Week van de Vrijwilliger: Part 1: Bestuurders van VZW’s in het nauw door hoge rechtsonzekerheid inzake de toepasselijkheid van de sociale wetgeving op vrijwilligers

07/03/2017 | Sociaal | Joris De Wortelaer
De Vrijwilligerswet munt niet onmiddellijk uit van haar juridische schoonheid. Zoveel is duidelijk. Maar voor wat sommige aspecten betreft, is de concrete toepassing van deze wet ronduit gevaarlijk. Vooral voor bestuurders van VZW’s. De Vrijwilligerswet kan de morele en financiële gezondheid van hen immers aanzienlijk schaden.
Waar zit het probleem?

Grote rechtsonzekerheid op het vlak van de concrete toepassing van het arbeidsrecht kenmerkt het actuele statuut van de vrijwilliger. Deze onzekerheid vindt haar oorsprong in de parlementaire ontstaansgeschiedens van de Vrijwilligerswet, waar de oorspronkelijke zienswijze om de toepassing van het arbeidsrecht quasi volledig uit te sluiten, in extremis werd verlaten.

Een meer gedetailleerde analyse toont echter aan dat de Vrijwilligerswet in haar actuele redactie tot de toepassing van een zeer groot gedeelte van het arbeidsrecht aanleiding geeft.

Hoe zit deze vork aan de steel?
 
De basisgedachte achter deze toepassing gaat uit van de vaststelling dat verschillende bepalingen van het arbeidsrecht ook van toepassing zijn op de zogenaamde met werknemers gelijkgestelde personen. Concreet ressorteren “de personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon” onder de belangrijkste arbeidsrechtelijke regelgeving. Zo wordt verwezen naar oa de Arbeidswet, de Arbeidsreglementenwet, de CAO-wet, de Loonbeschermingswet, de Feestdagenwet, de Sociale Documentenwet, de Welzijnswet, het betaald educatief verlof, de … . Talrijke aspecten ressorteren bovendien onder de bevoegdheid van oa de vakbondsafvaardiging, de ondernemingsraad en het preventiecomité, waardoor het vrijwilligersstatuut voortaan deel zou uitmaken van het sociale overleg in brede betekenis, hetgeen geenszins de oorspronkelijke bedoeling was.

Niettemin loopt het erg mank met deze wetgeving en leidt het gebruik ervan tot grote risico’s. Vrijwilligers zijn nu eenmaal “personen die, anders dan krachtens een arbeidsovereenkomst arbeid verrichten onder het gezag van een ander persoon. Bijgevolg zijn een hele reeks aan sociale spelregels wel degelijk van toepassing, waaronder de Arbeidswet, de Loonbeschermingswet, de CAO-wet … . De toepassing van deze regelgeving oogt natuurlijk catastrofaal voor de toepassing van het vrijwilligersstatuut. Bye bye flexibiliteit inzake arbeidsduur. Pas de beperkingen inzake overuren en zondagarbeid maar toe. Vergeet de beperkingen voor de tewerkstelling op feestdagen niet. Begin alvast maar alle genummerde cao’s van de nationale arbeidsraad op de vrijwilligers toe te passen. En dan is er natuurlijk ook de welzijnswet in al haar aspecten. Wie een uit de kluiten gewassen barbeque met vrijwilligers organiseert, maakt best alvast een afspraak met de preventieadviseur voor een risicoanalyse en een preventieplan. En dit is maar de top van de ijsberg.
 
Paniek bij de bestuurders?

Tja elke métier heeft zijn risico’s, maar dit verhaal kan ongekende proporties aannemen. Bij gebrek aan inachtneming van deze sociaalrechtelijke regelgeving ontstaan talloze inbreuken op de bepalingen van het sociaal strafwetboek. En laat nu net de bestuurders hiervoor meestal persoonlijk aansprakelijk zijn.
Of vertrouwt er iemand op het gedoogbeleid van de regelgever? Ook bij een rechtsvordering ingesteld door een ontevreden vrijwilliger, of als het parket tussenkomt?
Laat ons maar zeer snel werk maken van de aanpassing van deze regelgeving. Ongelukken liggen op de loer.

Is dit ondertussen oplosbaar?

Moeilijk, want deze regelgeving is meestal van dwingend recht, waardoor er tijdens de uitvoering van de overeenkomst niet van kan worden afgeweken. Beperkte juridische veiligheidsmechanismen inbouwen is wel mogelijk, maar een volledige indekking tegen deze risico’s is niet mogelijk. Vandaar het advies om deze veiligheidsmechanismen toch in te bouwen.