De impact van de richtlijn houdende maatregelen tegen belastingontwijking voor de financiering van Belgische ondernemingen

Op 28 januari jl. publiceerde de Europese Commissie de richtlijn houdende maatregelen tegen belastingontwijking. Deze richtlijn wil op coherente wijze binnen de EU bepaalde maatregelen van het OESO-actieplan tegen de erosie van de belastbare basis en winsttransfers (BEPS) omzetten en bevat de regels in de strijd tegen belastingontwijking in zes specifieke domeinen. Hieronder zal worden ingegaan op de regel houdende de beperking van de aftrekbaarheid van rente die gevolgen kan hebben voor heel wat Belgische ondernemingen.

I.        HET VOORSTEL VAN DE RICHTLIJN HOUDENDE MAATREGELEN TEGEN BELASTINGONTWIJKING

 
Op 28 januari jl. publiceerde de Europese Commissie de richtlijn houdende maatregelen tegen belastingontwijking. Deze richtlijn wil op coherente wijze binnen de EU bepaalde maatregelen van het OESO-actieplan tegen de erosie van de belastbare basis en winsttransfers (BEPS) omzetten en bevat de regels in de strijd tegen belastingontwijking in zes specifieke domeinen. Hieronder zal worden ingegaan op de regel houdende de beperking van de aftrekbaarheid van rente die gevolgen kan hebben voor heel wat Belgische ondernemingen.

De richtlijn laat de aftrek van rente toe ten belope van een percentage van de bruto winstmarge. De financieringskosten zijn aftrekbaar ten belope van 30 % van het resultaat vóór interesten, belastingen, depreciatie en afschrijvingen (EBITDA) of van een bedrag van 1.000.000 euro, naargelang welk van beide het hoogste is.

De belastingplichtige wordt daarnaast toegestaan om alle financieringskosten af te trekken als hij kan aantonen dat de ratio tussen zijn eigen vermogen en zijn balanstotaal gelijk is aan of groter dan de overeenkomstige groepsratio.

Deze regel houdende de beperking van de aftrekbaarheid van rente is niet van toepassing op financiële ondernemingen, zijnde kredietinstellingen, verzekeringsinstellingen, investeringsfondsen enz.
 

II.       FISCAAL VOORDEEL VAN DE FINANCIERING DOOR SCHULDEN IN BELGIE

 
In het algemeen hebben Belgische ondernemingen er belang bij om zich te financieren via schulden in plaats van met eigen kapitaal. De reden hiervoor is eenvoudig. De interesten zijn in principe aftrekbaar in de vennootschapsbelastingen, terwijl de dividenden aan de belastbare basis moeten worden toegevoegd.

Er werd effectief een onderkapitalisatieregel ingevoerd in het Belgisch fiscaal landschap in 2012 (art. 198,11° WIB). Dit artikel heeft echter een beperkte reikwijdte:
  • het heeft enkel effect bij overschrijding van een debt-equity ratio van meer dan 5/1; het contrast met de rigide onderkapitalisatieratio's van onze buurlanden, zoals Duitsland en Frankrijk is stuitend;
  • het beoogt enkel leningen toegekend door (i) laagbelaste ondernemingen of (ii) verbonden ondernemingen; de leningen toegekend door andere verstrekkers, zoals derde ondernemingen (banken), worden niet in rekening gebracht.

De afwezigheid van een rigide onderkapitalisatieregel is niet abnormaal in het licht van het Belgisch fiscaal systeem in zijn geheel, in het bijzonder rekening houdend met ons hoog belastingtarief in de vennootschapsbelastingen (33,99 %) en het gebrek aan fiscale consolidatie. De soepelheid van de fiscale wetgeving in combinatie met de afwezigheid van bepalingen in het vennootschapsrecht omtrent een eigen vermogen-ratio verklaart waarom de meeste Belgische ondernemingen in hoofdzaak worden gefinancierd door schuld.

Men zou nochtans verwachten dat de aftrek van risicokapitaal (notionele interestaftrek) Belgische ondernemingen zou aanzetten om zich met eigen middelen te financieren. Ten onrechte zo blijkt. Dit is echter niet zo verrassend. Enerzijds werd het tarief van de aftrek voor risicokapitaal in de loop van de jaren herleid tot nagenoeg nihil : in 2016 bedroeg het tarief 1,13 % voor de grote ondernemingen en 1,63 % voor kleine ondernemingen. Anderzijds zijn de overschotten van de notionele interestaftrek niet overdraagbaar. Daartegenover staat dat de interesten in geval van financiering door schuld aftrekbaar zijn tegen het markttarief en kunnen ze overgedragen fiscale verliezen doen ontstaan (die onbeperkt in de tijd kunnen worden overgedragen).
 

III.     PRAKTISCHE IMPACT VAN DE REGEL HOUDENDE DE BEPERKING VAN DE AFTREKBAARHEID VAN RENTE

 
De nieuwe regel houdende de beperking van de aftrekbaarheid van rente zoals opgenomen in de richtlijn zou wel eens ernstige gevolgen kunnen hebben voor Belgische ondernemingen die zich financieren met schulden. Hij zou immers de niet-aftrekbaarheid van de leningslasten tot gevolg kunnen hebben van zodra deze meer dan 30 % van de EBITDA (en 1 miljoen euro) bedragen.

Deze maatregel mag niet te licht worden opgevat. Hij is niet alleen van toepassing op intra-groepsleningen (leningen van aandeelhouders), maar ook op leningen die aan derden worden toegekend. Hij omvat zowel leningen die worden toegekend door volledig belaste vennootschappen als leningen die worden toegekend door laagbelaste of niet-belaste entiteiten (leningverstrekkers in belastingparadijzen). Hij viseert ook bonafide leningen tussen twee Belgische vennootschappen.

Het volgende voorbeeld toont op overtuigende wijze de ruime draagwijdte van de bepaling aan. Een Belgische vennootschap sluit een lening af bij een Belgische bank om haar economische activiteit te financieren (persoonlijke verbintenis, verwezenlijken van investeringen enz.). De interesten die de Belgische onderneming aan de Belgische bank betaalt, worden verworpen in zoverre het bedrag van de interesten 30 % meer bedraagt dan haar EBITDA (en 1 miljoen euro).

De nieuwe regel houdende de beperking van de aftrekbaarheid van rente kan zoals men ziet ernstige gevolgen hebben. Hoewel de richtlijn houdende maatregelen tegen belastingontwijking nog moet worden goedgekeurd, zal het bijgevolg geen overbodige oefening zijn om nu reeds de mogelijke impact ervan te onderzoeken.