Fraudebestrijding moet en kan nog veel performanter

18/05/2016 | Fraude | Michel Maus
De cijfers van de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) in de strijd tegen de belastingfraude tonen dat het met onze fiscale moraal helemaal niet goed gaat. Fraude bestrijden kan nog performanter, en het is hallucinant dat daar niet meer werk van wordt gemaakt.
Groot nieuws in ons fraudelandje. Volgens de BBI zit er na het kwakkeljaar 2015 een recordjaar 2016 aan te komen. In de eerste vier maanden van 2016 kon de BBI al 228 miljoen euro effectief innen. In heel 2015 was dat 220 miljoen, in 2014 241 miljoen en in 2013 224 miljoen. Minister van Financiën Johan Van Overtveldt (N-VA) liet ook onmiddellijk optekenen dat het aantal dossiers bij de BBI blijft stijgen én dat het inningspercentage toeneemt, ook niet onbelangrijk. Belastingen heffen die toch niet inbaar zijn, heeft immers geen zin. Maar de fiscus doet het beter, want in 2015 is 36 procent van de gevorderde belastingen en boetes effectief geïnd, tegenover 20 procent in 2014 en 23 procent in 2013.

Op het eerste gezicht allemaal goed nieuws, maar is dat wel zo? Moeten we ons niet afvragen of die cijfers geen belangrijk signaal zijn dat het eigenlijk helemaal niet zo goed gaat met ons land, althans niet met onze fiscale moraal? Want er kan maar veel resultaat geboekt worden in de fraudebestrijding als er ook veel wordt gefraudeerd.
 
Buurlanden
 
En dat is misschien wel de belangrijkste conclusie uit de cijfers. Internationale studies tonen dat ook aan. Zo blijkt uit onderzoek van de Oostenrijker Friedrich Schneider dat de zwarte economie in ons land in 2014 ‘goed’ was voor 16,1 procent van het bruto binnenlands product (bbp). In euro’s uitgedrukt is dat maar liefst 64,4 miljard euro. Een merkelijk verschil met onze buurlanden. Zo bedraagt de zwarte economie 13,3 procent van het bbp in Duitsland, 10,8 procent in Frankrijk, 9,2 procent in Nederland en 8,1 procent in Luxemburg. We kunnen dus met enige zekerheid besluiten dat ons land nog steeds op zeer veel zwart geld zit.
 
 
Er is dus nog veel werk aan de winkel en de fraudebestrijding kan nog veel performanter. Het is hallucinant dat daar niet meer werk van wordt gemaakt. Blijkbaar wil men maar niet beseffen dat alle overheidsdepartementen pas deftig kunnen functioneren als de federale overheidsdienst Financiën super functioneert. Je mag zo veel willen besparen als je wil, de instroom van middelen moet grotendeels van Financiën komen. De overheid moet er dan ook op toezien dat dat departement bovengemiddeld kan functioneren en moet daar prioritair in investeren. Als de topman van de BBI al moet gaan bedelen om ‘performante’ laptops en smartphones voor zijn ambtenaren, weet iedereen hoe laat het is.

Muur
 
Maar het gaat niet alleen om mensen en middelen, ook het wettelijk kader van de fraudebestrijding moet dringend worden gemoderniseerd. Al ten tijde van de parlementaire onderzoekscommissie naar de grote fiscale fraudedossiers in 2009 werden aanbevelingen gedaan. Het gaat bijvoorbeeld om het fameuze Charter van de Belastingplichtige, tot op vandaag de basis voor onze fraudebestrijding. Cruciaal daarin is dat er een muur werd gezet tussen fiscus en justitie.

Om onbegrijpelijke redenen heeft men toen gemeend dat de fiscus niet zomaar mag samenwerken met justitie in fiscale fraudedossiers, wat zeer contraproductief is. Dat dit de enige materie is waar de administratie wordt verhinderd om met justitie samen te werken, doet nog meer de wenkbrauwen fronsen. Dat is nog steeds niet verholpen, net zoals er ook nog geen werk is gemaakt van een exclusief gespecialiseerd fiscaal auditoraat op het niveau van de parketten en van de hervorming van de wetgeving op de minnelijke schikking.
 
Allergische reacties
 
Maar de overheid mag niet enkel het symptoom bestrijden, ze moet ook de vraag stellen naar de oorzaken van de fiscale fraude. Daarvoor moet ze in eigen boezem durven te kijken, want ze heeft de belastingplichtige gekregen die ze verdient. De hoge belastingdruk en vooral de zeer ongelijke verdeling van die druk wekt veel fiscale frustratie en fiscaal allergische reacties op. Allerlei gunstregimes voor fiscaal geprivilegieerden doen mensen en bedrijven zoeken naar legale, maar vaak ook illegale achterpoortjes.

Fiscale fraude is weliswaar vaak puur financieel egoïsme, maar vaak is het ook een reactie van fiscaal verzet van belastingplichtigen die zich onheus behandeld voelen door de overheid. Pas als de overheid dat begint te beseffen en de oorzaken van de fiscale frustratie wegneemt, kan ook de fraudegraad dalen.

Zie ook De Tijd