Waar blijven de fiscale indignado's?

15/09/2012 | Michel Maus
De afgelopen dagen is de fiscaliteit weer volop actueel. Na de discussie over de Rubik-akkoorden en de fiscale fratsen van onze vriend Arnault, kwam Laurette Onckelinckx van de PS naar voor met het voorstel om een meerwaardebelasting op aandelen in te voeren. Open VLD-er Vincent Van Quickenborne reageerde als door een wesp gestoken en dreigde ermee de regering te verlaten als dit voorstel nog maar op tafel zou komen. Wouter Beke van CD&V pleitte ook op fiscaal vlak voor een “rustige vastheid”, en dit net op net moment dat het Planbureau voorspelt dat België in 2013 4,6 miljard extra middelen zal nodig hebben. Die rustige vastheid is nu echt precies het laatste wat we op fiscaal vlak nodig hebben. Dat is ook Steven Samyn niet ontgaan die in een messcherp opiniestuk in De Morgen de onrechtvaardigheid van het Belgisch fiscaal systeem aan de kaak heeft gesteld.
Het probleem is dat hij overschot van gelijk heeft en dat politici dat niet beseffen. Zij zien blijkbaar niet in dat figuren als Bernard Arnault speciaal om fiscale redenen naar België afzakken en zij realiseren zich blijkbaar niet dat België in het buitenland dezelfde bedenkelijke reputatie geniet als pakweg Zwitserland en Luxemburg? Ja beste lezer, België wordt internationaal nog steeds beschouwd als een soort van fiscale oase waar het goed toeven is. Het is niet voor niets dat Businessweek enkele jaren terug een opmerkelijk artikel over België heeft gepubliceerd onder de veelzeggende titel “If You're Wealthy, This Must Be Belgium” en waar België zelfs wordt aangeprezen als “a Cayman Island without the island”… En Angel Gurria, de Secretaris Generaal van de OESO noemt ons landje in interviews in één adem door met o.a. Monaco, Liechtenstein en Andorra.
 
Dit kan allemaal vreemd lijken, maar het is bittere realiteit. De gemiddelde belastingdruk in ons land bedraagt maar liefst 43,2% van het Bruto Binnenlands Product ( BBP ). Hiermee staan we op de derde plaats van de OESO-landen met de hoogste belastingdruk. Maar hèt echte probleem is dat deze belastingdruk zeer ongelijk is verdeeld. In geen enkel ander OESO-land worden lonen zo zwaar belast als in België. Uit OESO-rapporten blijkt dat lonen in België tot 60% door de overheid worden afgeroomd. Mochten er voor deze discipline olympische spelen bestaan, dan hadden we meer medailles dan Michael Phelps. Wie echter inkomsten uit vermogen haalt, kan dat in België belastingvrij of aan een zeer lage belastingdruk. Hier halen we absoluut niet de olympische limiet.  Kortom voor wie gaat werken is België de fiscale hel, maar voor wie inkomsten uit vermogen haalt is België het Walhalla.
 
Het is deze ongelijke verdeling van de belastingdruk die het verdient om aangeklaagd te worden. Daar zijn talloze voorbeelden van. In de personenbelasting bijvoorbeeld worden de hoge progressieve tarieven eigenlijk enkel toegepast op inkomsten uit arbeid en op ondernemingswinsten. Het tarief gaat van 25% naar 50% voor de inkomsten boven de 35.000 euro. Dit is een fiscale vertaling van het feit dat “de sterkste schouders, de zwaarste lasten” moet dragen. Dit lijkt een nobele en begrijpbare doelstelling en dit zou het ook zijn, mocht men deze lijn doortrekken in de volledige inkomstenbelasting. Maar dit is echter niet het geval. Inkomsten uit vermogen worden niet of zeer laag belast in vergelijking met inkomsten uit arbeid en is precies dè reden waarom ons land zo populair is als fiscale residentie voor onze noorder- en zuiderburen. Indien je het geluk hebt om van uw interesten of van uw dividenden van uw aandelen te kunnen leven, dan bedraagt uw belastingdruk in België maximaal 25%, en dit ongeacht de omvang van het inkomen. Een grootaandeelhouder van een multinational die een paar miljoen euro dividend per jaar ontvangt, ziet zijn inkomsten aan hetzelfde tarief belast worden als de kleine spaarder die een paar aandelen in zijn bescheiden portefeuille heeft zitten. En indien aandelen worden verkocht met een serieuze meerwaarde, dan is er in beginsel in België geen belasting verschuldigd.
 
De ongelijke verdeling van belastingdruk manifesteert zich overigens niet enkel in de inkomstenbelastingen. Neem nu bijvoorbeeld de registratierechten. In december 2011 heeft de Vlaamse regering de verdeling van familiebedrijven van registratierechten vrijgesteld. Een bedrijfsleider die zijn aandelenpakket, die miljoenen euro’s waard is, tijdens zijn leven aan zijn zoon schenkt kan dit in Vlaanderen volledig belastingvrij doen. Diezelfde regering heeft dan wel nauwelijks twee maanden later om budgettaire redenen een “miserietaks” ingevoerd die de verdeling van een woning bij echtscheiding aan 2,5% belasting onderwerpt. De verdeling van een familiebedrijf is dus belastingvrij en de verdeling van een woning bij echtscheiding wordt dus belast. Proficiat, goed bestuur zou ik zo zeggen.
 
Het valt op dat eigenlijk niemand zich daar fundamentele vragen bij stelt en dat is verontrustend. De Belgische fiscaliteit is een lobbyfiscaliteit geworden waar de sterkste lobby’s de grootste kortingen krijgen en wij zijn als bevolking zo fiscaal amorf geworden dat we dit allemaal maar laten passeren.  In ieder geval lijkt de tijd rijp te zijn voor een grondige hervorming van de fiscaliteit. En ja, beste politici een verschuiving van belastingdruk op arbeid naar een belastingdruk op inkomsten uit vermogen is echt wel noodzakelijk. Het hervormen van het kadastraal inkomen en een stukje meerwaardebelasting op aandelen  kan allicht geen kwaad. En ook het aanpakken van de fiscale regularisatie lijkt primordiaal om aan 4,6 miljard te geraken. Vijf minuten politieke moed, beste politici. That’s all it takes om uit het moeras van de rustige fiscale vastheid te geraken.