Verdwijnt het bankgeheim en is er daardoor minder fraude?

15/07/2014 | Michel Maus
Het zijn zware tijden voor onze traditionele zwartspaarders. In nauwelijks een paar jaar tijd is de fiscale wereld van solide bankgeheimsystemen verwaterd tot een Zwitserse kaas met gaten. In plaats van fiscale privacy is het modewoord nu fiscale transparantie geworden.
De bal is eigenlijk aan het rollen gegaan op de G20 top van Londen op 3 april 2009. Op deze G20 werd onder impuls van de OESO een zwarte en een grijze lijst van belastingparadijzen bekendgemaakt. Het criterium om vermeld te worden op deze lijst was vrij simpel, m.n. de bereidheid om al dan niet bankgegevens te wisselen met andere landen met het oog op belastingheffing. Op de zwarte lijst stonden de landen die zelfs niet bereid waren om over dit onderwerp in dialoog te gaan met de OESO. Op de grijze lijst stonden de landen ( waaronder België ) die wel in dialoog waren met de OESO, maar geen aanstalten maken om effectief met de gegevensuitwisseling van start te gaan. De publicatie van deze twee lijstjes is echt het startschot geweest van wat stilaan begint te lijken op een fiscale revolutie. Het is dan ook niet voor niets dat zelfs iemand als de Franse President Nicolas Sarkozy in de nasleep van deze G20 in de pers verklaarde: “Le temps du secret bancair est révolu”. Het stigmatiserende karakter heeft duidelijk zijn effect niet gemist. Met de publicatie van deze twee lijstjes werd de internationale wereld als het ware uit een winterslaap geschud, met als gevolg dat er sindsdien tal van initiatieven zijn ontwikkeld op zowel nationaal als op internationaal vlak.
 
De achterliggende reden waarom deze tendens thans zo is beginnen aanslaan, houdt verband met 9/11 en de daaropvolgende strijd tegen het terrorisme. In de zoektocht naar de financiering van terroristische groeperingen zag de USA zich belemmerd door de klassieke bankgeheim-regimes die het moeilijk, zoniet onmogelijk maakten om de geldstromen van deze groeperingen bloot te leggen. Vandaar dat er heel wat druk vanuit deze hoek is gekomen om afbreuk te doen aan het klassieke fiscale bankgeheim. Daarnaast was er natuurlijk ook de financieel-economische crisis die heel wat landen heeft doen beseffen dat zij fiscale middelen missen omdat vermogen zonder al te veel problemen in bankgeheim-landen kon worden ondergebracht. De combinatie van deze twee oorzaken heeft gezorgd voor het momentum in de doorbraak van de fiscale privacy.
 
Op internationaal vlak zijn het vooral de OESO en de EU die op dit vlak de kar zijn beginnen trekken. Vooreerst is er de OESO die met zijn lijstjes van belastingparadijzen de internationale wereld de facto heeft verplicht om akkoorden te sluiten om bankgegevens te wisselen. Om van de lijstjes geschrapt te raken moest een land met minstens 12 andere landen dergelijke akkoorden afsluiten. We zijn nu nauwelijks 5 jaar na de G20-top van Londen en we moeten vaststellen dat België ondertussen met maar liefst 42 landen uitwisselingsakkoorden over bankgegevens heeft afgesloten. Dit is een wereldwijd fenomeen met als gevolg dat er ondertussen geen enkel land meer op de zwarte en grijze lijst van de OESO is terug te vinden.
 
