Knepen de banksector en de waakhond een oogje dicht of werkte het toezicht niet?

23/09/2016 | Fraude | Michel Maus
Panama Papers en nu de Bahama’s Leaks bewijzen zwart op wit wat de bankensector tot nu altijd heeft ontkend. Het ‘wir haben es nicht gewusst’ van de banksector is totaal misplaatst.
Amper zes maanden na het onthullen van de Panama Papers heeft het beruchte netwerk van onderzoeksjournalisten nu de Bahama’s Leaks de wijde wereld ingestuurd. Dit keer gaat het om 1,3 miljoen documenten, verspreid over meer dan 175.000 vennootschappen op de Bahama’s.

Groot nieuws, of toch niet? Wel, na de eerdere onthullingen in onder andere de Offshore Leaks, LuxLeaks, SwissLeaks en Panama Papers blijken de nieuwsberichten over fiscale schandalen in belastingparadijzen een soort ‘et alors?’-gehalte te krijgen. Hacken en lekken lijkt bon ton te zijn geworden in fiscaal wonderland. Op zich zijn de Bahama’s Leaks dan ook weinig wereldschokkend te noemen, al was het maar omdat ze de zoveelste bevestiging zijn van de orkestratie van dubieuze fiscale ontsnappingsroutes offshore.

Dexia

Maar het venijn zit vaak in de staart. Uit de gelekte documenten blijkt dat de bankverzekeraar Dexia op de Bahama’s de vennootschap Forest Grove Limited heeft opgericht met als doel de Zwitserse rekeningen van zijn klanten onder de fiscale radar te houden. Uit de Panama Papers was eerder reeds gebleken dat Dexia jarenlang via Panamese vennootschappen Luxemburgse rekeningen heeft afgeschermd.
 

Precies deze informatie is nu zo aanstootgevend. Ze toont immers aan dat bepaalde Belgische (groot)banken op vrij grote schaal buitenlandse fiscale ontsnappingsroutes voor hun cliënteel hebben opgezet. Naar aanleiding van de Panama Papers en de beschuldigingen over de medewerking van Belgische banken aan belastingfraude liet de woordvoerder van de bankenkoepel Febelfin eerder weten dat het te kort door de bocht is om te beweren dat banken hun steun zouden hebben gegeven aan frauduleuze constructies. Met de rol van Dexia in de Bahama’s Leaks kan er daaromtrent geen discussie meer zijn.

Reportage

Het was onder fiscalisten jarenlang een publiek geheim dat men bij de banksector moest zijn om offshoreconstructies geregeld te krijgen. Hoe dat in zijn werk ging, werd in 2009 haarfijn uit de doeken gedaan in de RTBF-reportage ‘Peut on lutter contre les paradis fiscaux’. In die reportage had de RTBF een lieve reporter met een verborgen camera op pad gestuurd naar het Luxemburgs filiaal van een Belgische grootbank.

Het verhaal luidde dat de reporter 200.000 euro cash had gevonden in de slaapkamer van haar pas overleden moeder, en niet van plan was dat bedrag aan te geven aan de fiscus. Geen probleem voor de bankbediende, die aan de reporter haarfijn uit de doeken deed hoe het geld discreet in een Panamese vennootschap kon worden belegd en hoe via een Primo-bankkaart overal in Europa centen van de Panamese rekening konden worden afgehaald. 

De documenten uit de Panama Papers en de Bahama’s Leaks bewijzen zwart op wit wat de bankensector tot nu altijd heeft ontkend. En dat is toch wel frappant. De ‘wir haben es nicht gewusst’-houding van de bankensector is dan ook totaal misplaatst.

Politiek

Misschien nog opvallender is dat ook de politiek nog niet is tussengekomen. Hoewel de RTBF-reportage ook uitgebreid aan bod kwam in de parlementaire onderzoekscommissie naar de grote fiscale fraudedossiers, hebben de politiek en de administratie naar deze reportage gekeken zoals een koe naar een trein en met deze informatie niets gedaan. 

Laat ons hopen dat uit deze dossiers de nodige lessen worden getrokken. Ofwel hebben de banksector en de toezichthouder een oogje dichtgeknepen en is aansprakelijkheid op zijn plaats, ofwel - en dat is misschien nog erger - heeft het toezicht gewoon niet gewerkt. In dat laatste geval moet de politiek dringend wetgevend bijsturen.

En van een bank die haar klanten fiscaal liet ontsnappen, maar heeft gesteund op miljarden belastinggeld om overeind blijven, zijn excuses op hun plaats.
 

Zie ook De Tijd