Fraudebestrijding: het rapport van de regering Di Rupo

13/04/2014 | Fraude | Michel Maus
Met de regering Di Rupo is er voor het eerst in vele jaren sprake geweest van een echt fraudebeleid? Onder impuls van staatssecretaris John Crombez hebben heel wat fraudemaatregelen het levenslicht gezien. Op het vlak van de strijd tegen de sociale fraude werden maatregelen genomen om het zwartwerk, sociale dumping en uitkeringsfraude tegen te gaan. Denken we maar aan de witte kassa in de horeca, de aanwezigheidsregistratie in de bouw, de hoofdelijke gehoudenheid voor RSZ-schulden en de aanpak van de domiciliefraude. Wat fiscale fraude betreft kan onder meer worden gewezen op de nieuwe fiscale anti-misbruikbepaling, de nieuwe aangifteverplichtingen voor roerend vermogen, de verstrengde meldingsplicht voor fiscale fraude, het beperken van het gebruik van cash geld, het verzwaren van de strafsancties voor fiscale fraude, het invoeren van het misdrijf ernstige fiscale fraude en het invoeren van een una via systeem voor de fraudebestrijding. Deze lijst van maatregelen lijkt niet alleen indrukwekkend, dat is het ook in realiteit, zeker indien we rekening houden dat de regering Di Rupo slechts 2 jaar heeft geregeerd.
Maar het is ondertussen ook voor iedereen duidelijk dat het werk niet af is. Ook de staatssecretaris zelf is deze mening toegedaan. “De sporen zijn gelegd, het is nu tijd om de treinen te laten bollen", luidt zijn devies. En het inderdaad worden gezegd, dat we op het vlak van de fraudebestrijding  nog een lange weg hebben af te leggen. Uit de laatste cijfers van de internationaal gerenommeerde fraudespecialist Professor Friedrich Schneider blijkt dat de zwarte economie België weliswaar in een dalende lijn zit, maar nog altijd vrij stevig is. Uit het laatste rapport dat Professor Schneider blijkt dat de zwarte economie in België voor 2013 goed is voor 16,4% van het BBP. Dit is 1,1 procentpunt lager dan in 2008 toen België kon afklokken op 17,5%. Dit lijkt op het eerste zicht positief nieuws maar de daling van de zwarte economie in België is geen alleenstaand feit. In de volledige EU is de zwarte economie op 5 jaar tijd met 0,9 procentpunt gedaald. België doet het wel iets beter dan het Europees gemiddelde maar wel slechter dan bijvoorbeeld Frankrijk en Duitsland die hun zwarte economie in die periode met 1,2 procentpunt zag krimpen. Daarnaast blijkt tevens dat België ter plaatse blijft trappelen op de ranglijst van de zwarte economie van de klassieke Europese landen. België blijft met een zwarte economie van 16,4% van het BBP in 2013 op de vijfde plaats staan na Griekenland ( 23,6% ), Italië ( 21,1% ), Portugal ( 19% ) en Spanje ( 18,6% ). Hiermee doet België het merkelijk slechter dan de directe buurlanden Nederland ( 9,1% ), Frankrijk (9,9% ) en Duitsland ( 13%). Het niveau van de buurlanden halen op het vlak van de zwarte economie moet het objectief van de volgende regering zijn. Maar om dit objectief te behalen zullen ingrijpende maatregelen nodig zijn en de vraag zal zijn of de volgende regering hiervoor de politieke moed zal hebben.
 
Mijns inziens moet de volgende regering op het vlak van de fraudebestrijding volgende maatregelen nemen:
 
Pak de oorzaken van de fraude aan en eis in ruil fiscale transparantie 
Staatssecretaris Crombez mag dan op het vlak van de fraudebestrijding zeer verdienstelijk werk hebben geleverd, de maatregelen die hij heeft doorgevoerd zijn hoofdzakelijk symptoombestrijdend en pakken in se de oorzaken van de fraude niet aan. Dat is nefast. Wie tandpijn heeft, kan met een Dafalgan de pijn wel verzachten maar de tand niet ontzenuwen. Het is dan ook cruciaal dat de focus van de volgende regering verschuift naar de oorzaken van de fraude. Indien men de oorzaken  van de fraude niet aanpakt zal de regering immers blijven achter de feiten lopen. En hiermee komen we natuurlijk automatisch terecht bij de hoge belastingdruk en vooral bij de ongelijke verdeling van de belastingdruk. De regering moet beseffen dat door constant fiscale toegiften te doen aan allerlei fiscale drukkingsgroepen zij een lobbyfiscaliteit heeft gecreëerd met een zeer groot fiscaal frustratiegevoel bij diegenen die geen baat hebben bij de verworvenheden van de fiscale lobby’s. Een bedrijfsleider van een KMO die vaststelt dat zijn vennootschap 34% vennootschapsbelasting moet betalen en een farmareus dankzij de aftrek voor octrooi-inkomsten slechts 6% zal niet bijster gelukkig zijn met zijn fiscaal regime. Hetzelfde geldt voor de arbeider van een bloeiende KMO die de volle pot successierechten moet betalen op het geërfd rijhuisje van zijn ouders, daar waar de zoon van zijn werkgever de KMO quasi belastingvrij zal erven. Onze fiscaliteit is doorspekt met dergelijke discriminaties en dat leidt onvermijdelijk tot fiscale foert-reacties met alle gevolgen van dien. De volgende regering moet hiermee komaf maken en de fiscaliteit opnieuw gelijk schakelen.
 
