4 redenen waarom alleenwoners fiscale paria's zijn

07/12/2016 | Fiscaal | Michel Maus
Journaliste Lisbeth Imbo heeft een gevoelige snaar geraakt met haar uitspraak in "De Afspraak" dat ze als alleenwoner "geen korting vraagt, wel een eerlijke belasting". Zo blijkt uit het aantal lezers. Fiscaal expert Michel Maus zoekt uit of alleenwoners inderdaad gediscrimineerd worden. Zijn besluit: "Alleen is maar alleen, ook fiscaal."
Onze maatschappij is constant in evolutie en dat geldt ook voor onze bevolking. In dit verband kan bijvoorbeeld worden vastgesteld dat het aantal eenpersoonsgezinnen in stijgende lijn zit.

Volgens de studiedienst van de Vlaamse regering telde Vlaanderen in 1997 614.000 eenpersoonsgezinnen. In 2008 was dit aantal al gestegen tot 770.000, in 2014 tot 820.000 en er wordt voorzien dat dit aantal verder zal toenemen tot 934.000 eenheden in 2028.

Dit betekent dat het aantal alleenwoners in Vlaanderen op 30 jaar tijd met meer dan 50% zal zijn gestegen.

Het toenemend aantal alleenwoners doet uiteraard ook heel wat maatschappelijke vragen rijzen. Niemand zal ontkennen dat het leven duurder wordt en het is duidelijk dat deze problematiek des te meer doorweegt voor alleenwoners die individueel alle levenskosten moeten dragen.

Ondanks het feit dat deze groep mensen heel wat kosten alleen moeten dragen, worden ze vaak ook fiscaal gediscrimineerd. Fiscale lusten worden immers veelal toegekend per persoon, terwijl fiscale lasten meestal per gezin gedragen kunnen worden.

Er gaan dan ook reeds langer stemmen op om de fiscaliteit single-vriendelijker te maken, alleen blijkt dit politiek niet zo evident te zijn.
 
Het was dan ook vrij verrassend om te horen dat de Stad Mechelen zijn singles een “Mechelenbon” van 25 euro zal geven en die als belastingvermindering kan worden gebruikt. Hoewel die 25 euro natuurlijk niet zo heel veel voorstelt, is het wel een eerste belangrijke symbolische stap naar een nieuwe fiscaliteit.

Maar er is duidelijk nog heel wat werk aan de winkel om de fiscaliteit single-vriendelijker te maken.
 

1 Personenbelasting

 
Vooreerst is er de personenbelasting, waar moet worden vastgesteld dat de Belgische alleenwoners (zonder kinderen) jaar na jaar bekroond worden tot de fiscale paria’s van de wereld. Zij worden nergens zwaarder belast op arbeid dan in België.

Volgens de OESO diende een alleenstaande in 2015 gemiddeld maar liefst 55,3 % van zijn bruto inkomen afstaan aan de overheid.

Ter vergelijking, het OESO-gemiddelde is 36 %. Voor de laagste inkomend gaat het om 49,5% (OESO gemiddelde 32,1% ) en voor de hogere inkomens gaat het zelfs om 60,7%. (OESO gemiddelde 40,4%).

Deze extreem hoge belastingdruk is het gevolg van het feit dat de belastingvrije som - het deel van het (arbeids)inkomen dat niet wordt belast en waar elke belastingplichtige recht op heeft – substantieel wordt verhoogd als er kinderen ten laste zijn.
 
Deze verhoging voor kinderlast is onbegrensd zodat ook mensen met pakweg 10 kinderen ook nog fiscale voordelen krijgen. De vraag is of het wel maatschappelijk verantwoord is om het hebben van kinderen onbeperkt fiscaal te subsidiëren?

Dat vraagt natuurlijk ook een ethisch debat maar we moeten de vraag durven stellen of we niet beter de verhoging voor kinderlast beperken tot 3 of 4 kinderen en de budgettaire ruimte die daardoor vrijkomt vervolgens gebruiken om de basis van de belastingvrije som voor iedereen te verhogen.
 

2 Woonfiscaliteit

 
Op het vlak van de woonfiscaliteit zorgt ook de woonbonus (de gewestelijke belastingvermindering voor woonkredieten voor eigen woning) voor een fiscale discriminatie tussen alleenstaande en samenwonende eigenaars.

De woonbonus geldt immers per belastingplichtige zodat gehuwden en wettelijk samenwonenden beiden recht hebben op de belastingvermindering en dubbel kunnen genieten van deze fiscale aftrek. Het zou dus ergens logisch zijn dat de gewesten voorzien in een verhoging van de woonbonus voor alleenwoners.
 

3 Successierechten

 
Wat de successierechten betreft moet worden vastgesteld dat de tarieven nog steeds worden bepaald door enerzijds de omvang van de successie, maar anderzijds ook door de bloed- en aanverwantschap tussen de overledene en de erfgenaam.

De hoogste tarieven, die in Vlaanderen tot 65% en in Brussel en Wallonië tot 80% kunnen oplopen, zijn van toepassing op erfenissen tussen personen die geen bloed- of aanverwantschap hebben.

Alleenstaanden die personen die hen dierbaar zijn, willen begiftigen met een erfenis, geven dus eigenlijk een fiscaal vergiftigd geschenk aan hun dierbaren.

Hier zou het logisch zijn om ook aan alleenstaanden zonder kinderen het recht te geven een aantal personen aan te duiden, zoals bijvoorbeeld pete- of metekinderen, die van hen kunnen erven volgens het laagste tarief in de successierechten, zoals tussen ouders en kinderen.
 

4 Gewesten, provincies en gemeenten

 
Op het vlak van de regionale en de lokale fiscaliteit blijken er verder ook heel wat nutsbelastingen te bestaan die forfaitair georiënteerd zijn en die geen rekening houden met het familiaal statuut van de belastingplichtigen.

Het meest recente voorbeeld hiervan is uiteraard de Vlaamse energieheffing, de zogenaamde Turteltax, die forfaitair belast op basis van het hebben van een elektriciteitsaansluiting, en dus alleenwoners proportioneel benadeeld.

En ook op andere niveau’s is deze scheeftrekking merkbaar. De algemene provinciebelastingen voor gezinnen van de Provincies Antwerpen, Limburg en Oost-Vlaanderen bijvoorbeeld verstaan onder het begrip “gezin” zowel alleenstaanden als volledige families die op een en hetzelfde adres wonen. Een gehuwd koppel of een alleenwoner betaalt dus evenveel belasting.

Dit is niet zo voor de provincie West-Vlaanderen waar er in het kader van de algemene provinciebelasting voor gezinnen wel rekening wordt gehouden met het onderscheid tussen alleenstaanden en koppels/families. Ook voor deze vorm van belastingen is het aangewezen om de single-toets te maken en het fiscaal beleid daarop af te stemmen.
 

Mechelen zet eerste stap

Het is ergens de hoop van de alleenstaanden overal te velde dat de politiek eindelijk nu ook wat aandacht krijgt voor hun problematiek. Met de “Mechelenbon” is misschien nu de eerste stap gezet.

Het is uiteraard allemaal zeer symbolisch, maar let’s face it, een tocht van duizend mijl, moet ook altijd met een eerste stap beginnen.

 

Zie ook De redactie