Wie controleert de fiscale controleur?

16/11/2012 | Michel Maus
Gisteren raakte via de media bekend dat uit verschillende auditrapporten blijkt dat de interne controle bij FOD Financiën mank loopt. De redactie van de VRT heeft na lang aandringen 16 interne rapporten van de FOD Financiën ontvangen, plus een verslag van het Auditcomité van de Federale Overheid, een soort overkoepelend orgaan voor controle op de federale departementen. Uit al deze rapporten blijkt dat er heel wat misloopt op het departement financiën en dat de interne controle inefficiënt is. Zo blijkt uit de rapporten dat er bij de Belgische Koninklijke Munt een lading munten van 2 euro is verdwenen nadat werknemers van de Koninklijke Munt hadden vastgesteld dat collega’s met een gecamoufleerd karretje waarmee normaliter geld verreden wordt waren vertrokken. Een ander voorbeeld betreft een controleur van de dienst Financiën die belastingen zou hebben ontdoken bij de verbouwing van gastenkamers in zijn huis en met de fraude weg kon komen omdat hij de controle van zijn eigen aangifte deed. Een derde rapport tot slot gaat over de gewestelijke directeur van Leuven die btw-fraude bij een nieuwbouw zou hebben verdoezeld door toe te staan dat het gebouw kon worden opgericht aan 6% ipv 21% BTW.
Uit de rapporten blijkt verder dat heel wat problemen nooit worden gemeld en als er toch ambtenaren zijn die een probleem melden, dan worden ze vaak tegengewerkt of gebeurt er niets met het dossier. In de berichtgeving werd gesteld dat de oorzaak van de problemen te wijten is aan het feit dat ambtenaren anomalieën eerst moeten melden aan hun directe oversten en aan de onderbemanning van de interne auditdienst die quasi letterlijk bestaat uit twee man en een paardenkop.
 
De reactie van de politici op deze berichtgeving was uiteraard weer vrij voorspelbaar en was niet meer dan povere crisiscommunicatie, tenzij u natuurlijk werkelijk gelooft dat het hier puur gaat om faits divers uit het verleden en dat alles nu onder controle is. De realiteit is jammer genoeg dat het allicht maar om het topje van de ijsberg gaat. De malaise en de wanpraktijken bij Financiën werden reeds aangekaart in de Panorama-reportage van 7 februari 2010 met de ronkende en veelzeggende titel ‘Het failliet van financiën’ en wie met zijn beiden voeten op het fiscale speelveld staat weet ook maar al te goed hoe vuil het spel af en toe wordt gespeeld. In tegenstelling tot wat de overheid nu wil doen geloven zijn fiscale schandaaltjes geen uitzondering en blijven een paar rotte appels bij financiën zich bezondigen aan bedenkelijke praktijken.
Elke boekhouder en elke accountant kan “off the record” getuigen over wanpraktijken en halve en hele chantagetechnieken bij fiscale controles. Ambtenaren die clandestien boekhouder spelen en dan de boekhouding van hun “eigen cliënteel” controleren, ambtenaren die voorstellen om een gunstig resultaat bij fiscale controles “af te kopen” met etentjes in sterrenrestaurants, sponsoring voor sportclubs, kortingen op aankopen van wagens tot kledij, het gratis laten uitvoeren van aannemingswerken, het leveren van gms’s, i-pads, etc, het passeert allemaal de revue. En wat te zeggen van de fiscale ambtenaar die van zijn aannemer eiste dat hij bij hem alles in het zwart kon betalen, zoniet zou hij hem eens grondig controleren…Deze verhalen zijn echt schering en inslag. Jammer genoeg zijn deze praktijken ook vrij effectief. Uit vrees voor een fiscale mokerslag gaan de meeste belastingplichtigen door de knieën wanneer zij met dergelijke praktijken worden geconfronteerd.
Het probleem dat zich hier stelt is dat zowel ambtenaren als belastingplichtigen die wanpraktijken  willen aankaarten eigenlijk enkel maar terecht kunnen bij justitie. Dit is meestal geen optie omdat  het voor de klager zeer moeilijk is om te bewijzen dat zijn fiscale controleur hem een corrupt voorstel heeft gedaan. Bij de FOD Financiën kunnen zij eigenlijk enkel maar terecht bij de Gewestelijke Directies, die de facto kleine baronieën zijn waar protectionisme vooropstaat en de ernst van heel wat problemen vaak koudweg wordt ontkend. Ambtenaren die wanpraktijken van collega’s aankaarten worden dan ook niet zelden “kaltgestellt” en belastingplichtigen die hetzelfde doen worden vaak dubbel geviseerd door de fiscus. Fiscale klokkenluiders kunnen momenteel hun stem niet echt laten horen met als gevolg dat heel wat zaken in de doofpot blijven steken.

Het gebrek aan klankbord geldt overigens niet enkel voor fiscale wanpraktijken maar ook voor de belastingplichtigen die de willekeurige aanpak van de fiscus willen aanvechten. Ook zij kunnen met hun klachten nergens terecht. Nochtans is ook de fiscale willekeur een pest die zwaar wordt onderschat en die de beleidsvoerders niet kunnen ontkennen. Zo heeft het Rekenhof ondertussen verschillende rapporten gepubliceerd waaruit blijkt dat de belastingplichtigen niet gelijk worden behandeld. Dit is onder meer het geval op het vlak van fiscale controle, de fiscale sanctionering en het strafklachtbeleid van de fiscus. Ook voor deze problemen kunnen de belastingplichtigen nergens  met hun klachten terecht.
Er is dan ook dringend nood aan een objectief toezichtsorgaan, een Comité F, waar zowel fiscale ambtenaren als belastingplichtigen zonder gevaar voor fiscale repressie wanpraktijken en willekeur kunnen kenbaar maken. Dit was trouwens één van de eisen van de Parlementaire Onderzoekscommissie naar de Grote Fiscale Fraudedossiers. Dat dit comité er nog niet is heeft voor een stuk te maken met de Raad van State die zich verzet tegen een extern controle-orgaan voor de FOD Financiën omdat dit zou ingaan tegen de scheiding der machten. Niets belet de overheid echter om een dergelijk comité rechtstreeks binnen de schoot van de FOD Financiën zelf op te richten. Dat dit pure noodzaak is hopelijk nu duidelijk geworden. Maar ja you can only lead a horse to water,…but you can’t make it drink.