Moeten 'de Panamezen' zich zorgen maken?

09/04/2016 | Fraude | Michel Maus
De wereld werd deze week grondig door elkaar geschud door de Panama Papers. Uit de gelekte documenten blijkt dat de groten en de kleinen der aarde op vrij grote schaal fiscale offshoreconstructies hebben opgezet. Ook 732 Belgen worden genoemd. Van marktkramers tot de rijkste Belgische families, iedereen blijkt betrokken partij.
Politieke reacties konden niet uitblijven. Uiteindelijk voelde alleen minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) zich geroepen om commentaar te geven. De andere bevoegde ministers - zoals minister van Justitie Koen Geens (CD&V) en Vlaams minister van Financiën Annemie Turtelboom (Open VLD) - lijken zich helemaal niet aan de Panama Papers te storen. Vreemd is dat. Bovendien gaan de politieke reacties niet veel verder dan de mededeling dat de informatie moet worden onderzocht. Vragen over het waarom van het fiscale vluchtgedrag en de aanpassing van het beleid komen niet aan bod.

En hoe zit het met de ‘Panamezen’? Moeten zij zich zorgen maken? Op dat vlak hangt veel af van het feit of zij de regels hebben gerespecteerd. Juridisch is het niet verkeerd om offshorestructuren op te zetten, op voorwaarde dat je je aan bepaalde regels houdt. Ook hier geldt dat je de bijsluiter aandachtig moet lezen alvorens de structuur te gebruiken, anders dreigen serieuze fiscale misselijkheid en allergische reacties.

Wat zijn de valkuilen? Het interessante van beleggen via een buitenlandse vennootschap is dat de winst niet langer in België wordt belast, maar in het belastingvriendelijker buitenland. Werken met een buitenlandse vennootschap is echter niet zo eenvoudig. Om te beginnen moet de vennootschap enige sérieux en fond hebben. Als met een brievenbusvennootschap wordt gewerkt, is dat niet zo en is er sprake van simulatie. Bovendien moet worden aangetoond dat de vennootschap effectief vanuit het buitenland wordt bestuurd, anders kan de Belgische fiscus de winst van de vennootschap in België belasten en verlies je het fiscaal voordeel.

Een tweede valkuil houdt verband met het kapitaal dat in de buitenlandse structuur werd ingebracht. Het is duidelijk dat dat alleen wit kapitaal kan zijn. Als zwart of grijs kapitaal in de vennootschap werd ingebracht, is sprake van witwassen en dat levert vroeg of laat problemen op. Vanaf 2017 start de internationale uitwisseling van bankgegevens met 96 landen. Verborgen blijven voor de fiscus wordt dus steeds moeilijker, vooral omdat de lijst van meewerkende landen almaar langer wordt. Bovendien: als je het kapitaal ooit naar België wil repatriëren, zal de bank een herkomstonderzoek uitvoeren. Als de rechtmatige herkomst van het kapitaal niet kan worden aangetoond, dreigt een witwasmelding.

Een derde valkuil zijn de opbrengsten van de structuur. Als die aan de economisch begunstigden van de structuur worden uitgekeerd, moeten ze worden aangegeven in de Belgische aangifte.
 
De Belgen uit de Panama Papers die bovenstaande spelregels niet hebben gerespecteerd, hebben een probleem. Het staat buiten kijf dat hun dossier wordt onderzocht en zij ter fiscale verantwoording worden geroepen. Als ze niet betrokken willen worden in een juridische veldslag, ligt enkel nog de weg naar een fiscale regularisatie open. Er mag dan op dit moment geen wettelijk kader zijn, wie fiscaal wil regulariseren, doet er goed aan nu al naar de fiscus te stappen. Dat kan trouwens ook als er vroeger al een regularisatie werd verricht. Salamiregularisaties, waarbij in stukken wordt geregulariseerd, zijn geen uitzondering meer.

Hopelijk zijn de Panama Papers opnieuw een mooie les voor al wie zich heeft laten verleiden door allerlei fiscale droomverhalen. Er geldt maar één stelregel: als het te mooi is om waar te zijn, dan is dat meestal ook zo.

Zie ook De Tijd