Slecht begonnen is ook maar half gewonnen bij fiscale regularisatie

27/10/2016 | Fiscaal | Michel Maus
Ook een fraudeur heeft recht op een eerlijke behandeling. Daarom is het goed een periode van wapenstilstand in te voeren van pakweg zes maanden.
Heel wat mensen hebben zich ongetwijfeld danig verslikt in hun koffie toen ze lazen dat de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) de grootste strafklacht ooit heeft ingediend, waarbij liefst 61.000 regularisatiedossiers betrokken zijn (De Tijd, 26 oktober). Volgens de BBI zijn de meeste van die dossiers niet meer dan halfbakken regularisaties, waarbij een groot stuk van het kapitaal niet werd geregulariseerd. En het is net om die reden dat er een strafklacht werd ingediend.
 
De demarche doet toch een paar vragen rijzen. Heeft de BBI een punt? Eigenlijk wel. Het klopt inderdaad dat men bij de regularisaties van voor 15 juli 2013 in de overgrote meerderheid van de gevallen enkel de inkomsten van het kapitaal heeft geregulariseerd, en dan nog alleen voor de periode die fiscaal nog niet was verjaard. Wat zoveel wil zeggen als dat enkel de inkomsten van de laatste zeven jaar werden gerealiseerd. Maar wat fiscaal is verjaard is daarom nog niet strafrechtelijk verjaard. Wie kapitaal bezit van zwarte of een van de vijftig tinten grijze origine, blijft voor de strafwet immers witwassen. Het is op dat aspect dat de klacht van de BBI is gestoeld.
 
Minste weerstand
 
Hoe komt het dan dat zoveel mensen destijds maar gedeeltelijk hebben geregulariseerd? Dat is het gevolg van het fiscaal beleid en van de toepassing van de wet, met name de wet van de minste weerstand. De fiscus liet de verantwoordelijkheid voor de regularisatieaangifte over aan de belastingplichtige en stelde geen verdere vragen. Ook de banken waren zeer blij met een regularisatieattest van de laatste zeven jaar bij de repatriëring van buitenlands kapitaal. In feite besliste de belastingplichtige voor 15 juli 2013 dus zelf hoe ver hij in zijn regularisatie wou gaan en of hij saignant, à point of bien cuit wou regulariseren.

Het is dan ook pas na de wetswijziging van 15 juli 2013 dat bij een regularisatie ook de herkomst van het kapitaal moest worden verantwoord tegenover de fiscus en desgevallend mee moest worden geregulariseerd.
 
Dus, de BBI heeft een punt? Wel, anderzijds ook weer niet. De programmawet van 27 december 2005 bepaalde dat een regularisatie op zich niet mag worden gebruikt om een onderzoek te beginnen en dus ook niet om een klacht in te dienen.

De ontvankelijkheid van de strafklacht kan hier dus ter discussie worden gesteld. Met als resultaat dat de parketten - voor zover ze er al in zouden slagen 61.000 dossiers te behandelen - een zware procedureslag te wachten staat.

En nu? We moeten ons geen illusies maken. De klacht werd ingediend, bepaalde belastingplichtigen zullen vervelende vragen krijgen van de parketten en niemand staat allicht te springen voor een juridische veldslag. Maar laat ons duidelijk zijn, ook een fraudeur heeft recht op een eerlijke behandeling. Het zou dus absoluut verkeerd zijn van de parketten om er een paar personen uit te pikken en ze te vervolgen. ‘Samen uit, samen thuis’ moet hier de regel zijn. Een paar voorbeelden stellen met een juridisch schrikbewind, daar worden enkel cardiologen en apothekers beter van, niet de maatschappij.
 
Gezond verstand
 
Om al die problemen op te lossen denk ik dat het beter is een wapenstilstand in te voeren van pakweg zes maanden. Het is er de tijd van het jaar voor. In die periode kan iedereen dan voor zichzelf uitmaken of er nog een aanvullende regularisatie noodzakelijk is. En hier moet met gezond verstand naar de dossiers worden gekeken.
 
Het aantonen van de rechtmatige of onrechtmatige herkomst van kapitaal dat 30 jaar geleden werd verkregen is noch voor de belastingplichtige, noch voor het parket en de fiscus een evidente zaak.

Na die periode van wapenstilstand is het dan aan de parketten om te beslissen of daadwerkelijk vervolgingen moeten worden opgestart en of bijvoorbeeld ook de fiscus strafrechtelijke verantwoordelijkheid draagt voor het wetens en willens meewerken aan gedeeltelijke regularisaties.

Zie ook De Tijd