Naar een evenwichtig fraudebeleid

28/07/2016 | Fraude | Michel Maus
De regering heeft beslist dat de Belgen die worden genoemd in het Panama-onderzoek, geen mogelijkheid krijgen tot fiscale regularisatie.
Het risico op een strafrechtelijke vervolging wordt voor hen dus reëel, puur vanwege de politieke dimensie van het dossier. Dat doet vragen rijzen over het overheidsbeleid. In ons land geldt voor fiscale fraude de una via-regel. Dat betekent dat een keuze moet worden gemaakt over de manier waarop een dossier wordt afgehandeld. In een omzendbrief van het College van Procureurs-generaal staat dat relatief eenvoudige fiscale fraudedossiers toevallen aan de fiscale administratie. Ernstigere fraudedossiers die de onderzoeksmiddelen van de rechterlijke macht of bijzondere maatregelen zoals huiszoekingen en vrijheidsbeneming vereisen, worden behandeld door het Openbaar Ministerie, soms samen met de onderzoeksrechter. Er worden strafrechtelijke straffen voor opgelegd.
 
Die beperkte richtlijnen kunnen onmogelijk een strafrechtelijk beleid worden genoemd, temeer omdat ze in de praktijk niet worden opgevolgd. Zo blijkt het aantal strafrechtelijke aangiftes vanuit de fiscale administraties zeer beperkt te zijn. Het Rekenhof heeft ernstige vragen gesteld over het willekeurige aangiftebeleid van de BBI en de inhoudelijke onduidelijkheid van de minnelijke schikkingen in fraudedossiers. Ook in het vervolgingsbeleid van de parketten blijkt willekeur te bestaan. Zo werd in 2013 een tachtiger in Brugge door het parket strafrechtelijk gedagvaard voor het ontduiken van 3754,60 euro aan successierechten, terwijl het enkele maanden later een minnelijke schikking sloot met Omega Diamonds in een zaak waar 2 miljard euro aan belastingen werd ontdoken.

Zulke verschillen zijn onaanvaardbaar. Daarom moet het voor de fiscale en de gerechtelijke overheden een absolute prioriteit zijn om een evenwichtig en gecoördineerd strafrechtelijk beleid uit te tekenen. De overheid kan deels haar inspiratie zoeken bij het protocol over de aanmelding en afdoening van fiscale delicten, dat op 1 juli 2015 in Nederland in werking is getreden. Dat bepaalt onder meer dat een fiscale fraudezaak moet worden gemeld aan het parket als het fiscale nadeel meer bedraagt dan 100.000 euro. Onder dat bedrag moet de fiscale administratie de fraude afhandelen.
 
Ook in ons land is zo’n beleidsdocument noodzakelijk. Dat systeem kan er als volgt uitzien. Fraude tot 100.000 euro zou dan administratief worden afgehandeld. Als ze door de administratie wordt ontdekt, heeft ze geen aangifteplicht ten aanzien van het parket. Is de fraude het gevolg van een strafklacht of wordt ze ontdekt door de gerechtelijke diensten, dan wordt het dossier doorgestuurd naar de administratie.

Fraude tussen 100.000 euro en 1 miljoen euro wordt afgehandeld volgens het una via-overleg. Wordt de fraude ontdekt door de fiscale administratie, dan moet ze die aangeven aan het parket. In het overleg wordt bepaald welke afhandeling het dossier krijgt. Als wordt geopteerd voor een strafrechtelijke afhandeling, dan bestaat de mogelijkheid te kiezen voor een verruimde minnelijke schikking.

Fraude boven 1 miljoen euro wordt strafrechtelijk afgehandeld. Als de fiscale administratie de fraude ontdekt, heeft ze een aangifteplicht aan het parket. Voor zulke ernstige fraude is er geen mogelijkheid meer voor een verruimde minnelijke schikking en volgt een strafrechtelijke vervolging.

De keuze voor de administratieve of strafrechtelijke afhandeling kan worden gecorrigeerd aan de hand van een aantal vastgestelde criteria. Naar Nederlands voorbeeld kan rekening worden gehouden met de status van de verdachte, het motief voor de fraude, de bereidwilligheid tot regularisatie, de recidive, de combinatie van verschillende misdrijven of het georganiseerde karakter van de fraude. Dat betekent bijvoorbeeld dat wie fraude heeft gepleegd waarvan het fiscale nadeel minder is dan 100.000 euro, toch strafrechtelijk kan worden vervolgd als er sprake is van recidive. Anderzijds kan een fraude van meer dan 100.000 euro toch administratief worden vervolgd als er bijvoorbeeld een economische noodzaak in het spel is.
 
 

Zie ook Trends