Het asociale gelaat van de fiscus

27/04/2017 | Fiscaal | Michel Maus
De federale overheidsdienst Financiën maakte vorige week bekend dat de fiscus vorig jaar 71.961 belastingplichtigen heeft beboet, omdat ze hun belastingaangifte niet of te laat hadden ingediend. De dienst lijkt blij te zijn met dat aantal: het waren 15.000 boetes minder dan in 2015. Het aantal belastingplichtigen dat vorig jaar in gebreke is gebleven, is gezakt tot onder 3 procent, tegenover nog 3 à 3,5 procent in de periode 2012-2014 en zelfs 4,8 procent in 2010.
De dienst stelt dat die lagere cijfers een gevolg zijn van de strengere en meer gedisciplineerde aanpak van de fiscus, die een nultolerantie hanteert. Wie geen aangifte indient, wordt altijd bestraft. Daarvoor volgt de fiscus een geautomatiseerde procedure. De belastingplichtige krijgt eerst een officiële mededeling en daarna een herinneringsbrief met de dreiging van een forse boete. Wie daar niet op reageert, ontvangt een laatste aanmaning, voordat hij echt wordt beboet.

Wie zijn belastingaangifte vergeet en niet reageert op de aanmaningen, moet een administratieve boete tussen 50 en 1250 euro betalen. Daarbovenop kan een belastingverhoging van 10 tot 200 procent komen op het niet aangegeven bedrag en een aanslag van ambtswege, waarbij de fiscus belast op basis van de gegevens die hij bezit. Niet zonder enig cynisme stelt de woordvoerster van de federale overheidsdienst Financiën dat, ondanks die waarschuwingen, er nog tienduizenden "vergeetachtige" belastingplichtigen zijn die een boete hebben gekregen.

De wijze waarop de fiscus die belastingplichtigen behandelt en daarover communiceert, toont eens te meer aan hoezeer de dienst is vastgeroest in een algemeen conflictmodel. Begrippen zoals 'zero tolerance' zijn misschien gepast voor drugsmisdrijven en terrorisme, maar niet voor overtredingen van de fiscale aangifteplicht. Tussen die onwillige belastingplichtigen zullen ongetwijfeld een hoop fiscale fraudeurs zitten, maar eveneens duizenden mensen die helemaal geen slechte bedoelingen hebben. Velen zijn door omstandigheden korte of lange tijd niet in staat hun administratieve verplichtingen na te komen. Mensen die ernstig ziek zijn geworden, die door een burn-out of een rouwproces gaan, die in een zware depressie zijn beland of dement zijn, zijn vaak niet in staat hun aangifte in te dienen.

Moeten we die mensen dan nog dieper in de miserie steken en hen met allerlei fiscale boetes opzadelen? De fiscus vindt van wel. Door het geautomatiseerde systeem van herinneringen en aanmaningen vindt de dienst dat iedereen kansen genoeg krijgt om te reageren. Dat ze op basis van haar eigen gelijk voort blijft redeneren, zonder oog te hebben voor de mens achter de belastingplichtige, is schrijnend. Het zou logisch zijn dat belastingplichtigen die geen aangifte hebben ingediend, eerst een fiscale controleur over de vloer krijgen, om de situatie te onderzoeken. Als dan blijkt dat de belastingplichtige door omstandigheden, zoals een depressie, niet in staat is zijn fiscale verplichtingen na te komen, moet de fiscus geen boete sturen, maar een sociaal assistent.

Zo'n logica is bij de fiscus allang verleden tijd. Wie de VRT-reeks De fiscus heeft gezien, heeft ook al kunnen vaststellen hoe argwanend en bevooroordeeld de fiscale ambtenaren belastingplichtigen behandelen. En je kunt het hen zelfs niet kwalijk nemen. Gesteund door de politiek en de magistratuur blijven ze verder kiezen voor het conflictmodel. Dat leidt tot een starre geautomatiseerde administratie, waar de menselijkheid steeds verder weg is.

Een verdwaalde minister van Financiën heeft in een recent verleden eens gepleit voor een 'taxificatie', om de kloof tussen de fiscus en de belastingplichtigen te dichten. De werkgroep Fiscaal Correct heeft daar zelfs een plan voor uitgewerkt. In 2017 kunnen we enkel maar vaststellen dat daarvan nog altijd geen werk is gemaakt. Met wat meer menselijkheid zou de fiscale wereld nochtans zo veel mooier zijn.

Zie ook Trends