De fiscus als roommate

01/06/2017 | Fiscaal | Michel Maus
Delen wordt belangrijker in onze samenleving. Het door de overheid georganiseerde delen van auto's en fietsen is al in heel wat steden ingeburgerd. Ook de deeleconomie vindt hoe langer hoe meer haar plaats in onze maatschappij. Internetplatformen zoals Uber en Airbnb zorgen voor een soort van economisch georiƫnteerde vorm van solidariteit. Of die een hype of een echte maatschappelijke evolutie is, moet de tijd uitwijzen.
Het hoeft niet te verwonderen dat die trend ook tot uiting komt in de manier waarop mensen wonen. Deels door de hogere woningprijzen en de stijgende nutsfacturen wordt druk gezocht naar alternatieven om wonen betaalbaar te houden en de beschikbare woon- en leefruimte optimaal te benutten. Dat heeft ertoe geleid dat er nieuwe woonstructuren zijn ontstaan, die het collectieve gebruik van gemeenschappelijke leefruimtes maximaliseren. Daarvoor bestaan verscheidene formules, die allerlei hippe namen hebben gekregen, zoals cohousing, Abbeyfield-wonen of friends-wonen. Daarnaast leiden de stijgende kosten voor de opvang van zorgbehoevende mensen ertoe dat ook daar naar alternatieven wordt gezocht. Het zorgwonen, waarbij verscheidene generaties van een familie in dezelfde woning huizen, vindt hoe langer hoe meer ingang.

Maar tussen droom en daad staan heel wat fiscale wetten in de weg. En wie de moeite neemt stil te staan bij de fiscale analyse van alternatieve woonvormen, kan enkel concluderen dat ons recht achteroploopt en niet is aangepast aan die alternatieve woonvormen. Daar moet dringend verandering in komen.

Bij collectief wonen of cohousing, kopen mensen gezamenlijk of via een vennootschapsstructuur een onroerend goed, dat ze inrichten als een woning met individuele woonentiteiten en met gemeenschappelijke leef- en ontspanningsruimtes, zoals een tuin, een bibliotheek, een zwembad, een garage en gastenverblijven. Op zich lijkt dat een interessante formule, maar er duiken toch hindernissen op, zoals een dubbele belasting. Er is een verkooprecht verschuldigd bij de aankoop van het onroerend goed, en na het bouwen of verbouwen moet nog eens een verkooprecht of een verdeelrecht worden betaald bij de toewijzing van een woonruimte aan een deelgenoot.

De deelgenoten riskeren ook fiscale voordelen mis te lopen. Als een groep mensen gezamenlijk een onroerend goed koopt om dat om te vormen tot een collectief woonproject, hebben ze individueel recht op bijvoorbeeld een abattement - een voetvrijstelling voor de registratierechten. In het Vlaams Gewest kan die oplopen tot 30.000 euro, in Brussel zelfs tot 175.000 euro. Maar als het onroerend goed na het bouwen of verbouwen opnieuw wordt verdeeld, dreigen ze hun voordeel te verliezen. Hetzelfde geldt ook voor het klein beschrijf en de meeneembaarheid van de registratierechten.

Ook wie zijn woning omvormt tot een zorg- of kangoeroewoning is het beste bij de zaak. Wie een aparte woonentiteit in zijn woning inricht voor zijn hulpbehoevende moeder of vader, moet er rekening mee houden dat het kadastraal inkomen van de woning omhooggaat. Dat wil zeggen dat de onroerende voorheffing stijgt, terwijl er geen enkel fiscaal voordeel is voor de renovatiekosten. De enige uitzondering zijn de leningskosten, die in Vlaanderen in aanmerking komen voor de geïntegreerde woonbonus.
 
 
Daartegenover staat dat de fiscus wel aanvaardt dat u de zorgkosten van het zorgwonen als een onderhoudsuitkering kunt recupereren. De fiscus aanvaardt dat u onderhoudsuitkeringen in natura betaalt door een woonst ter beschikking te stellen. De administratie beschouwt de huurwaarde van de woonst dan als onderhoudsuitkering. Die kunt u voor 80 procent van uw inkomen in mindering brengen in de personenbelasting. Die regel geldt enkel voor uw zorgbehoevende ouders, en bijvoorbeeld niet als uw broers of zussen, uw feitelijk samenwonende partner en zijn ouders, of uw beste vriend of vriendin zorgbehoevend is geworden.

Nieuwe technologie, nieuwe woonvormen, ze zorgen ervoor dat de maatschappij zich moet aanpassen - ook fiscaal. Fiscaliteit moet vooruitgang stimuleren, en dat doet ze bij de nieuwe woonvormen niet. Integendeel zelfs. Dus, politici: er is werk aan de winkel.

Zie ook Trends