De parabel van de cobra

08/09/2016 | Fiscaal | Michel Maus
Kent u de parabel van de cobra? Neen? Wel ik zal ze u vertellen. Op een gegeven moment tijdens de Britse overheersing in India was er een cobraplaag. Heel wat mensen werden in de velden gebeten door cobraslangen met alle gevolgen van dien. Om deze plaag in te dijken werden er premies uitgedeeld aan iedereen die dode cobra’s bij het bestuur kwam inleveren. Dit beleid was op het eerste zicht vrij succesvol, tot na verloop van tijd bleek dat er steeds meer en meer cobra’s bij de overheid werden ingeleverd. Hoe kwam dat zult u zich afvragen? Wel de reden is zeer eenvoudig, bepaalde mensen gingen cobra’s kweken om premies te kunnen opstrijken. Deden zij iets onwettelijk? Neen want het was niet verboden om cobra’s te kweken. Was het moreel wat zij deden? Neen, want op die manier parasiteerden zij gewoon op de overheidsfinanciën en brachten het collectief in gevaar.
Waarom vertel ik u dit verhaal? Wel omdat dit verhaal perfect aantoont hoe mensen met beleid omgaan.  Aan de ene kant heb je de “jagers” die vergoed worden omdat zij iets voor de maatschappij doen. Aan de andere kant heb je de “kwekers”, die puur uit eigenbelang opereren en parasiteren op de overheidsfinanciën. De nieuwsberichten van de afgelopen week hebben jammer genoeg aangetoond dat het cobraverhaal nog steeds bijzonder actueel is.
 
Vooreerst was er de Europese Commissie die de Ierse regering heeft aangemaand 13 miljard Euro aan onterechte staatssteun van het bedrijf Apple terug te vorderen. Ondanks het zeer lage Ierse belastingpercentage in de vennootschapsbelasting van 12,5% heeft Ierland met Apple fiscale rulings afgesloten waardoor de effectieve belastingvoet voor het bedrijf uiteindelijk slechts 0,0005% bedroeg. Volgens de Europese Commissie heeft Apple op die manier onterechte voordelen genoten ten aanzien van andere bedrijven en is er sprake van verboden staatssteun. De Europese Commissie is hiermee niet aan zijn proefstuk toe aangezien zij ook eerder de fiscale rulingspraktijken in Luxemburg en België aan de kaak heeft gesteld. In een reactie liet Apple weten dat zij niets onwettelijk heeft gedaan en voor heel wat werkgelegenheid heeft gezorgd. Ok, maar dat geldt natuurlijk ook voor de Ierse pub van Paddy Mc Allister en die moet wel 12,5% vennootschapsbelasting betalen. De gespeelde moraliteit van Apple werd nog pijnlijker aangetoond toen in dezelfde week uitlekte dat Apple samen met 80 andere bedrijven uit Sillicon Valley een brief had geschreven aan de Nederlandse regering waarbij Nederland werd aangemaand om het tarief van de vennootschapsbelasting van 25% te herleiden tot 12,5%. In de brief werd ook gevraagd dat Nederland zijn fiscale rulings strikt geheim zou houden en niet met andere belastingadministratie zou delen.
 
Verder raakte vorige week ook bekend dat het bedrijf Caterpillar zijn vestiging in Gosselies gaat sluiten en 2.200 mensen op straat zal zetten en dit ondanks tal van toegekende overheidssubsidies en een notionele interestaftrek van naar verluidt 61 miljoen euro. Ook hier moeten we dus vaststellen dat de fiscale inspanningen van de gemeenschap het bedrijf er niet van weerhouden om een vestiging te sluiten en voor massale ontslagen te zorgen. 
 
De reacties op deze twee verhalen waren niet van de poes. Opiniemakers en politici van divers pluimage schreeuwden moord en brand en kwamen plotseling quasi eensgezind tot verbijsterende fiscale inzichten. Het lijkt er zelfs op dat de eerste week van september 2016 de geschiedenis zal ingaan als de week van het collectief fiscaal besef. Plotseling leek iedereen te beseffen dat multinationals ook maar kunnen functioneren dankzij de goed opgeleide mensen van het gesubsidieerd overheidssysteem en dat zij maar kunnen exporteren dankzij ons netwerk van gesubsidieerde autosnelwegen spoorwegen en (lucht)havens en dat het logisch is dat daar een faire bijdrage tegen over moet staan. Ook de nadelige effecten van de fiscale sweetheartdeals voor de concurrentiepositie van de lokale kmo’s kwam plotseling naar boven in allerlei commentaren.
 
Tevens kwamen verschillende politici tot het besef dat we subsidies en fiscale gunstregimes misschien toch maar beter aan investeringsvoorwaarden of werkgelegenheid gaan koppelen. Het is inderdaad zeer bitter om te moeten vaststellen dat een bedrijf tientallen miljoen euro’s wint via de Belgische fiscale gunstregimes, en vervolgens zonder enige schroom de Belgische vestiging gaat sluiten. Verschillende commentatoren stelden zelfs het bestaan van de notionele interestaftrek – toch het paradepaardje van de Belgische fiscaliteit – in vraag omwille van de financiële ongelijkheid dat dit regime met zich meebrengt.
 
Deze inzichten komen natuurlijk geen minuut te vroeg. Dankzij de inspanningen van de Europese Commissie is het allicht voor iedereen duidelijk dat het tijdperk van de gratuite fiscale gunstregimes verleden tijd is. Bedrijven groot of klein moeten dezelfde fiscale kansen krijgen. Dit is enkel maar mogelijk met een brede belastbare basis en een laag tarief. Deze doelstelling wordt niet bereikt met het toekennen van specifieke gunstregimes op het lijf geschreven van de bedrijven die behoren tot de beste lobbygroepen. Dit betekent niet dat fiscale aftrekregelingen niet meer mogelijk zouden zijn, wel moeten deze regelingen wervend zijn en de fiscale beloning zijn voor een maatschappelijke of economisch relevante tegenprestatie zoals het creëren van werkgelegenheid of het doen van specifieke investeringen. Vandaar dat we de voorstellen van Minister Van Overveldt tot het verlagen van het tarief in de vennootschapsbelasting tot 20% in ruil van de schrapping van allerlei fiscale gunstregimes enkel maar kunnen toejuichen. Op zich getuigen de regeringsvoorstellen van een gezonde filosofie, maar terzelfdertijd moeten we beseffen dat gelijkaardige hervormingen ook in andere landen aan de gang zijn, alsook dat deze fiscale limbodans voor ons land zijn budgettaire limieten heeft. Het zou dan ook goed zijn mocht Europa deze fiscale concurrentie gaan controleren en zorgen voor een gegarandeerde ondergrens waarbij het tarief van de vennootschapsbelasting bijvoorbeeld op minimaal 15% wordt vastgesteld. Met de nakende Brexit voor ogen doet Europa er goed ook om deze ondergrens als cruciale voorwaarde in te schrijven in zijn handelsakkoorden met derde landen als garantie voor de toegang tot de interne markt.
 
De fiscale wereld is duidelijk aan het veranderen en de geesten zijn aan het veranderen. Voortschrijdend inzicht heet dat. Het is goed dat de regering bereid is zich aan te passen aan deze nieuwe fiscale wereld, maar het is eveneens duidelijk dat internationale regels noodzakelijk zijn om een loyale fiscale concurrentie te bewerkstelligen. Hoop doet leven.