De Nyrstar-zaak: verwerping van de interesten op een lening van 450 miljoen euro aangegaan voor de financiering van een winstuitkering

Het gebeurt vaak dat een onderneming een lening aangaat voor de financiering van een uitkering van dividenden of vaneen kapitaalsvermindering. De fiscalist vraagt zich dan af of men de interesten kan aftrekken? Tot op vandaag was de fiscus geneigd om de aftrek van interesten te aanvaarden, maar hij lijkt een stap terug te hebben gezet. Wereldproducent van zink Nyrstar heeft daar de kosten voor gedragen. Een terugblik op een spannende zaak.
Middels een beslissing van de algemene aandeelhoudersvergadering van 18 juni 2012 besliste de Belgische nv Nyrstar Belgium om haar maatschappelijk kapitaal te verminderen tot 350 miljoen euro ten voordele van haar aandeelhouder (Nyrstar Netherlands Holdings). Op 29 juni 2012 werd op een buitengewone aandeelhoudersvergadering beslist tot de uitkering van een tussentijds dividend van 100 miljoen euro. Om deze kapitaalsvermindering en het dividend te kunnen financieren sloot nv Nyrstar Belgium met haar grootmoeder (Nyrstar nv) enkele dagen later een leningsovereenkomst af van 450 miljoen euro.

De vrijgevigheid van nv Nyrstar Belgium ten aanzien van haar Nederlandse aandeelhouder was blijkbaar niet naar de zin van de fiscus. Die verwierp de aftrekbaarheid van kosten van de lening op grond van artikel 49 WIB. Deze bepaling onderwerpt de aftrek van beroepskosten aan de voorwaarde dat ze worden betaald met het oog op de verwerving of het behoud van belastbare inkomsten (finaliteitsvoorwaarde van de uitgave). Welnu, in de ogen van de belastingadministratie beantwoordden de interesten manifest niet aan dergelijke vereiste aangezien ze aanleiding zouden geven tot een vermindering van het eigen kapitaal van de vennootschap. In een opmerkelijk vonnis van 29 juni 2016 bevestigde de Rechtbank van eerste aanleg van Antwerpen de gegrondheid van het standpunt van de administratie door aan te voeren dat de belastingplichtige niet bewees dat de interesten waren betaald met het oog op het behouden of het verkrijgen van belastbare inkomsten.

Deze bijzonder lapidaire redenering stemt tot nadenken. Heeft de rechtbank haar opdracht te licht opgevat? Men moet zich hoeden voor voorbarige beweringen. De belastingplichtige was immers niet in staat geweest om een voorafgaand aan de afsluiting van de lening door de raad van bestuur opgemaakt bijzonder verslag voor te leggen met betrekking tot de economische motivaties van de verrichting. Er wordt ook geen woord over gerept in het jaarverslag. Nochtans rust de bewijslast voor de finaliteit van de uitgave op de schouders van de belastingplichtige. We zien wat het een multinational kan kosten als hij geen aandacht besteedt aan de voorbereiding van adequate documentatie. Men solt niet met de juridische regelgeving, vooral niet voor operaties van dergelijke omvang.

Dit gezegd zijnde had nv Nyrstar Belgium haar verdediging gebaseerd op een geducht argument. Er moest een lening worden afgesloten om de activa die belastbare inkomsten (van Australische herkomst) voortbrengen, te kunnen behouden. Als de vennootschap met andere woorden was overgegaan tot een uitkering van dividenden / kapitaalsvermindering "in natura" (toekenning van activa bestemd voor haar activiteit) en de afsluiting van de lening terzijde had gelaten, zou ze geen belastbare inkomsten meer hebben gehad. De magistraat veegde deze argumentatie van tafel omdat het enkel ging om een secundair effect (zonder eigen finaliteit) van de afsluiting van de lening.

Deze redenering van de rechtbank is erg betwistbaar. De intentie van de belastingplichtige om een winstgevende activiteit te willen behouden (en daarmee een bron van belastbare inkomsten) beantwoordt mijns inziens aan de finaliteitsvoorwaarde. Opgelet: alles is een kwestie van situatie en mate. Als de vennootschap die de uitkering van dividenden/kapitaalsvermindering financiert over een aanzienlijk kapitaal beschikt, maar geen effectieve economische activiteit uitoefent, is het risico op verwerping van de interesten volgens mij reëel.

Volgens de gevestigde rechtspraak hebben noch de rechtbank, noch de administratie de bevoegdheid om de opportuniteit van een uitgave te betwisten. De belastingplichtige is dus vrij om zijn zaken te beheren, en vooral de wijze van financiering (kapitaal vs. schulden) naar eigen goeddunken te regelen. Zo kan een vermindering van het eigen vermogen worden gerechtvaardigd wanneer deze te hoog is voor de reële noden van de vennootschap. Bijvoorbeeld wanneer de zaakvoerders van een volwassen onderneming geen projecten meer vinden die beantwoorden aan de vereisten van rentabiliteit van de aandeelhouders, wat vooral toelaat om overinvesteringen of gevaarlijke diversificaties te vermijden. Ook al distantieert de rechtbank zich ervan, men kan zich afvragen of dit verbod op inmenging niet werd geschonden.

Het vonnis van Antwerpen veroorzaakt een kleine fiscale aardbeving in België. Nyrstar gaat nu in beroep[1]. Affaire à suivre…
 
 

[1] Nyrstar verliest belastinggeschil over belastingaftrek in Antwerpen, De Trends, 28 september 2016 (zie de link naar het artikel op onze website – media).