De Turtelbom: Soms moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt

06/05/2016 | Fiscaal | Michel Maus
De fiscale versnippering door de staatshervorming heeft een eerste politiek slachtoffer gemaakt. De Vlaamse Minister van Financiƫn, Annemie Turtelboom, heeft vorige week haar politieke nek gebroken na haar fatale val over de fameuze Turteltaks, de Vlaamse energiebelasting op elektriciteit. Niettegenstaande vriend en vijand het nut van een dergelijke belasting hebben erkend als middel om de subsidieput van groene stroom te delgen, is het vooral de haast crapuleuze onrechtvaardigheid van de manier van belasting heffen die Turtelboom de das heeft omgedaan. En hier is onze minister blijven haperen en gestruikeld over de grenzen van haar eigen regionale fiscale bevoegdheid.
Een Vlaamse belasting op het elektriciteitsverbruik was juridisch onmogelijk omdat het verbruik al met federale BTW wordt belast. En om dit probleem te omzeilen heeft de Vlaamse regering dan maar uiteindelijk gekozen voor een belasting per afnamepunt maar met een tarief gekoppeld aan het verbruik. Maar precies door deze manier van belasting heffen betalen de 30 grootste verbruikers van elektriciteit in Vlaanderen, die rechtstreeks zijn aangesloten op het hoogspanningsnet, geen Turteltaks want het hoogspanningsnet is een federale bevoegdheid. In hoofde van de Vlaamse regering was dit blijkbaar noodzakelijke collateral dammage die de bevolking er maar moest bij nemen, maar hieraan heeft de politiek zich dus lelijk mispakt.

De Turteltaks is op dat vlak overigens niet het enige probleem. Ook op heel wat andere domeinen leidt de versnippering van fiscale bevoegdheden tot misbaksels die vroeg of laat naar fiasco’s zullen leiden.

Zo bijvoorbeeld is er de nieuwe groene Vlaamse verkeersfiscaliteit. Wie vanaf 2016 in Vlaanderen een vervuilende dieselauto koopt, moet meer verkeersbelasting betalen. Mooi ecologisch principe is dat, alleen geldt die regel niet voor leasingwagens, omdat politici bij de 5de staatshervorming de krankzinnige regel hebben ingevoerd dat raken aan de verkeersbelasting van leasingmaatschappijen enkel kan mits een intergewestelijk samenwerkingsakkoord. Het gevolg is natuurlijk dat elk fiscaal beleid ten aanzien van leasingwagens is gebetonneerd.

En wat te denken van de onroerende voorheffing. Deze gewestelijke belasting is een belasting berekend op basis van het kadastraal inkomen. Op zich niets bijzonders ware het niet dat ook de federale personenbelasting datzelfde kadastraal inkomen belast. En dat is nu een fundamenteel probleem geworden aangezien sinds de 6de staatshervorming in de Bijzondere Financieringswet aan de gewesten een verbod op dubbele belasting werd opgelegd. Hierdoor wordt meteen het bestaan zelf van de onroerende voorheffing in vraag gesteld.

Ook het verhaal van de woonbonus is problematisch. In het Brussel Gewest heeft men beslist om de regionale woonbonus vanaf 2017 af te schaffen en te vervangen door lagere regionale  registratierechten bij de aankoop van een woning. Op zich is het een gezonde fiscale logica om de belastingplichtigen onmiddellijk een fiscale korting te geven bij de aankoop van een woning, dus op het moment dat die korting het meest voelbaar is. Maar in ons land is dat weer een probleem. Het afschaffen van de regionale woonbons in ruil voor lagere regionale registratierechten is goed nieuws voor wie een bestaande woning koopt. Wie echter een nieuwe woning bouwt of aankoopt is er eraan voor de fiscale moeite, want dan betaalt men geen regionale registratierechten op de aankoop van de woning, maar wel federale BTW. En die federale BTW kan door de gewesten niet verlaagd worden in ruil voor de afschaffing van de regionale woonbonus, want dat is een federale bevoegdheid.

En het laatste exploot van de fiscale versnippering is de recente beslissing van de federale regering om binnenkort online spelen en weddenschappen aan 21% BTW te onderwerpen in een poging om het gat in de federale begroting weer een beetje meer op te vullen. Op het eerste zicht kan niemand daar tegen zijn, maar ook die beslissing stelt weer problemen qua bevoegdheid. De federale regering is hier blijkbaar uit het oog verloren dat er op gewestelijk niveau zoiets bestaat als een belasting op spelen en weddenschappen die ook op de omzet wordt geheven. En zo botsen we weer op de Bijzondere Financieringswet en het gewestelijk verbod op dubbele belasting. Met andere woorden, indien de federale regering doorgaat met zijn beslissing en de BTW invoert voor online spelen en weddenschappen, dan moeten de gewesten hun belasting op spelen en weddenschappen in principe laten varen. Mooi is dat.

Al deze voorbeelden tonen aan dat het in dit kleine doch op vlak van bevoegdheden zeer versnipperde landje onmogelijk is geworden om een deftig fiscaal beleid te voeren, laat staan te komen tot een rechtvaardige fiscaliteit. Op dat vlak zal het fiasco van de Turteltaks misschien een eye-opener zijn voor de politici. Of om het met de filosofische woorden van wijlen Johan Cruyf te zeggen: “Soms moet er iets gebeuren voordat er iets gebeurt”. Hopelijk is het dodelijk politieke arbeidsongeval van Annemie Turtelboom dan ook het signaal voor de politiek dat een 7de staatshervorming vanuit fiscaal oogpunt geen optie is maar een echte noodzaak. 

Zie ook Trends