Van Melkebeke op vervroegd pensioen om familiale redenen maar ook door bemoeilijkte werking van de Vlaamse administratie

02/09/2015 | Michel Maus
Begin augustus ontstond een discussie tussen topambtenaar Van Melkebeke en Vlaams minister-president Bourgeois. Van Melkebeke kaartte in een kranteninterview aan dat hij op vervroegd pensioen ging om familiale redenen maar dat de bemoeilijkte werking van de Vlaamse administratie daar ook een rol in speelde. Volgens de Standaard vond Van Melkebeke dat de Vlaamse Regering dermate bespaarde op de werking van de administratie dat een goede werking van die administratie in het gedrang kwam. Bovendien vond hij dat zijn politieke kleur (Van Melkebeke was tevoren sp.a-kabinetschef) de samenwerking met de huidige Vlaamse bestuursploeg hinderde.
Begin augustus ontstond een discussie tussen topambtenaar Van Melkebeke en Vlaams minister-president Bourgeois. Van Melkebeke kaartte in een kranteninterview aan dat hij op vervroegd pensioen ging om familiale redenen maar dat de bemoeilijkte werking van de Vlaamse administratie daar ook een rol in speelde. Volgens de Standaard vond Van Melkebeke dat de Vlaamse Regering dermate bespaarde op de  werking van de administratie dat een goede werking van die administratie in het gedrang kwam.  Bovendien vond hij dat zijn politieke kleur (Van Melkebeke was tevoren sp.a-kabinetschef) de samenwerking met de  huidige Vlaamse bestuursploeg hinderde.

Minister-president Bourgeois reageerde door aan te stippen dat hij betreurt dat de heer Van Melkebeke zijn spreekrecht gebruikt om de Vlaamse regering aan te vallen in de pers. Bovendien was hijzelf betrokken bij de uittekening van een aantal besparingsmaatregelen, aldus de minister-president.

Deze gang van zaken legt de fundamentele uitzonderingspositie van de Vlaamse (en bij utibreiding Belgische) administratie bloot. Ons ambtenaren genieten een ruime invulling van hun spreekrecht maar ze zijn evenzeer onderworpen aan sterk gepolitiseerde kabinetten.

Velen aan de top van onze ambtenarenapparaat hebben een gekend politiek verleden en/of een gekende politieke voorkeur. Dat staat in schril contrast met een land als het Verenigd Koninkrijk waar de hoogste civil servants  zonder enige twijfel een politieke voorkeur hebben maar waar die niet gekend is en niet bekend wordt gemaakt. De betrokkenen waken er zeer streng over dat hun professionele werking op geen enkele wijze interfereert met het bekendmaken van een politieke voorkeur. Doordat niemand in de professionele omgeving zijn of haar politieke voorkeur kenbaar maakt, kunnen zij steeds na een regeringswissel in volle vertrouwen aan de slag met de nieuwe bewindslieden. Die kunnen er immers op vertrouwen (en dat moeten ze ook) dat hun hoogste ambtenaren loyaal hun beslissingen ten uitvoer zullen leggen. Twijfel dat dit moeilijker gaat omwille van een politieke voorkeur komen niet (of uiterst zelden) voor. Dit heeft meteen ook tot gevolg dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens al heeft geoordeeld dat het niet buitensporig is om hoge ambtenaren te verbieden op te komen bij lokale verkiezingen in het Verenigd Koninkrijk (EHRM, Ahmed e.a., 2 september 1998).  Het spreekrecht wordt in het Verenigd Koninkrijk dan ook veel meer aan banden gelegd omdat het ondergeschikt aan de loyaliteitsvoorwaarden. Van Melkebeke heeft dus meer spreekruimte dan zijn Britse collega’s.

Ons land heeft een veel ruimere invulling van het spreekrecht en laat ambtenaren veel meer toe. Zo nemen tal van topambtenaren deel aan (lokale) verkiezingen. Dit geldt zelfs op functies die een zeer grote loyaliteit impliceren (zoals de regerignscommissarissen en de inspecteurs van financiën). Niettemin blijft er een fundamenteel probleem voor de werking van onze administratie omdat de ministeriële kabinetten blijven bestaan. Deze kabinetten politiseren immers de samenwerking tussen administratie en minister. Een land als Nederland, waar ambtenaren ook een ruim spreekrecht hebben, kent geen kabinetten. Dat heeft tot gevolg dat de ambtenaren veel rechtstreekser betrokken zijn bij hervormingen en dus ook vertrouwelijker advies kunnen verlenen over de gevolgen. Vanuit dat oogpunt is het aanhalen dat Van Melkebeke mee de beslissing tot besparing heeft vormgegeven symptomatisch. Uiteraard: dat is zijn job. Alleen moet hem daar de ruimte worden geboden om de problemen te duiden. Door het bestaan van kabinetten wordt dit heel moeilijk. Dit dient rechtstreeks te kunnen gebeuren. De minister neemt dan de eindbeslissing maar kent tenminste de bezwaren van de (top)ambtenaren. De minister brengt die normaliter niet naar buiten.

Deze zaak schetst hoe ons land door het bestaan van kabinetten een uitzonderingspositie blijft bekleden die de werking van ambtenarenapparaat bemoeilijkt. Dit debat (dat al dikwijls naar boven is gekomen) moet toch eens ten gronde worden gevoerd.