De fiscale tentakels van KBC

17/01/2014 | Fiscaal | Michel Maus
Eerder deze week raakte in de krant De Tijd bekend dat de Bijzondere Belastinginspectie (BBI) een onderzoek voert naar de linken van de groep KBC met verschillende belastingparadijzen. Dit werd door de BBI meegedeeld aan de andere antifraudediensten in het College voor de strijd tegen de fiscale en sociale fraude. Uit de persberichten is gebleken dat KBC voor meer dan duizend miljard euro aan transacties zou hebben verricht via notoire belastingparadijzen zoals de Britse Maagdeneilanden, de Kaaimaneilanden, de Isle of Man, Jersey, Monaco en Luxemburg. Volgens de fiscus spant KBC hiermee de kroon van alle Belgische bedrijven die werken met fiscale vluchtlanden.
Na de bekendmaking van dit bericht haastte KBC-woordvoerster Viviane Huybrecht zich om te stellen dat haar werkgever niets te verbergen heeft. In de officiële reactie werd benadrukt dat de KBC-groep steeds alle betalingsstromen met firma's in belastingparadijzen aan de fiscus heeft aangegeven  en naar aanleiding van gewone fiscale controles uitvoerig en in alle transparantie uitleg heeft gegeven over die transacties. Tevens werd benadrukt dat de aanwezigheid van KBC in belastingparadijzen louter vennootschapsrechtelijke en financiële oorzaken heeft en niet is ingegeven door fiscale overwegingen. Er werd volgens KBC ook steeds belasting betaald in de landen waar de hoofdzetel is gevestigd van de vennootschappen, dat wil dus zeggen in de belastingparadijzen zelf. Ik moet eerlijk toegeven dat ik mij toch even in mijn koffie heb verslikt bij het lezen van de officiële reactie van KBC. Werken met vennootschappen op de Kaaimaneilanden is niet om fiscale redenen? Komaan zeg .
 
Let op, juridisch is er op zich niets verkeerd aan het werken met dochter- of zustervennootschappen in belastingparadijzen, op voorwaarde uiteraard dat men binnen de fiscale lijntjes kleurt. Dit wil zeggen dat men aangifte doet bij de fiscus van transacties boven de 100.000 euro, dat de transacties gebeuren tegen normale verrekenprijzen en dat dochter- of zustervennootschappen daadwerkelijk worden bestuurd vanuit het belastingparadijs zelf en niet vanuit België. Indien KBC deze regels heeft gerespecteerd, dan is dat sneu voor de Belgische schatkist, maar dan is er juridisch in wezen niets aan de hand. Elke belastingplichtige groot of klein heeft nu eenmaal recht op zijn fiscale vrijheid en daar valt weinig aan te doen.
 
Maar zelfs indien uit het BBI-onderzoek zou blijken dat KBC juridisch nog steeds als een fiscale maagd door het leven kan gaan, dan moeten we nu toch met zijn allen redelijk pissed off zijn. Waarom zult u vragen? Wel dat is zeer eenvoudig. Blijkbaar is iedereen reeds vergeten dat KBC in volle financiële crisis slechts overeind kon blijven dankzij 7 miljard euro aan overheidssteun. Indien we daar wat dieper over nadenken, dan moeten we nu tot de conclusie komen dat KBC enerzijds werd gered met de centen van de Belgische belastingbetaler, maar er anderzijds met haar fiscale constructies wel voor zorgt dat er zo weinig mogelijk van haar centen in de Belgische Schatkist komen. Sympathiek is deze vorm van fiscaal parasitisme in ieder geval niet te noemen.
 
Dus zelfs al is er juridisch met de fiscale vluchtroutes van KBC niets aan de hand, dan is er in dit dossier toch wel een fundamenteel ethisch probleem. Met dit ethisch probleem moeten we niet enkel KBC confronteren, maar ook de regering. Blijkbaar heeft er niemand in de regering aan gedacht om het toekennen van staatssteun aan de Belgische (groot)banken te koppelen aan de eis van meer fiscale ethiek. Was het nu voor de regering zo moeilijk om het toekennen van staatssteun aan de banken te koppelen aan de voorwaarde om alle activiteiten in belastingparadijzen stop te zetten? Ik denk het niet. Het feit dat dit niet is gebeurd zegt opnieuw veel over het respect voor diegenen er wel voor zorgen dat er centen in de schatkist belanden. Laat dat opnieuw een wijze les in fiscaal fatsoen zijn. De Belgische belastingbetaler zal er u dankbaar voor zijn.