The best measure of a man's honesty isn't his income tax return.

02/02/2015 | Michel Maus
Het nieuwe jaar is fiscaal weer goed begonnen. De eindejaarsfeesten zijn nauwelijks verteerd en politiek België krijgt alweer een zwaar voorstel in de maag gesplitst. De PS wil namelijk een vermogensbelasting invoeren voor iedereen met een persoonlijk vermogen van meer dan 1,25 miljoen euro. Die vermogensbelasting moet jaarlijks 600 tot 700 miljoen euro opleveren voor de begroting. In het voorstel van de PS is het de bedoeling om het persoonlijk vermogen van meer dan 1,25 miljoen euro progressief te gaan belasten met een tarief dat oploopt van 0,4% tot 1,5% voor vermogen van meer dan 5 miljoen euro. Er is wel voorzien in een “sociale vrijstelling ” want de eigen woning en alle beroepsinvesteringen tellen niet mee en ook het vermogen dat vastzit in vennootschappen wordt buiten beschouwing gelaten. Consternatie alom en meteen de aanzet voor een boeiend jaar van fiscale politiek.
Op het eerste zicht kan de vermogensbelasting misschien misschien een interessante politieke piste lijken, maar wie eens blijft stilstaan bij de praktische gevolgen van een dergelijke belasting zal al snel tot de conclusie komen dat men het kind beter met badwater en al zo ver mogelijk weggooit.

Vooreerst is het duidelijk dat een vermogensbelasting pas effectief kan werken indien de overheid zicht heeft op het volledige roerende en onroerende vermogen van de belastingplichtigen. Op heden is dit absoluut nog niet het geval bij gebrek aan een vermogenskadaster. De PS wil dit oplossen met een “aangifte op eer” waarbij de Belgische belastingplichtigen zelf moeten aangeven wat zij aan vermogen bezitten en daar ook nog eens een waarde op moeten kleven. Een belasting heffen op basis van een aangifte op eer? Tja dat doet mij onmiddellijk denken aan de fameuze quote van de Britse schrijven Arthur C. Clarke: “The best measure of a man's honesty isn't his income tax return.”

Dat een dergelijk systeem niet kan werken is toch voor iedereen duidelijk. Een echte pure vermogensbelasting moet immers het volledige vermogen omvatten. Dat wil zeggen dat de overheid zich niet kan beperken tot het onroerend vermogen, de spaargelden en de roerende effecten. Indien men dat toch zou doen dan gaat men discrimineren. Vandaar dat men eigenlijk niet anders kan dan ook kunst, juwelen, maar pakweg ook postzegelverzamelingen, old timers, koningspoedels, etc. en alles wat maar enige vorm van waarde heeft in de aangifte op te nemen. En wie gaat dat dan gaan controleren? Zullen de belastingambtenaren dan bij elk van ons thuis tot in de onderste schuif gaan nagaan of er toch geen gouden ketting is terug te vinden die ontbreekt in de aangifte?

En ook de waardering van de vermogensbestanddelen wordt stof voor hilarische fiscale discussies. De belastingplichtigen moeten zelf, en op eer, gaan bepalen wat hun vermogen waard is. Dat is zeker te doen voor onroerende goederen en beursgenoteerde effecten, maar wat gaan we doen met de shetlandpony’s, antieke boekenkasten, schilderijen, een wijncollectie etc.? En ook hier de vraag hoe gaat de fiscus dit controleren? Ook hier lijkt een dergelijke vorm van belasting onmiddellijk te verzanden in een ware geschillenoorlog met de belastingplichtigen.

Kortom de praktische bezwaren van een vermogenswinstbelasting zijn eigenlijk niet te overzien. De enige bevolkingsgroep die echt baat zou hebben bij een dergelijke vorm van belasting zijn de fiscale advocaten, hetgeen niet echt de bedoeling kan zijn.
Met het huidige PS-voorstel wordt echter wel meteen duidelijk dat het stof rond de fameuze tax shift helemaal nog niet is gaan liggen, maar wel integendeel hoe langer hoe meer lijkt uit te groeien tot een fiscale zandstorm waar de huidige regering – indien ze niet oplet - volop in kan verzanden. Het is duidelijk dat er een politieke eensgezindheid bestaat dat er een verlaging van de belastingdruk op arbeid moet gerealiseerd worden en dat een tax shift noodzakelijk is, alleen de manier waarop dit moet gebeuren is minder evident. En precies dat cruciale punt lijkt politiek zeer gevaarlijk te worden. Dat de oppositie eigen voorstellen lanceert is te verwachten, maar ook binnen de meerderheid wil elke partij hier de fiscale pluim op zijn hoed kunnen steken. En dat kan de huidige regering wel eens zuur opbreken.

Indien de regering zichzelf niet politiek wil opblazen, dan doet zij er goed aan om de tax shift discussie te depolitiseren. Dit kan perfect door een academische werkgroep te installeren die los van de politiek een fiscale hervorming uittekent waar ons land de komende 20 à 30 jaar mee verder kan. Dit heeft men ook met succes in Nederland en Groot Britannië gedaan. En laat ons niet vergeten dat ook in eigen land de pensioenhervorming op die manier vorm werd gegeven. Ons land moet fiscaal niet naar links of naar rechts, maar wel recht vooruit. En liefst zo rap mogelijk.