Zijn de fiscale voorstellen van CD&V en Open VLD "rechtvaardig"?

12/10/2016 | Fiscaal | Michel Maus
De regeringspartijen CD&V en Open VLD leggen plannen op tafel voor "rechtvaardige belastingen". Maar zijn die ideeën wel zo rechtvaardig als men ons wil laten geloven? Fiscaal expert Michel Maus zoekt het uit.
 
"Rechtvaardige fiscaliteit, wie kan daar tegen zijn", met deze boutade probeerde vice-premier Kris Peeters de afgelopen dagen zijn coalitiepartners in de regering zo ver te krijgen dat ze de meerwaardebelasting op aandelen zouden aanvaarden.

Fiscale rechtvaardigheid is inderdaad een nobele gedachte, maar wat betekent dat? Wel: koken kost geld, dus belastingen zijn een noodzakelijk kwaad om de maatschappij te laten functioneren. En een optimaal functionerende maatschappij zorgt er voor dat we kunnen genieten van een vrij grote individuele vrijheid. Belastingen beknotten natuurlijk deze vrijheid, maar anderzijds stelt die vrijheid niet veel voor als de maatschappij niet kan voorzien in infrastructuur, onderwijs, gezondheidszorg, veiligheid etc. 
 

Herverdeling als uitgangspunt

 
De kunst van het belasting heffen bestaat er voor de overheid dan ook in om iedereen die van de collectieve voorzieningen geniet, te laten bijdragen aan de financiering ervan. Hoe dit moet gebeuren is een politieke keuze. Dit kan door iedereen gelijk te laten bijdragen of door herverdelend te werken volgens het principe dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen.

En het is dit laatste draagkrachtsprincipe dat tot nader order nog steeds het basisaxioma vormt van de fiscale stelsels van alle westerse democratieën, en dus per definitie de lakmoesproef is voor de rechtvaardigheid van het fiscaal systeem.

Iedereen is gewonnen voor het principe van rechtvaardigheid, tot het zeer concreet wordt.Ok, maar wat betekent dat nu? Wel volgens de man in de straat betekent dit zeer eenvoudig dat iedereen die deelneemt aan onze maatschappij volgens zijn of haar mogelijkheden een fair share aan de maatschappij moet betalen. En iedereen is ook gewonnen voor dit principe, tot het zeer concreet wordt.

Als je aan de vakbonden gaat vragen om de aftrekbaarheid van de vakbondspremie af te schaffen, aan de particuliere aandeelhouder gaat voorstellen om zijn meerwaarden te belasten of aan een multinational om de notionele interestaftrek te hervormen, dan is de fiscale moraal plotseling zeer ver te zoeken. Politieke partijen spelen daar natuurlijk graag op in.

Maar door op die manier met fiscaliteit om te gaan creëer je natuurlijk geen fiscale rechtvaardigheid, maar wel een fundamentele fiscale ongelijkheid die door lobbymechanismes in stand wordt gehouden.
 

More is less

 
Het is een feit dat men enkel maar de fiscaliteit rechtvaardig kan maken door drastisch te gaan saneren in de talloze fiscale uitzonderingsregimes die ons landje rijk is om op die manier te komen tot een veel bredere basis om te kunnen belasten. Dit maakt dan weer veel lagere tarieven voor iedereen mogelijk.

More is less is hier de boodschap. En daar zijn onze politici nog lang niet aan toe. Zij redeneren immers nog veel te veel volgens de stelregel van de voormalige Australische minister-president Tony Abbott “mates don’t tax mates”.

De fiscale discussies die momenteel binnen de regering woeden zijn daar zeer illustratief voor. De politieke voorstellen worden verkocht als fiscaal rechtvaardig maar zijn dat eigenlijk allesbehalve, en niet meer dan een poging tot electoraal gewin.

De politieke voorstellen worden verkocht als fiscaal rechtvaardig maar zijn dat eigenlijk allesbehalve, en niet meer dan een poging tot electoraal gewin.
 

Is het CD&V-voorstel rechtvaardig?

 
Het CD&V voorstel om meerwaarden op aandelen te belasten wordt voorgesteld als hét middel om de grote vermogens fiscaal meer te laten bijdragen. Open Vld weet dat deze belasting haar electoraat pal in het hart gaat treffen en stelt als tegenargument dat de meerwaardebelasting op aandelen schadelijk is voor de economie.

Wel ja, maar hetzelfde kun je natuurlijk ook zeggen van de absurd hoge belastingdruk op arbeid, aangezien de werkende belastingplichtigen hierdoor zwaar getroffen worden in hun koopkracht.

Dit tegenargument gaat dus niet op, zodat de meerwaardebelasting op aandelen in beginsel wel degelijk rechtvaardig is omdat deze belasting voor meer fiscale herverdeling zorgt.

Maar anderzijds hebben de tegenstanders van de meerwaardebelasting op aandelen ook niet geheel ongelijk. Met een tarief van 30% is de belasting absurd hoog en economisch contraproductief. Zelfs Machiavelli stelde in zijn magnus opus Il Principe dat het verkeerd is om zo’n hoge heffingen op te leggen zodat mensen uit schrik geen commerciële ondernemingen meer durven opzetten.

Het hoge belastingtarief zal er inderdaad voor zorgen dat beleggers voor andere strategieën gaan kiezen en van de beurs gaan wegblijven. Beleggen in pakweg goudstaven of kunst wordt daardoor fiscaal veel interessanter en dat zal de economie parten spelen. 

Met een tarief van 30% is de belasting absurd hoog en economisch contraproductief.
 

Vennootschappen en andere types van vermogen?

 
Maar daarenboven zorgt het voorstel opnieuw voor heel wat fiscale ongelijkheid omdat de belasting enkel geldt voor particulieren en niet voor vennootschappen. Ook omdat men enkel de meerwaarden op aandelen van grote ondernemingen gaat treffen en niet de meerwaarden op andere types van roerend vermogen.

Dus eigenlijk creëert men opnieuw fiscale onrechtvaardigheid in plaats van rechtvaardigheid en wat meer is de grootste vermogens blijven hierdoor buiten het schootsveld van de belasting.
 

En het tegenvoorstel van Open VLD?

 
Maar ook de tegenvoorstellen van Open Vld zijn in hetzelfde bedje ziek. Het invoeren van een nieuwe wet Coorreman-Declercq waarbij investeringen in nieuwe aandelen wordt beloond met een lagere roerende voorheffing om het spaargeld te activeren, lijkt politiek vrij sexy, maar is vrij verwerpelijk.

Op die manier ga je immers diegenen die reeds hebben geïnvesteerd in aandelen fiscaal zwaar gaan benadelen in vergelijking met diegenen die in de toekomst in aandelen gaan investeren. Opnieuw is fiscale ongelijkheid het resultaat.

De regering die er in slaagt het fiscale vertrouwen van de burger te winnen zit voor jaren gebeiteld. De politiek moet nu eindelijk maar eens beginnen inzien dat de rechtvaardigheid van het belastingsysteem cruciaal is voor het vertrouwen in de politiek en de maatschappij op zich.

De afwezigheid van dit fiscaal vertrouwen leidt tot een verwerping van het gezag van de overheid en doet de burgers de in hun ogen onrechtvaardige belastingregels ontwijken of ontduiken. De regering die er dus in slaagt het fiscale vertrouwen van de burger te winnen zit voor jaren gebeiteld.

Zie ook De Redactie