Het Rubik -akkoord

03/06/2015 | Fiscaal | Michel Maus
De krant De Morgen liet afgelopen week in een opgemerkt artikel weten dat Belgen 30 miljard euro op Zwitserse bankrekeningen hebben geparkeerd. Dit nieuws sloeg in als een bom en in de nasleep van dit artikel is een kleine politieke hetze ontstaan over de vraag of België een zogenaamd “Rubik-akkoord” met Zwitserland zou moeten afsluiten om belastinginkomsten van de zwarte Zwitserse vermogens te recupereren. De regering is daar verdeeld over. Minister Reynders is een dergelijk akkoord zeer genegen, Staatssecretaris Crombez dreigt met ontslag als een dergelijk akkoord er zou komen en Minister Vanackere hult zich in stilzwijgen. Hoog tijd voor een beschouwing dus.
Een "Rubik-akkoord” is een verdrag waarbij Zwitserland ten voordele van een verdragsstaat, in ruil voor anonimiteit een soort van eenmalige bronheffing van 34% afhoudt op zwarte vermogens. Deze bronheffing wordt vervolgens anoniem aan de woonstaat van de rekeninghouder doorgestort. Deze woonstaat krijgt het fiscale manna uit Zwitserland aldus rechtstreeks in de schoot geworpen maar krijgt verder geen zicht op de identiteit van de rekeninghouders. Hierdoor kunnen de Zwitserse banken de betrokken rekeninghouders verder hun fiscale anonimiteit garanderen.
 
De Rubik-akkoorden zijn het antwoord van de Zwitsers op de fameuze FACTA-wetgeving van de USA. Naar aanleiding van twee grote fraudezaken enerzijds met de bank UBS en anderzijds met de bank Crédit Suisse heeft de USA de Foreign Account Tax Compliance Act ( FACTA ) uitgevaardigd die buitenlandse bankinstellingen verplicht om vanaf 1 januari 2013 gegevens over Amerikaanse rekeninghouders aan de Amerikaanse Internal Revenu Service door te geven. Indien zij dit niet doen, dan verliezen zij hun Amerikaanse banklicentie en kunnen zij niet langer zaken doen in de USA. Zwitserland beseft maar al te goed dat een dergelijke FACTA-wetgeving het einde van het Zwitsers bankgeheim kan betekenen en het is duidelijk dat Zwitserland als de dood is voor gelijkaardige FACTA-initiatieven van de Europese Unie. Vandaar dat de Zwitsers hun toevlucht hebben gezocht in de Rubik-akkoorden en aldus hopen hun bankgeheim in stand te kunnen houden. Dit strategisch plan lijkt deels te werken aangezien Zwitserland ondertussen met Duitsland, het Verenigd Koninkrijk en Oostenrijk Rubik-akkoorden heeft afgesloten en met Roemenië, Griekenland en Italië onderhandelingen heeft opgestart.
 
De Rubik-akkoorden liggen echter in de internationale en nationale politiek zwaar onder vuur. Maar er zijn niet alleen politieke problemen rond de Rubik-akkoorden, ook juridisch zijn er heel wat bedenkingen. In Europese kringen is te horen dat deze akkoorden ingaan tegen de Europese Spaarrichtlijn en hierdoor juridisch onaanvaardbaar zijn. Vanuit Belgisch oogpunt stelt zich de vraag of een Rubik-akkoord wel de toets van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel kan doorstaan. Het is duidelijk dat men onmogelijk alleen aan Belgische rekeninghouders in Zwitserland een Rubik-regeling kan voorstellen. Ook bezitters van een zwart vermogen in andere landen moet men dan de mogelijkheid bieden om tegen Rubik-voorwaarden tot regularisatie over te gaan en ook dat is allicht politiek een brug te ver.
 
Anderzijds is het politiek zeer naïef om te veronderstellen dat men op termijn in staat zal zijn om alle Belgische rekeninghouders in kaart te brengen met een zwarte rekening in Zwitserland of in een ander land. De Amerikanen hebben de politieke macht om een FACTA-regeling af te dwingen, maar de individuele Europese Lidstaten hebben die macht vooralsnog niet. Ook een eigen initiatief van de Europese Unie zelf is momenteel een politieke utopie aangezien alle Europese Lidstaten deze regeling zouden moeten goedkeuren, inclusief Luxemburg dat hierdoor zijn eigen banksysteem zou hypothekeren. De Belgische fiscus zal aldus voorlopig in de komende jaren verder moeten doen met toevallige “one shotters”, zoals de zaak rond de Antwerpse diamantairs en de HSBC bank, om af en toe een fraudeur met een zwart buitenlands vermogen te kunnen snappen. Het is duidelijk dat de begroting daarmee niet is gediend.
 
Vandaar dat zich de vraag aandient of de regering in deze barre budgettaire tijden niet beter voor een eigen oplossing kiest en werkt aan een herziening van de huidige regeling rond de fiscale regularisatie. De problemen met de huidige regeling zijn immers gekend en oplosbaar. Vooreerst is de regularisatie van “ernstige en georganiseerde fiscale fraude” van de regeling uitgesloten waardoor de grotere zwarte vermogens nog steeds de weg naar de regularisatie niet vinden. Waarom grote fraudeurs van de regularisatie moeten worden uitgesloten is mij nog steeds een raadsel. Daarnaast vereist de huidige regeling in wezen dat de berouwvolle belastingplichtige zijn volledige zwarte vermogen regulariseert ongeacht het feit of de ontdoken belasting reeds is verjaard of niet. De regularisatie wordt op die manier vaak onbetaalbaar zodat het zwarte vermogen in het buitenland blijft. Ook dat probleem valt te remediëren. Voor de belastingen die nog niet zijn verjaard, kan de huidige regeling min of meer behouden blijven. Men vereffent de werkelijke verschuldigde belasting zij het dat men ook een administratieve sanctie van 20% moet betalen. Voor de belastingen die wel reeds zijn verjaard, kan men werken met een boetesysteem waarbij men zijn zwart vermogen kan opkuisen door het betalen van een boetetarief dat gerust op 34% kan gefixeerd worden.
 
Indien de regering deze weg zou opgaan en de kinderziekten van de huidige regeling zou wegwerken, dan is er geen Rubik-akkoord nodig om Belgische rekeninghouders in Zwitserland en in andere landen te overtuigen om hun vermogen naar België te repatriëren. De wankele begroting zal hierdoor een pak extra zuurstof krijgen. Maar ja, you can lead a horse to water, but you can’t make it drink.