U betaalt te veel belasting

10/10/2013 | Michel Maus
Afgelopen week verscheen in verschillende media het bericht dat de consumentenorganisatieTest-Aankoop een oproep doet voor het opstarten van een groepsvordering tegen te veel betaalde belastingen. Volgens Test-Aankoop is er een probleem met de indexering van onze belastingschalen waardoor we met zijn allen elk jaar net iets te veel personenbelasting betalen. Het zou hierbij gaan om een jaarlijks verschil tussen 3 en 25 Euro, afhankelijk van de samenstelling van het gezin en de omvang van het persoonlijk inkomen. Op zich zijn dat natuurlijk geen grote sommen, maar op een totaal aantal van 6.917.575 belastingplichtigen in de personenbelasting kan het globale bedrag wel aardig oplopen. Bovendien gaat het natuurlijk ook om het principe, waarbij we ons de vraag moeten stellen of het in een rechtstaat wel aanvaardbaar is dat de fiscus meer belastingen int dan wettelijk verschuldigd.
De discussie gaat zoals gezegd over de wijze waarop de fiscale indexering jaarlijks wordt doorgevoerd. Door een Wet van 7 december 1988 worden de belastingschalen en quasi alle bedragen in het Wetboek Inkomstenbelasting, jaarlijks aan het indexcijfer van de consumptieprijzen aangepast. De indexeringsformule die daarvoor wordt gebruikt, houdt in dat alle in Euro’s uitgedrukte bedragen worden vermenigvuldigd met een coëfficiënt die wordt bekomen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar dat het jaar van de inkomsten voorafgaat te delen door het gemiddelde van de indexcijfers van het jaar 1988. Op zich lijkt dat een ingewikkelde maar toch een duidelijke formule te zijn maat het probleem zit in de basisindex die voor 1988 wordt gebruikt.
 
Volgens de FOD Financiën bedraagt deze basisindex 70,90 daar waar deze index volgens de statistieken van de FOD Economie 70,83 bedraagt. Doordat de fiscus zich aldus baseert op een te hoge aanvangsindex voor 1988 is het verschil tussen de nieuwe index en de aanvangsindex iets kleiner dan het zou moeten zijn. Daardoor is dus ook de uiteindelijke indexering ook iets kleiner in vergelijking met de berekening op basis van de cijfers van de FOD Economie. De huidige berekening van de indexering is dan ook in het voordeel van de fiscus aangezien de belastingschalen door deze berekening iets minder snel stijgen en de belastingplichtigen dus net dat ietsje meer belasting betalen.
 
Deze discussie over de wijze van de fiscale indexering is zeker niet nieuw, maar tot op heden weigert de fiscus in te binden. In tegendeel, telkenmale de discussie opnieuw opduikt is de fiscus er als de kippen bij om via de pers te proberen elk collectief protest de kop in te drukken. Zo bijvoorbeeld publiceerde de fiscus nog vorig jaar het volgende persbericht: "De indexering werd altijd op een correcte manier toegepast. Er moeten dus geen rechtzettingen gebeuren. Het indienen van bezwaarschriften waartoe sommigen oproepen is volkomen zinloos.” Dergelijke acties van de fiscus zijn natuurlijk onaanvaardbaar, te meer de rechtspraak ondertussen duidelijk de kaart van de belastingplichtigen is gaan trekken.
 
Nadat het Hof van Beroep van Antwerpen reeds bij arrest van 8 maart 2005 de fiscus heeft veroordeeld voor het foutief berekenen van de fiscale indexering en het teveel aanrekenen van 11,54 euro aan belasting, heeft nu ook de Rechtbank van Eerste Aanleg van Bergen in een vonnis van 12 september 2013 in een gelijkaardige zaak de belastingplichtige in het gelijk gesteld voor 2,73 euro aan te veel betaalde belasting. De redenering van deze rechtspraak is dat de wettelijke fiscale indexeringsregels verwijzen naar het begrip 'indexcijfer van de consumptieprijzen', zonder dit begrip apart te gaan definiëren. Dit impliceert dan weer volgens deze rechtspraak dat  de belastingplichtigen terecht kunnen terugvallen op de cijfers van de FOD Economie, die ter zake bevoegd is om de indexcijfers vast te leggen. Deze rechtspraak kan enkel maar worden bijgetreden, ook al omdat fiscale wetgeving bij discussieproblemen nu eenmaal altijd in het voordeel van de belastingplichtige moet worden uitgelegd.
 
De fiscus zou er dan ook goed aan doen om zelf de foutieve indexering recht te zetten en de teveel betaalde belasting aan de belastingplichtigen terug betalen. Indien dit niet gebeurt, dan riskeert de fiscus daadwerkelijk te worden meegesleurd in groepsvorderingen waarbij de teveel betaalde belasting wordt teruggevorderd. Bovendien  moet de fiscus ook beseffen dat het probleem ook nog verder juridisch kan uitdeinen. Indien de fiscus niet inbindt, dan riskeren de fiscale ambtenaren zelfs een echte strafklacht wegens “knevelarij”. Het strafwetboek bestraft immers elke  persoon die een openbaar ambt uitoefent en die bevel geeft belastingen te innen “wetende dat zij niet verschuldigd zijn of het verschuldigde te boven gaan”. Op dat misdrijf staat een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar en een geldboete van 100 euro tot 50 000 euro. De fiscus is bij deze gewaarschuwd.