The budget, it’s all about the budget.

20/11/2012 | Michel Maus
Gisteren werd met veel tromgeroffel de komst van de nieuwe begroting aangekondigd. “Met deze begroting is de regering erin geslaagd om onder de drempel van een verlies van 3% van het bruto binnenlands product (bbp) te blijven en versterken we onze positie in het Europese koppeloton" klond het euforisch slaapdronken bij premier Di Rupo.
De begroting bevat nochtans vooral op fiscaal vlak weinig stof om euforisch over te doen. In de voorbije weken is werkelijk alles op tafel gekomen op het vlak van fiscaliteit, maar uiteindelijk werd er beslist om op fiscaal vlak voornamelijk te focussen op de fiscaliteit van roerende inkomsten en op accijnzen. Het is duidelijk dat dit het resultaat is van een rondje handjeklap waarbij de loonmatiging als pasmunt werd gebruikt voor het belasten van inkomsten uit vermogen en consumptie. Worsten en begrotingen, het zijn twee zaken waarvan we niet willen weten hoe ze tot stand zijn gekomen.
 
De politieke keuzes die men thans op fiscaal vlak heeft gemaakt zijn nogal bedenkelijk te noemen als men rekening houdt met de aanbevelingen die de Europese Commissie in oktober heeft gelanceerd met het oog op de opmaak van de begroting in de verschillende lidstaten. Voor wat België betreft was de boodschap vrij duidelijk, verlaag de (para)fiscale lasten en arbeid en compenseer die met BTW-verhogingen, het belasten van recurrente inkomsten van onroerende goederen en met milieuheffingen. Volgens de Europese Commissie zijn dit de maatregelen die het minst belasten zijn voor de economie. Van dat alles is niets in huis gekomen in de huidige begroting en de vraag zal zijn of Europa hiermee zal kunnen leven.
 
De zo noodzakelijke fiscale lastenverlaging op arbeid is er niet gekomen, waardoor we de komende jaren nog altijd gouden koploper zullen zijn op het vlak van de belastingdruk op beroepsinkomsten. Geen fijne vooruitzichten als u het mij vraagt. Er is nu wel een loonmatiging, maar dit als “lastenverlaging” verkopen is puur boerenbedrog. Akkoord de werkgevers zullen in de toekomst van deze maatregel profiteren en minder snel loonstijgingen moeten toestaan, wat voor hen een kostenbelasting betekent. Voor de werkende middenklasse is deze “lastenverlaging” echter een pure loonsverlaging die op termijn de koopkracht zal aantasten aangezien de belastingdruk voor hen intact is gebleven. Dat was in ieder geval niet de bedoeling van de Europese Commissie.
 
Ook de extra belasting in de sfeer van de vermogens, m.n. de verhoging van de roerende voorheffing tot 25%, is op dat vlak bedenkelijk. Dit zou nog aanvaardbaar zijn mocht dit een compensatiemaatreel zijn voor het verlagen van de fiscale lasten op arbeid, maar dat is het niet.  De belastingdruk op arbeid blijft zoals reeds gezegd intact, zodat deze maatregel een pure belastingverhoging is. Uit het rapport van de Europese Commissie was nochtans reeds gebleken dat dit geen goede zaak is voor België, gelet op de reeds doorgevoerde stijging van de roerende voorheffing van 15 naar 21%. Bovendien is dit opnieuw geen “rijkentaks” maar een “middenklassetaks”. Voor inkomsten uit aandelen slaat de verhoging van de roerende voorheffing immers enkel op dividenden die voorheen aan een verminderde voorheffing werden onderworpen, de zogenaamde aandelen met VV-strips. Dividenden van aandelen zonder VV-strips blijven echter zoals voorheen verder aan een vast tarief van 25% belast. Dat is goed nieuws voor de familiale aandeelhouders van bedrijven zoals AB Inbev, Colruyt, Delhaize en Solvay, maar niet voor de particuliere aandeelhouder uit de middenklasse die het fiscaal gelag mag betalen.
 
Het lijkt er dan ook op dat de huidige regering in zijn zoektocht naar een compromis over de fiscale inkomsten opnieuw terecht is gekomen bij de weg van de minste weerstand, zijnde de middenklasse die jammer genoeg blijkbaar niet wordt gesteund door de grote lobbygroepen in ons land. U bent allen bedankt.