Terzelfdertijd moet de regering ook werk maken van de verlaging van de globale belastingdruk. Dat zal echter enkel maar mogelijk zijn, mits een betere inning van de belastingen. Het kleinste kind weet ondertussen dat een betere inning van de belastingen valt of staat met fiscale transparantie. Indien inkomen en vermogen fiscaal transparant wordt gemaakt, kan er ook efficiënt worden gecontroleerd. Het valt thans op dat de Regering Di Rupo zich heeft gehaast om zich aan te sluiten bij de internationale initiatieven van de OESO, de EU en de G20 om in hoofdzaak buitenlands vermogen transparant te maken. Dat lijkt allemaal positief, maar in feite is het hypocriet. Wanneer het er echter op aankomt om binnenlands vermogen transparant te maken, dan is het plotseling een ander verhaal. Zo moeten we bijvoorbeeld vaststellen dat enkel hun buitenlandse bankrekeningen en spaarverzekeringen aan de fiscus moeten declareren. Wat er op binnenlandse bankrekeningen en spaarverzekeringen gebeurt blijft zo voor de fiscus verborgen zodat de regering eigenlijk fraude met binnenlandse bankrekeningen en binnenlandse spaarverzekeringen tolereert. Fiscaal protectionisme met wat slagroom en een kers heet dat, en ook dat is nefast voor de fraudebestrijding.
 
Zorg voor een gerichte aanpak van de fraude in een samenwerkingsmodel 
Een efficiënte aanpak van de fraude vereist ook een efficiënt wapenarsenaal, daar zal iedereen het over eens zijn. Het probleem dat zich echter stelt is dat de regering Di Rupo een aantal fraudemaatregelen heeft genomen die zo algemeen zijn dat zij zorgen voor zeer veel collateral damage. De nieuwe fiscale anti-misbruikbepalingen zijn daar een mooi voorbeeld van. Deze bepalingen zijn zo ruim dat zij voor de fiscus een soort van passe-partout regel zijn geworden waarmee elke fiscale constructie kan worden aangevochten, ongeacht of het een frauduleuze constructies is of niet. Ook dat is nefast voor het fiscale vertrouwen. Fraude bestrijden doe je immers niet met een sleepnet, maar wel met een gericht sniperschot.
 
Het conflictmodel dat de regering Di Rupo heeft geïnstalleerd moet dan ook worden vervangen door een samenwerkingsmodel. Het wordt hoog tijd dat de fiscus en het fiscale middenveld uit de loopgraven kruipen en samen de handen in elkaar slaan voor een rechtvaardiger fiscaliteit. Dit kan perfect door te voorzien in een paritair model waarbij fiscus en fiscale middenveld samen circulaires maken, rulings afleveren en waarom niet fiscale bezwaren beslechten. Dit zal het draagvlak van het fiscale beleid enkel maar vergroten.
 
Zorg voor een rechtvaardige aanpak van fraudeurs 
Tot slot is het ook absolute noodzaak dat er een gecoördineerd beleid komt op het vlak van de praktische uitvoering van de fraudemaatregelen. Het Rekenhof heeft recent in twee rapporten overduidelijk aangetoond dat het sanctiebeleid van de fiscus grote regionale verschillen vertoont, waardoor de gelijke behandeling van de belastingplichtigen in het gedrang komt. En ook op het niveau van de parketten werd de pure willekeur de afgelopen jaren vrij duidelijk. Daar waar het parket in zaken van miljoenenfraude vaak de zaak heeft afgehandeld met een minnelijke schikking, werden kleine keuterfraudeurs wel nog effectief correctioneel vervolgd. Dit is een rechtstaat onwaardig. Het fiscaal schandaal in de zaak Omega Diamonds waar het parket een minnelijke schikking van 120 miljoen euro heeft aanvaard, zal nog jaren blijven nazinderen in fiscaal België.
 
Dat de toepassing van fiscale sancties en van de minnelijke schikking tot de verantwoordelijkheid van de fiscus en het parket behoort is allicht correct,  maar het is en blijft een feit dat de regering Di Rupo niet heeft ingegrepen om een einde te maken aan deze willekeur. Integendeel, de regering Di Rupo heeft in deze manier van werken een makkelijke manier gezien om de begroting aan te vullen. Dat dit fiscaal quick pick-beleid de deur heeft openzet voor willekeur en klassenjustitie is er blijkbaar echt niet echt ingegaan. Ook dat moet absoluut worden aangepakt. De overheid kan pas met respect de fiscale wetgeving afdwingen als zij de belastingplichtigen ook zelf met respect behandelt.