Panama Papers: Kunnen eigenaars van offshorebedrijven vanaf 2017 geen kant meer op?

Sinds 2013 zijn Belgische particulieren verplicht om juridische constructies waarvan zij oprichter of (potentieel) begunstigde zijn, zoals in belastingparadijzen gevestigde vennootschappen (Panama, Britse Maagdeneilanden, Kaaimaneilanden ...), aan te geven.
Door die wettelijke verplichting na te komen, lopen ze evenwel het risico dat ze van de fiscus een vraag om inlichtingen ontvangen. De fiscus zou de offshorevennootschap en/of zijn natuurlijke persoon oprichter of (potentieel) begunstigde (als blijkt dat de offshorevennootschap slechts een postbusvennootschap is) dan zwaarder kunnen belasten. Bovendien is strafrechtelijke vervolging niet zonder meer uit te sluiten indien de belastingplichtige verdacht zou worden van witwassen. We denken daarbij aan de hypothese waarbij niet-aangegeven kapitaal (voortkomende uit beroepsinkomsten of een niet-aangegeven successie) opnieuw werd belegd in de offshorevennootschap. Bijgevolg zouden heel wat belastingplichtigen de neiging kunnen hebben gehad om het bestaan van hun juridische constructie te verzwijgen in hun belastingaangifte.

Een 2500-tal Belgische inwoners vermeldden het bestaan van een offshorestructuur wel degelijk in hun laatste belastingaangifte. Dat cijfer lijkt eerder aan de lage kant. De Panama Papers onthulden dat er alvast minstens 732 Belgen een beroep deden op het advocatenkantoor Mossack Fonseca voor de oprichting van een offshorevennootschap. Dit kantoor heeft echter geen mondiaal monopolie op de oprichting en domiciliëring van vennootschappen in belastingparadijzen.

Vele oprichters of (potentieel) begunstigden stelden zich inmiddels in regel, waarbij de offshorestructuur in sommige gevallen volledig werd ontmanteld.

Wat nu met de onverbeterlijke fraudeurs? Kunnen ze hun vermogen blijven verbergen in een offshorevennootschap zonder ontmaskerd te worden? Het volgende voorbeeld uit de Panama Papers-affaire kan duidelijkheid scheppen.

Een Belgisch inwoner, de heer Jansens, is oprichter of (potentieel) begunstigde van een Panamese vennootschap die een bankrekening opende bij een Luxemburgse bank (deposito- of effectenrekening). Doorgaans wordt een dergelijke structuur gekwalificeerd als een "niet-financiële passieve entiteit". Krachtens Richtlijn 2014/107/EU van 9 december 2014 zal de Luxemburgse bank waar de Panamese vennootschap een rekening heeft geopend vanaf 2017 de volgende financiële gegevens moeten overmaken aan de Luxemburgse fiscus voor de periode vanaf 1 januari 2016 :
  • het rekeningsaldo van de Panamese vennootschap aan het einde van het kalenderjaar;
  • het totaal brutobedrag van interesten en dividenden die gestort werden op de rekening van de Panamese vennootschap in de loop van het kalenderjaar;
  • het totaal bruto product van de verkoop van financiële activa gestort op de rekening van de Panamese vennootschap in de loop van het kalenderjaar, maar ook
  • de identiteit van de heer Jansens, diens adres, woonstaat (in casu België) en zijn fiscaal identificatienummer.

Die informatie zal vervolgens door de Luxemburgse belastingautoriteiten overgemaakt worden aan de Belgische belastingadministratie. Het is dan ook gevaarlijk om te denken dat men nog steeds een vermogen kan verbergen in een Panamese vennootschap.  Niettemin zijn er nog steeds manieren om alsnog te kunnen ontsnappen aan die automatische uitwisseling van informatie, zoals blijkt uit de volgende situaties
:
  • Als meneer Jansens zijn fiscale verblijfplaats verhuist naar het rechtsgebied waar de financiële instelling is gevestigd waarbij de Panamese vennootschap zijn rekening heeft geopend (in casu Luxemburg) voor het einde van de belastbare periode (dus voor 31 december 2016), zullen er geen gegevens worden doorgestuurd naar de Belgische fiscus in 2017. Hetzelfde geldt als hij zijn fiscale verblijfplaats verhuist naar een rechtsgebied dat geen partner is en dus geen gegevens op grond van de gemeenschappelijke CRS-normen uitwisselt (bijvoorbeeld: Panama, Hongkong, Singapore, VS ...).
  • Als de Panamese vennootschap een rekening afsloot bij een Panamese bank (een in de praktijk weinig voorkomende situatie), is er voorlopig sowieso geen automatische gegevensuitwisseling. Panama zal immers niet snel een multilaterale overeenkomst voor de automatische uitwisseling van gegevens ondertekenen aangezien het niet eens op de lijst staat van rechtsgebieden die zich ertoe verbonden heeft om gegevens automatisch uit te wisselen.