Tax (ge)shift

27/05/2015 | Michel Maus
Een van de grootste kanshebbers voor het woord van het jaar is ongetwijfeld het woord tax shift. Let’s face it, er gaat geen dag voorbij of ergens in poltiek België ontstaat wel weer een of ander discussietje over de Belgische fiscaliteit. Iedereen binnen het politiek firmament, van groen tot donkerblauw en alles daartussen, is er ondertussen van overtuigd geraakt dat onze fiscaliteit grondig moet worden hervormd en dat de belastingdruk op een andere manier moet worden verdeeld. De manier waarop, dat is iets anders, maar dat een grondige fiscale hervorming noodzakelijk is, dat is ondertussen een politiek fait accompli. En het is inderdaad een feit dat door een paar decennia van lobbyfiscaliteit ons fiscaal stelsel is verworden tot een gedrocht waarbij fiscale priviliges lijnrecht staan tegenover een torenhoge belastingdruk.
Het fiscale neusje van de zalm op dat vlak is ongetwijfeld de torenhoge belastingdruk op arbeid. Ons land staat sinds jaar en dag op nummer 1 in de internationale hitparade van landen met de hoogte belastingdruk op arbeid. In zijn jaarlijks rapport stelde Oeso dat een alleenstaande Belgische werknemer met een gemiddeld loon in 2013 maar liefst 55,8% van zijn inkomen aan de overheid heeft afgestaan. Hiermee zitten we ver boven het Oeso-gemiddelde van 35,9% en tevens ruim boven het niveau van onze buurlanden. Zo bedraagt het overheidsbeslag op arbeid in Nederland 36,9%, in Frankrijk 48,9% en in Duitsland 49,3%. Dat het zo niet verder kan is voor iedereen zonneklaar.En akkoord een substantiële verlaging van de arbeidsfiscaliteit kan niet zonder fiscale compensaties op andere niveau’s, maar ook daar liggen de oplossingen eigenlijk voor de hand. In zijn jaarlijks rapport stelt Eurostat dat België de compensaties moet gaan zoeken in het belasten van inkomsten uit vermogen, in consumptiebelasting en in ecofiscaliteit.
 
Van dit alles is echter weinig te merken in het huidige regeerakkoord. Hier had de regering beter een voorbeeld genomen aan de tax shift die Ronald Reagan - toch geen linkse politicus - in 1986 heeft doorgevoerd en waarbij een meerwaardebelasting op aandelen van 28% werd ingevoerd om de belastingdruk op arbeid van 50% naar eveneens 28% te kunnen verlagen. Dat zijn pas maatregelen die kunnen tellen en niet de invoering van een vrij ondoorzichtige “doorkijktaks” als alternatieve vermogensbelasting. Ook de beperkte schrapping van een aantal gunsttarieven in de BTW is niet van budgettaire aard om een fiscale aardverschuiving mogelijk te maken. En ook de enige fiscaal ecologische maatregel in het regeerakkoord, met name het cliquet-systeem voor accijnzen op diesel is niet meer dan wat gerommel in de marge.
 
Maar het is niet alleen in de personenbelasting dat er moet hervormd worden. Ook voor onze Belgische vennootschappen moet de fiscaliteit veel rechtvaardiger worden. Uit een studie van het weekblad Trends van  blijkt dat de 150.000 vennootschappen die het boekjaar in 2011 positief hebben afgesloten samen slechts 8.028 miljard euro aan vennootschapsbelasting hebben betaald op een brutowinst van 66.280 miljard euro. Dit komt neer op een effectief gemiddeld tarief van 12,11% daar waar de normale aanslagvoet in de vennootschapsbelasting 33,99% bedraagt. Uit de studie blijkt dat het vooral de grotere bedrijven zijn die van het systeem kunnen profiteren. Daar waar KMO’s een gemiddelde belastingdruk hebben van 21% vennootschapsbelasting betalen, is dit voor grotere ondernemingen nog 11,1% en voor multinationals nog geen 5%. Hieruit kan enkel maar worden geconcludeerd dat de fiscale gunstregimes in de vennootschapsbelasting grotendeels ten goede komen van de grote ondernemingen en in het nadeel werken van de KMO’s. En ook dat is niet verwonderlijk. Wat hebben de lokale kruidenier en schrijnwerker met hun BVBA aan de notionele interestaftrek en de aftrek voor octrooiinkomsten? Helemaal niets inderdaad. Nochtans vormen de KMO’s een belangrijk onderdeel van onze economie. Het is dan ook bijna krankzinnig dat de politiek de afgelopen jaren niet meer inspanningen heeft gedaan om de KMO’s fiscaal te ondersteunen om hen toe te laten te groeien.
 
Het fiscaal beleid van de afgelopen decennia heeft duidelijk sporen nagelaten. Zonder het goed en wel te beseffen werd in België in feite een fiscaal apartheidsregime ingevoerd. Op het vlak van de personenbelasting is de werkende medemens in ons zwaar fiscaal gesjareld, daar waar vermogenden in ons land nog steeds gouden fiscale zaken kunnen doen. Er is immers een reden waarom onze vermogende Noorder- en Zuiderburen naar ons land komen afzakken.  En ook op het vlak van de vennootschapsbelasting laat het fiscaal beleid zich gevoelen. De politieke keuze om fiscaal uit te pakken met amorfe gunstregimes die hoodzakelijk ten goede komen van de grote ondernemingen, hebben ervoor gezorgd dat er quasi geen budgettaire ruimte meer is om de KMO’s fiscaal te ondersteunen, hetgeen op lange termijn nefast zal zijn voor onze economie.
 
Het wordt hoog tijd dat de politiek beseft dat het anders moet. Het volk mort ondertussen en dat is altijd gevaarlijk.