Bericht aan de slachthuizen: zet alstublieft uw beesten buiten

28/03/2017 | Sociaal | Joris De Wortelaer
De beelden zijn weerzinwekkend. Iedereen was voor de zoveelste keer getuige van totaal onaanvaardbare vormen van dierenmishandeling. Varkens worden levend verbrand. Onverdoofd gekeeld. Weerloos gemolesteerd. Dit door werknemers-beulen.
Ditmaal is het slachthuis van Tielt van de partij. De reeks van dergelijk gedragingen is lang, en onaanvaardbaar pijnlijk. Dikke pluim voor Animal Rights dat de durf had om dergelijke beelden niet alleen in een beveiligd milieu te capteren, maar ook te verspreiden. Zelfs de woordvoerder van de federatie van slachthuizen vindt het ondertussen welletjes.

En nu? Tijd voor actie natuurlijk.

Vast staat dat dergelijk gedrag totaal onaanvaardbaar is. Eerst moet effectief worden uitgezocht wie de schuld draagt. Blijkbaar was deze verwerpelijke methodiek binnen de bedrijfsmuren voldoende gekend. Hoe kan dit anders? Vandaar dat men zich in de eerste plaats ernstige vragen dient te stellen met betrekking tot de handel en wandel van de bedrijfsleiding. In dergelijke omstandigheden zijn zowel het actief stimuleren als het louter gedogen van extreme vormen van dierenmishandeling uiterst laakbaar. Er is maar één uitweg voor de verantwoordelijken: de deur.

Mocht blijken dat de bedrijfsleiding, hoe verassend wellicht ook, geen schuld treft, dan loopt de arbeidsrechtelijke story verder.

Als de desbetreffende werkgevers deze problematiek au sérieux nemen dan is het hoog tijd voor actie. Zelfs Delhaize heeft blijkbaar onmiddellijk haar commerciële relaties met de betrokken uitbating stopgezet. Financieel kan dat tellen.

De grote vraag is natuurlijk hoe de betrokken werkgevers reageren. De arbeidsrechtelijke logica gebiedt dat in dergelijke gevallen de werkgever minstens de morele plicht heeft om de betrokken werknemers-beulen wegens dringende reden te ontslaan. Wie als werkgever de aanwezigheid van dergelijke werknemers – en dit geldt trouwens ook voor diegenen die de andere kant opkeken - duldt, moet zich ernstig beginnen vragen stellen over diens eigen beroepsethiek, en aan de maatschappij komen uitleggen waarom in dergelijke omstandigheden de verdere samenwerking met de betrokkenen niet onmiddellijk en onherroepelijk onmogelijk werd. En laat de discussie van de Privacy commissie over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de slachters (letterlijk) best even achterwege. Er is genoeg rechtspraak dat dergelijke beelden wel degelijk ter motivering van een ontslag wegens dringende reden gehanteerd kunnen worden.

Maar er is meer natuurlijk.

De betrokken werknemers veroorzaakten een enorme financiële schade voor de desbetreffende sector en werkgevers. Concreet biedt artikel 18 van de Arbeidsovereenkomst de mogelijkheid om de integrale schade op de betrokkenen te verhalen. Dit komt erop neer dat de gewezen werknemers voor de volledige schade kunnen opdraaien. Vandaar dat het uitermate belangrijk is als afnemer een duidelijke correlatie te leggen tussen dierenleed en het verbreken van elke commerciële samenwerking met de betrokken slachthuizen. In dergelijke hypothese is de causaliteit tussen de zware fout en de schade gemakkelijk aantoonbaar. Ook dit is een cruciaal luik van ethiek en maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het is duidelijk dat charters en beleidsverklaringen elke doeltreffendheid missen. Doekjes voor het bloeden. Kost niks en is gemakkelijk implementeerbaar, zonder u er in de praktijk een zier van aan te trekken. Hopelijk leggen de betrokken werkgevers en aandeelhouders een verklaring af over de maatregelen, die zij getroffen hebben. Indien na drie dagen de betrokken werknemers nog op dezelfde werkvloer rondlopen, dan weten we genoeg.