maar stelde daarentegen wel dat de heffing behouden kon blijven voor de heffingsjaren 2016 en 2017.
 
Het Turteltaks-arrest toont onmiskenbaar aan hoe moeilijk het voor de gewesten is om in ons land een rechtlijnig fiscaal beleid te voeren. De gewesten mogen dan sinds de zesde staatshervorming wel wat meer fiscale autonomie hebben, zij botsen steevast op de eigen bevoegdheidsbeperkingen. De wetgeving rond de financiering van de gemeenschappen en de gewesten voorziet immers dat de gewesten geen belastingen kunnen heffen op materies die reeds federaal belast worden. Het Turteltaks-arrest toont aan dat dit niet rechtstreeks kan, maar ook niet onrechtstreeks via een belasting op afnamepunten met een tarief gekoppeld aan het verbruik van elektriciteit.
 
De gewesten zullen dus moeten beseffen dat tussen politieke droom en daad federale belastingwetten in de weg staan. Zij zullen dus moeten leren leven met de stelregel van de legendarische oud-premier Achille Van Acker: “ieder z’n puupe en ieder z’n toebak”. En de Turteltaks is op dat vlak niet het enige probleem. Ook op andere domeinen leidt de versnippering van fiscale bevoegdheden tot misbaksels die vroeg of laat naar fiasco’s zullen leiden. Zo is er bijvoorbeeld de onroerende voorheffing, die een gewestelijke belasting is op basis van het kadastraal inkomen. Op zich niets bijzonders ware het niet dat ook de federale personenbelasting datzelfde kadastraal inkomen belast en er hier dus eveneens dubbele belasting ontstaat.
 
En hoe moet het nu verder? Wel de Vlaamse regering zal op zoek moeten gaan naar alternatieven voor de Turteltaks en dit zonder op het terrein van de federale overheid te komen. Want let’s face it, met de vernietiging van de Turteltaks is de put van de groenestroomcertificaten nog altijd even diep.
 
En hoe zit het dan met de onterecht betaalde Turteltaks? Wel in principe stelt de wetgeving op het Grondwettelijk Hof dat de burgers bij een vernietiging van een wettelijke norm het recht hebben om gedurende zes maanden een bezwaarprocedure in te stellen en bijvoorbeeld onterecht geïnde belastingen terug te vorderen. Maar die bepaling wordt nu door het Grondwettelijk Hof zelf buiten spel gezet in het Turteltaks-arrest door te beslissen dat de gevolgen van de Turteltaks gehandhaafd moeten worden voor de heffingsjaren 2016 en 2017. In feite komt dit er op neer dat het Grondwettelijk Hof de Turteltaks enkel voor de toekomst heeft vernietigd, maar niet voor het verleden.
 
En de vraag is of we ons daar als burgers bij moeten neerleggen. Het feit dat de Turteltaks nietig werd bevonden om reden dat de Vlaamse regering zich onterecht heeft begeven op het terrein van de federale overheid impliceert wel dat de burgers onterecht werden belast. En dat is een inbreuk op het recht op eigendom uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. De overheid kan afbreuk doen aan dit recht op eigendom onder meer voor belastingheffing, maar dan moet er wel een wettelijke grondslag voor zijn. En net dat is nu het probleem met de Turteltaks, de wettelijke grondslag werd vernietigd door het Grondwettelijk Hof.
 
Indien een mensrecht wordt geschonden voorziet het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens dat iedereen dan het recht moet hebben op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie. Door de gevolgen van de Turteltaks echter te handhaven voor de heffingsjaren 2016 en 2017 gaat het Grondwettelijk Hof de burgers het recht ontzeggen op een daadwerkelijk rechtsmiddel voor een nationale instantie. En dat schendt het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, dat voorrang heeft op ons nationale recht.
 
De kans is vrij groot dat burgers dit argument gaan gebruiken om schadevergoeding te vorderen. En van wie? Wel zowel van de Vlaamse overheid als van de Federale Overheid. De schending van het recht op eigendom is een fout van de Vlaamse Overheid, maar het niet toekennen van een daadwerkelijk rechtsmiddel is een fout van de Federale Overheid want het Grondwettelijk Hof is een federale instantie. En zo kan het Turteltaks-debacle onverwacht nog een communautair kantje krijgen.