De aangifteverplichting van juridische constructies, de kaaimantaks en de automatische uitwisseling van informatie: een onuitstaanbaar trio.

AANGIFTEVERPLICHTING EN KAAIMANTAKS Sinds aanslagjaar 2014 moeten Belgische particulieren in hun aangifte personenbelasting aangeven of ze oprichter of begunstigde zijn van een “juridische constructie”[1]. De Kaaimantaks, die door de programma-wet van 10 augustus 2015 ingevoerd is, kadert in de verlenging van deze aangifteverplichting. Deze voorziet in wezen dat Belgische natuurlijke personen (oprichters van juridische constructies) vanaf aanslagjaar 2016 (inkomsten 2015) transparant worden belast op de inkomsten die de juridische constructie verkrijgt[2]. Die inkomsten worden dus belast in de personenbelasting op het niveau van de natuurlijke persoon (oprichter of begunstigde van de juridische constructie) alsof ze rechtstreeks werden ontvangen. De eerste categorie van juridische constructies betreft de trustachtige rechtsverhoudingen[3]. De definitie van de juridische constructies van de tweede categorie[4] werd aangepast. Worden voortaan geviseerd de juridische constructies die rechtspersoonlijkheid bezitten, en die niet aan een inkomstenbelasting zijn onderworpen ofwel onderworpen zijn aan een inkomstenbelasting die minder dan 15 pct bedraagt. Twee koninklijke besluiten van 23 augustus 2015[5], bevatten de lijsten van juridische constructies van de tweede categorie.
PRAKTISCHE ILLUSTRATIE

De Luxemburgse SPF staat op de lijst van juridische constructies van de tweede categorie.

We nemen het voorbeeld van meneer Dupont, een Belgisch inwoner die in 2015 alle aandelen van een SPF in zijn bezit had. De SPF beschikt over een portefeuille met effecten ter waarde van 20 miljoen euro, samengesteld uit aandelen en obligaties. In 2015 bedraagt het rendement van de effectenportefeuille 5 %, dus 1.000.000 euro. Concreet gaat het om meerwaarden op aandelen ten belope van 500.000 euro en dividenden en interesten voor 500 000 euro.

De SPF ontsnapt in principe aan elke belasting op inkomsten (dividenden, interesten) en op de gerealiseerde meerwaarden. Meneer Dupont zal daarentegen worden belast tegen 25 % via de Kaaimantaks in de personenbelasting op de dividenden en interesten die de SPF ontvangt. Zo zal hij zijn bijdrage moeten leveren aan de Belgische fiscus ten belope van 125.000 euro (25 %*500.000 euro). De meerwaarden op aandelen zullen in principe vrijgesteld zijn voor zover ze onder het normaal beheer van een privévermogen vallen (art. 90,9° WIB). Dit voorbeeld toont aan dat de transparantie totaal is (geen conversie van inkomsten).

TO DECLARE OR NOT ?

Als meneer Dupont 'ja' aanvinkt in de rubriek van zijn personenbelastingaangifte omtrent het aanhouden van juridische constructies (kader XIV) loopt hij het risico op een vraag om inlichtingen. Dit moet de fiscus toelaten om de oorsprong van het kapitaal te onderzoeken. De fiscus zal ook nagaan of:
  • de SPF uitkeringen aan meneer Dupont heeft verricht;
  • de SPF al dan niet gesimuleerd is (is de SPF een brievenbusvennootschap?)
  • de toepassingsvoorwaarden van artikel 344, § 2 WIB zijn vervuld
  • meneer Dupont de Kaaimantaks heeft toegepast (vanaf aanslagjaar 2016).
     
Aangifte van een juridische constructie kan zo leiden tot een aanzienlijke fiscale last. Strafrechtelijke vervolging is niet zonder meer uit te sluiten als de belastingplichtige verdacht wordt van witwassen. Ik denk daarbij in het bijzonder aan de hypothese waarbij niet aangegeven kapitaal (niet aangegeven beroepsinkomsten of niet-aangegeven successie) werden herbelegd in een SPF. Iedereen weet ondertussen dat de holdings 29 die omgevormd werden tot SPF vaak zijn gebruikt om "zwart" kapitaal in onder te brengen.

Zo zouden heel wat belastingplichtigen geneigd kunnen zijn om na te laten het bestaan van een juridische constructie in hun personenbelastingaangifte te melden. Denken dat men zijn vermogen in een juridische constructie (zoals de SPF) kan verstoppen zonder risico is ijdele hoop. Het volstaat om te kijken naar de automatische uitwisseling van inlichtingen die in 2017 zal beginnen.

