Als de tax shift al de geschiedenis in gaat, dan is het vooral om de gemiste kansen

12/10/2015 | Fiscaal | Michel Maus
Historisch en groots, zo werd het politiek akkoord over de tax shift afgelopen weekend door de regering omschreven. Dure woorden die een mens spontaan doen denken aan pakweg de Franse Revolutie, de val van de Berlijnse Muur of de Arabische Lente. Of echter ook de tax shift het verdient om met dit predikaat door het leven te gaan is nog maar zeer de vraag. Pas op, de tax shift heeft zeker zijn verdiensten - de verlaging van de sociale zekerheidsbijdragen voor werkgevers mag gezien worden en ook op het vlak van belastingdruk op arbeid worden voorzichtige stapjes gezet - maar al bij al nodigt de tax shift helemaal niet uit om de Brabançonne te zingen.
Men mag immers niet vergeten dat België al sinds jaar en dag koploper is op het vlak van belastingdruk op arbeid en loonkost, en hiervoor internationaal met de vinger wordt gewezen. Men kan de verlaging ervan dan ook moeilijk verkopen als een grootse prestatie. Het is gewoon gezond verstand. De belastingdruk op arbeid en de loonkost moesten naar omlaag en bij de manier waarop dit nu gebeurt kan men ernstige vraagtekens plaatsen.
 
'Enkel wie geen elektriciteit verbruikt, niet met de auto rijdt, niet rookt, drinkt of aandelen heeft kan tot 100 euro per maand aan de tax shift verdienen'

De regering slaat ons om de oren met cijfers over de stijging van de koopkracht die tussen de 63 en de 100 euro netto per maand zou gaan opleveren, maar deze cijfers moeten sterk worden genuanceerd. De maatregelen die men gaat nemen zijn niet voor iedereen van toepassing, met als resultaat dat de voordelen zeer verdeeld zullen zijn. Wie kinderen heeft bijvoorbeeld, kan niet of slechts gedeeltelijk profiteren van de afschaffing van de 30 procent-schijf in de personenbelasting. En wie zijn werkelijke beroepskosten bewijst, heeft ook helemaal niets aan de verhoging van de forfaitaire aftrek van beroepskosten. Bovendien mag ook niet worden vergeten dat de regering al gestart is met de compensaties nog voor de loonkost en de arbeidsfiscaliteit werd verlaagd. Zo betalen we nu al met zijn allen 21 procent btw op elektriciteit, nog voor de eerste steen van de tax shift werd gelegd. En de stijging van de koopkracht wordt natuurlijk ook gecompenseerd met fiscale compensaties. Enkel wie geen elektriciteit verbruikt, niet met de auto rijdt, niet rookt, drinkt of aandelen heeft kan tot 100 euro per maand aan de tax shift verdienen.

En precies wat de fiscale compensaties betreft, mist de tax shift een duidelijk visionair beleid. Nochtans lag hier een uitgelezen kans om het belastingsysteem grondig te hervormen, fairder te maken, te vergroenen en te moderniseren. Een bredere grondslag om te belasten door te saneren in allerlei gunstregimes en lagere tarieven voor iedereen; het had perfect gekund.

Wat nu echter op tafel ligt, is niet meer dan een budgettaire oefening. De 'sterkste schouders-zwaarste lasten' filosofie komt helemaal niet tot uiting. Er is misschien wel de verhoging van de roerende voorheffing, maar de kaaiman- en speculatietaks zijn niet meer dan symboolbelastingen. Het belasten van meerwaarden op aandelen bij verkoop binnen de zes maanden na de aankoop, zonder mogelijkheid tot aftrek van minderwaarden, treft louter de kleine belegger. En ook de ecologische toets valt te mager uit. Er is wel een suikertaks en de verhoging van accijnzen op alcohol, tabak en diesel, maar echt ontradend werken deze belastingen niet. Het heffen van 1 eurocent belasting op een blikje zal de consument er niet van weerhouden frisdrank te drinken.

De tax shift is er en dat is misschien een verdienste op zich. Er is weliswaar respect voor het politieke compromis, maar neen, historisch kunnen we dit niet noemen. Als de tax shift al de geschiedenis in zal gaan, dan zal het vooral omwille van de gemiste kansen zijn, en dat is bijzonder jammer.

Als de tax shift al de geschiedenis in gaat...