De meerwaarde van de meerwaarde

09/02/2017 | Fiscaal | Michel Maus
Het beloven spannende fiscale weken te worden, nu de regering heeft aangekondigd in februari te willen landen met de hervorming van de vennootschapsbelasting. Het is de hoogste tijd dat daar duidelijkheid over komt.
De hamvraag die zich echter stelt of deze hervorming nu al dan niet gepaard zal gaan met de invoering van een algemene meerwaardebelasting op aandelen in de personenbelasting. De invoering van een meerwaardebelasting is immers een eis van regeringspartij CD&V. Vorige week raakte bekend dat het Rekenhof heeft berekend dat deze belasting op kruis­snel­heid 465 mil­joen euro bij­ko­men­de fiscale ont­vang­sten kan opleveren. Maar CD&V wil echter voorzien in een vrijstelling voor de klei­ne be­leg­gers en de kmo’s en enkel de grote ka­pi­ta­len vi­se­ren. In dit geval kan de meerwaardebelasting variërend tus­sen de 20 en 88 mil­joen euro aan bij­ko­men­de ont­vang­sten opleveren.
 
De invoering van een meerwaardebelasting op aandelen botst echter op heel wat protest in ondernemersmiddens, en de vraag is of dat eerder emotionele protest wel rationeel is verantwoord. Een van de meest gehoorde kritieken is dat inkomsten van aandelen nu reeds zwaar belast worden. Vennootschapswinst wordt immers eerst belast in de vennootschapsbelasting aan 34% en vervolgens is er bij de uitkering van de netto winst van de vennootschap aan de particuliere aandeelhouder nog eens 30% dividendbelasting. Met andere woorden als men 100.000 euro vennootschapswinst aan de particuliere aandeelhouders wil uitkeren zullen zij netto 46.200 euro ontvangen, de rest van de winst is wegbelast. Daar bovenop nu ook nog eens een meerwaardebelasting moeten slikken als de aandelen met winst worden verkocht is er voor velen te veel aan.
 
Maar is deze kritiek rationeel wel correct en moeten we deze problematiek niet anders benaderen? Iedere ondernemer zal akkoord zijn met de stelling dat het de focus moet zijn van elke regering om de economie te stimuleren. Een van de beste manieren om dit te doen is om ondernemingen zo laag mogelijk te belasten. Immers hoe meer winst ondernemingen na belasting overhouden, hoe meer middelen zij hebben om te investeren en om werkgelegenheid te creëren. Vandaar dat het regeringsvoornemen om het tarief van de vennootschapsbelasting naar 20% te brengen enkel maar kan worden aangemoedigd en wat mij betreft zelf nog niet ver genoeg gaat.
 
Maar een dergelijk beleid heeft natuurlijk wel een budgettaire prijs. Het substantieel verlagen van het tarief van de vennootschapsbelasting kan niet zonder budgettaire compensatie. En ergens is het logisch dat deze compensatie fiscaal bij de aandeelhouder wordt gezocht. Immers indien de vennootschap door het lagere tarief in de vennootschapsbelasting meer winst overhoudt, kan er ook meer netto winst als dividend worden uitgekeerd aan de aandeelhouder. En om budgettair neutraal te zijn moeten dividenden dan zwaarder worden belast. Deze stap heeft de regering al gezet met de verhoging van de roerende voorheffing van 27 naar 30%. 
 
En wat dan met de meerwaarden op aandelen? Wel het lijkt logisch dat meerwaarden op aandelen ook worden belast om de fiscale gelijkheid van aandeelhouders te respecteren. Wie als aandeelhouder de vennootschapswinst als dividend laat uitkeren moet 30% dividendbelasting betalen. Wie als aandeelhouder echter de vennootschapswinst in de vennootschap aanhoudt en niet als dividend uitkeert zal de opgebouwde winstreserve bij een latere verkoop van de aandelen uiteraard zien meegerekend worden in de waarde van de aandelen. De meerwaarde die hierdoor voor de aandeelhouder ontstaat is thans behoudens enkele specifieke uitzonderingen nog steeds principieel vrijgesteld en dat doet een fiscale ongelijkheid tussen aandeelhouders ontstaan. Door dividenden en meerwaarden op aandelen fiscaal gelijk te behandelen wordt deze discriminatie weggewerkt en ontstaat er ook een grotere fiscale pot waardoor het tarief van de roerende voorheffing kan dalen naar een aanvaardbaar niveau voor iedereen. More is less is hier de boodschap.
 
Particuliere aandeelhouders moeten dan ook uit hun loopgraven komen en de meerwaardebelasting proberen positief te benaderen. We moeten met zijn allen beseffen dat de fiscale logica moet worden omgedraaid. Het is niet de meerwaarde op aandelen die moet vrijgesteld worden, maar in tegendeel de bedrijfswinst zelf. Daar moet naar gestreefd worden, want daar zit de meerwaarde voor de economie. Bedrijven financiële armslag geven zodat zij opnieuw kunnen floreren en de economie wordt gestimuleerd. Door een globale meerwaardebelasting in te voeren voor iedereen, klein of groot, kan de regering nog meer ruimte maken om de vennootschapsbelasting te verlagen. Op termijn wordt iedereen daar beter van, dat moet de bedoeling zijn van een fiscale hervorming.



Zie ook Trends van 16 februari 2017