Toevlucht tot een holding: een onfeilbare remedie tegen de meerwaardebelasting?

Terwijl de regering onderling overhoop ligt over de invoering van een meerwaardetaks op aandelen in de personenbelasting, anticiperen de belastingplichtigen en proberen ze te counteren.
Laten we ervan uitgaan dat de regeringspartners het eens raken over de invoering van een meerwaardebelasting op aandelen in de personenbelasting tegen 30 %. We nemen als voorbeeld meneer Janssen, Belgisch inwoner die beschikt over een flink vermogen dat samengesteld is uit aandelen in grote (al dan niet beursgenoteerde) ondernemingen. Als hij zijn aandelen onmiddellijk overdraagt aan een Belgische holding zal hij in principe niet worden belast (onder voorbehoud van een eventuele interne meerwaardebelasting ten belope van 33 % als diverse inkomsten). De nieuwe belasting zal waarschijnlijk niet van toepassing zijn op de historische meerwaarde, samengesteld voor de inwerkingtreding van de wet. Een jaar later verkoopt de holding haar aandelen aan een derde tegen een hogere prijs en realiseert daarbij een meerwaarde die vrijgesteld is van vennootschapsbelasting.

Een variant: hij behoudt zijn aandelen in zijn vermogen. Zijn aandelen stijgen aanzienlijk in waarde. Hij draagt zijn aandelen vervolgens over aan een Belgische holding en zorgt er daarbij voor dat hij geen (belastbare) meerwaarde realiseert. De vennootschap verkoopt deze een jaar later door en realiseert daarbij een vrijgestelde meerwaarde. Is dit een doeltreffende constructie? Onze fiscaliteit is behoorlijk liberaal. De slimme belastingplichtige is in principe volkomen in zijn recht om zijn belastingen zodanig te beheren dat zijn belangen het best gediend worden. We voelen meteen dat het principe van de voorkeur voor de minst belaste weg wordt gerespecteerd, maar niet als er bepaalde grenzen worden overschreden. De Belgische fiscus zou immers kunnen proberen om het wapen van fiscaal misbruik (art. 344,§1 WIB) in te zetten. Er is sprake van fiscaal misbruik wanneer de belastingplichtige middels de door hem gestelde rechtshandeling of het geheel van rechtshandelingen een verrichting tot stand brengt waarbij hij zichzelf in strijd met de doelstellingen van een bepaling buiten het toepassingsgebied van die bepaling plaatst. Opdat de administratie het fiscaal misbruik tegen verschillende verrichtingen (in casu de twee opeenvolgende aandelenverkopen) kan inzetten, moet ze kunnen aantonen dat al die juridische handelingen deel uitmaken van eenzelfde ‘verrichting'. Als de tweede overdracht nog niet vooropgesteld was op het ogenblik van de eerste overdracht, zal er geen eenheid van opzet zijn, zodoende men niet kan spreken over eenzelfde verrichting. Als de tweede verkoop daarentegen al was gepland bij de uitvoering van de eerste verkoop, hebben de beoogde verrichtingen in een dergelijke verrichting dezelfde juridische gevolgen als een rechtstreekse overdracht door meneer Janssen van zijn aandelen aan een derde koper. Door deze opeenvolgende verrichtingen gesteld door dhr. Janssen wordt afbreuk gedaan aan het doel van de wetgever (de meerwaarden op aandelen belasten). Als we veronderstellen dat meneer Janssen niet in staat is om aan te tonen dat het gebruik van de holding gerechtvaardigd is door niet-fiscale motieven, zal de fiscus in principe de meerwaarde op aandelen in de personenbelasting kunnen belasten.

Blijft nog de vraag of de regering aan de vrijstellingsregeling van meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting zal raken. Op dit ogenblik voorziet artikel 192 WIB een vrijstelling van meerwaarden op aandelen die gedurende een jaar worden behouden. Die vrijstellingsregeling werd de laatste jaren wel afgebouwd; maar ze blijft wel een van de meest aantrekkelijke in de EU. We halen er in het bijzonder de afwezigheid van een minimale participatiedrempel uit. Zelfs Luxemburg is strikter dan België op dit punt. Voorbeeld: Meneer Janssen draagt een portefeuille van beursgenoteerde aandelen over aan zijn holding en zorgt er daarbij voor dat hij geen (belastbare) meerwaarde realiseert. Als de holding de aandelen na een jaar verkoopt, is de meerwaarde op grond van de huidige bepaling fiscaal vrijgesteld. We mogen echter niet te snel de victorie kraaien. De regering onderzoekt de mogelijkheid om een participatiedrempel in te voeren, gelijk aan degene in de regeling van de definitief belaste inkomsten (participatie van 10 % van het kapitaal of waarvan de investeringswaarde hoger is dan 2.500.000 euro). Als een dergelijke voorwaarde wordt aangenomen, zou de vrijstelling van meerwaarden op aandelen in de vennootschapsbelasting voorbehouden zijn voor aandelenportefeuilles samengesteld uit investeringslijnen van 2.500.000 euro (of voor filialen die voor minstens 10 % worden aangehouden). Het beroep op een holding zou dan niet meer binnen het bereik van elke beurs liggen...

Het beroep op de holding zal de personenbelasting echter enkel uitstellen, want vroeg of laat zal die toch in beginsel verschuldigd zijn, zijnde op het ogenblik dat de opbrengst van de verkoop door de holding aan meneer Janssen zal worden uitgekeerd.