AUTOMATISCHE UITWISSELING VAN FINANCIËLE GEGEVENS BINNEN DE EU

De Bijstandsrichtlijn van 15 februari 2011 heeft tot doel de samenwerking tussen de belastingautoriteiten van de diverse Europese lidstaten te versterken met het oog op een betere bestrijding van de internationale belastingvlucht en belastingfraude. De Europese Raad keurde op 9 december 2014 de Richtlijn 2014/107/EU goed, ook “Europese Fatca ” genoemd. Ze wijzigt de bestaande Bijstandsrichtlijn en vormt een belangrijke stap op het vlak van de automatische gegevensuitwisseling binnen de Europese Unie. De Richtlijn 2014/107/EU breidt de bestaande informatiewisseling uit: ze bepaalt dat de volgende financiële inlichtingen over financiële rekeningen die EU-onderdanen aanhouden bij financiële instellingen in andere EU-lidstaten automatisch zullen worden uitgewisseld vanaf september 2017, met betrekking tot belastbare tijdperken vanaf 1 januari 2016:

•          het saldo van de rekening aan het eind van het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover gerapporteerd dient te worden;
•          het op de rekening (of ter zake van de rekening) gestorte of bijgeschreven totale brutobedrag aan rente, totale brutobedrag aan dividenden en totale brutobedrag aan overige inkomsten gegenereerd met betrekking tot de activa op de rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover gerapporteerd dient te worden;
•          de totale bruto-opbrengsten van de verkoop, terugbetaling of afkoop van financiële activa gestort of bijgeschreven op de rekening gedurende het kalenderjaar of een andere relevante periode waarover gerapporteerd dient te worden ter zake waarvan de rapporterende financiële instelling voor de rekeninghouder optrad als bewaarder, makelaar, vertegenwoordiger of anderszins als gevolmachtigde.

Op die manier zet de Europese Unie de trend verder van de Verenigde Staten van Amerika (FATCA) en de OESO (OESO-standaard over uitwisseling van inlichtingen: de Common Reporting Standard,“CRS”). Die automatische gegevensuitwisseling heeft betrekking op 'te rapporteren rekeningen', dat wil zeggen financiële rekeningen die bij een financiële instelling uit een andere EU lidstaat zijn geopend en worden aangehouden door een natuurlijke persoon of entiteit (vennootschap) die in een andere lidstaat is gevestigd[6].

Heel wat belastingplichtigen en fiscale adviseurs weten nog steeds niet dat als de entiteit met een financiële rekening wordt gekwalificeerd als een passieve niet-financiële entiteit (NFE, entiteit die geen financiële instelling is), de informatie-uitwisseling ook betrekking kan hebben op de identiteit van de natuurlijke persoon (en inwoner van de EU-lidstaat) die de passieve NFE controleert[7].

Een SPF met een effectenportefeuille zal in beginsel worden beschouwd als een passieve NFE. In het voorbeeld van meneer Dupont zal de Luxemburgse bank waar de SPF haar rekening had geopend vanaf 2017 de volgende financiële inlichtingen overmaken aan de Luxemburgse fiscus met betrekking tot de belastbare tijdperken te rekenen vanaf 1 januari 2016:
  • naam, adres, verblijfstaat en fiscaal identificatienummer van meneer Dupont;
  • saldo van de rekening van de SPF aan het einde van het kalenderjaar;
  • het totale brutobedrag van interesten en dividenden die op de rekening van de SPF werden gestort;
  • de totale bruto-opbrengsten van de verkoop van financiële activa enz.
     
Deze inlichtingen zullen vervolgens door de Luxemburgse belastingautoriteiten overgemaakt worden aan de Belgische belastingadministratie.

TOTALE TRANSPARANTIE OP ALLE NIVEAUS

De transparantie heeft dus niet alleen betrekking op de belastingheffing (Kaaimantaks) : ze geldt ook voor de gegevensuitwisseling.
 

[1] Art. 307, § 1, 4°WIB.
[2] Art. 5/1 WIB.
[3] Art. 2, § 1, 13°, a WIB.
[4] Art. 2, § 1, 13°, b WIB.
[5] B.S., 28 augustus 2015.
[6] Bijlage I, Deel VIII, D, 1 tot 3 van richtlijn 20
14/107/EU.
[7] Bijlage I, Deel I, A, 1 tot 3 van richtlijn 2014/107/EU.