Daarnaast is de internationale gemeenschap, met de USA op kop, ook zware druk beginnen zetten op de twee klassiekers in het verhaal, met name Zwitserland en Luxemburg. Wat niemand had kunnen vermoeden is dat deze twee landen ook stilaan overstag zijn gegaan en zeer ingrijpende toegevingen hebben gedaan op het vlak van de fiscale privacy. Zo bijvoorbeeld hebben beide landen de FATCA-wetgeving moeten slikken. FATCA is Amerikaanse wetgeving die banken wereldwijd verplicht om jaarlijks alle bankgegevens van Amerikaanse belastingbetalers aan de Amerikaanse fiscus over te maken. Steeds meer landen verplichten om diplomatieke redenen hun eigen banken om aan deze Amerikaanse wetgeving te voldoen. Ook de Belgische overheid heeft een deal gesloten met de USA en de FATCA-wetgeving verplicht gemaakt voor de Belgische banken.
 
Ook op Europees vlak zijn er ondertussen tal van initiatieven ontwikkeld. Vooreerst is er de uitbreiding van de zogenaamde Spaarrichtlijn. Deze Richtlijn verplicht de Europese Lidstaten om periodiek en automatisch de gegevens uit te wisselen van rentebetalingen op (spaar)rekeningen die eigendom zijn van de inwoners van een andere Lidstaat. Ook Luxemburg heeft aangekondigd om vanaf 2015 deel te nemen aan deze gegevensuitwisseling. Ondertussen heeft de Europese Commissie een ontwerp goedgekeurd tot uitbreiding van het toepassingsveld van deze Richtlijn. Met name wil de Europese Commissie dat ook de tak 21 en 23 levensverzekeringen onder deze gegevensuitwisseling zouden vallen, alsook alle trust-, stichting en aanverwante structuren. Vanaf 2017 zullen ook deze gegevens vrij circuleren binnen de Europese Unie.
 
Daarnaast heeft de Europese Unie ook de Fiscale Bijstandsrichtlijn goedgekeurd. Deze Richtlijn die in de zomer werd opgenomen in de Belgische fiscale wetgeving voorziet eveneens in een systeem van internationale gegevensuitwisseling tussen de EU-Lidstaten van onder meer arbeidsinkomsten, eigendom van onroerend goed, pensioenen, dividenden en royalties. Dit systeem zou tussen 2015 en 2017 operationeel moeten worden.
 
En tot slot ligt er ook een voorstel op de Europese tafel tot het invoeren van een eigen FATCA-wetgeving. De grote EU-landen Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk hebben dit voorstel gelanceerd, en ook België heeft bij monde van Staatssecretaris Crombez te kennen gegeven dit voorstel te steunen.
 
Wat België zelf betreft, heeft de regering ondertussen ook tal van maatregelen genomen waarbij de fiscale privacy steeds verder wordt uitgehold. Zo bijvoorbeeld werd het bankgeheim in de Inkomstenbelastingen quasi volledig afgeschaft en werd er een wettelijk kader gecreëerd voor een fiscale superdatabank. Ook werd er meer en meer wetgeving gecreëerd waarbij men verplicht wordt om hetzij anderen fiscaal aan te geven, dan wel zelf aan de fiscus allerlei vermogensgegevens te bezorgen. We kunnen hierbij denken aan de verstrenging van de meldingplicht voor witwassen voor alle vormen van ernstige fiscale fraude. Daarnaast is ook algemeen gekend dat sinds dit jaar elke belastingplichtige in de personenbelasting aangifte moet doen van het hebben van een buitenlandse levensverzekering. Sinds 2014 is deze aangifteplicht ook uitgebreid tot de economische begunstigden van buitenlandse vermogensstructuren zoals trusts en stichtingen.
 
Het is dan ook duidelijk dat het fiscaal blootleggen van roerend vermogen zowel op nationaal als op internationaal vlak stilaan realiteit wordt. En dat is uitermate slechts nieuws voor de zwart- en grijsspaarder die steeds meer en meer in de kijken van fiscus en justitie zullen lopen. Voor de fraudebestrijding ongetwijfeld een goede zaak. Maar anderzijds moeten we door de toenemende zichtbaarheid van vermogen ook rekening houden met de stijgende de kans op de belastbaarheid van vermogen en vermogensinkomsten. En ook dat is een bittere realiteit waar we rekening mee zullen moeten houden.