Shifting tax gear

09/10/2014 | Michel Maus
Het is zover. 136 dagen na de verkiezingen zijn de formatiepartijen erin geslaagd om een regeerakkoord tot stand te brengen. Euforie alom onder de politici die na 30 uur onderhandelen de blijde boodschap konden brengen. Maar de vraag is nu natuurlijk of we wel met zijn allen even dolgelukkig moeten zijn over dit politiek compromis. Akkoord het compromis bevat zeer zeker waardevolle elementen. De grootschalige besparing op het overheidsapparaat en de afschaffing van een aantal pestbelastingen zijn zeker zaken die gezien mogen zijn. Maar grote fiscale ommezwaai, de zogenaamde tax shift, waar elke fiscalist heimelijk op had gehoopt is er echter niet gekomen. Dat is bijzonder jammer omdat het momentum er echt wel was om radicale fiscale stappen te zetten.
Maar wat echter bijzonder tegenvalt is, is de hervorming van de vennootschapsbelasting en  personenbelasting. De verhoopte daling van het tarief in de vennootschapsbelasting is er dan toch niet gekomen, al worden de patronale bijdragen wel verlaagd. In de personenbelasting hebben de regeringspartijen dan weer voorzien in een inspanning van 1 miljard euro die hoofdzakelijk zal worden gerealiseerd via een verhoging van de forfaitaire aftrek van de beroepskosten. Dit zou per werknemer gemiddeld 250 euro extra netto inkomen moeten opleveren. Om dit te compenseren gaat men werk maken van een ‘doorkijkbelasting’, een BTW-verhoging op bepaalde diensten en een fiscaal cliquet-systeem voor accijnzen op diesel. Dat lijkt misschien spectaculair, maar  meer dan een et alors verdient deze hervorming niet.
 
Om te beginnen moet worden vastgesteld dat een verhoging van de forfaitaire aftrek van beroepskosten enkel een fiscaal cadeau is voor de werknemers die hun werkelijke beroepskosten niet bewijzen. Zelfstandigen die nota bene geen gebruik kunnen maken van de forfaitaire aftrek van beroepskosten krijgen hier dus niks. De pure zelfstandige daarentegen blijft in de fiscale kou staan en krijgt niks in return. Benieuwd wat de Unizo’s en de Voka’s van deze wereld daarvan zullen denken.
 
Maar waar we met zijn allen echt zwaar teleurgesteld in mogen zijn is het uitblijven van een echte tax shift, dat wil zeggen een verschuiving van de belastingdruk op arbeid naar andere belastbare materies. Dit had de topprioriteit van de regering moeten zijn. Ons land staat sinds jaar en dag op nummer 1 in de internationale hitparade van landen met de hoogte belastingdruk op arbeid. In zijn jaarlijks rapport stelde Oeso dat een alleenstaande Belgische werknemer met een gemiddeld loon in 2013 maar liefst 55,8% van zijn inkomen aan de overheid heeft afgestaan. Hiermee zitten we ver boven het Oeso-gemiddelde van 35,9% en tevens ruim boven het niveau van onze buurlanden. Zo bedraagt het overheidsbeslag op arbeid in Nederland 36,9%, in Frankrijk 48,9% en in Duitsland 49,3%. Met een fiscale lastenverlaging van 1 miljard euro in de personenbelasting zal er aan deze situatie niet veel veranderen en dat getuigt van weinig ambitie of erger nog van pure politieke onwil.
 
En akkoord een substantiële verlaging van de arbeidsfiscaliteit kan niet zonder fiscale compensaties op andere niveau’s, maar ook daar liggen de oplossingen eigenlijk voor de hand. In zijn jaarlijks rapport stelt Eurostat dat België de compensaties moet gaan zoeken in het belasten van inkomsten uit vermogen, in consumptiebelasting en in ecofiscaliteit. Van dit alles is echter weinig te merken in het regeerakkoord. Hier had de regering beter een voorbeeld genomen aan de tax shift die Ronald Reagan - toch geen linkse politicus - in 1986 heeft doorgevoerd en waarbij een meerwaardebelasting op aandelen van 28% werd ingevoerd om de belastingdruk op arbeid van 50% naar eveneens 28% te kunnen verlagen. Dat zijn pas maatregelen die kunnen tellen en niet de invoering van een vrij ondoorzichtige “doorkijktaks” als alternatieve vermogensbelasting. Ook de beperkte schrapping van een aantal gunsttarieven in de BTW is niet van budgettaire aard om een fiscale aardverschuiving mogelijk te maken. En ook de enige fiscaal ecologische maatregel in het regeerakkoord, met name het cliquet-systeem voor accijnzen op diesel is niet meer dan wat gerommel in de marge.
 
De nieuwe regering heeft hier dan ook belangrijke kansen laten liggen om de belastingdruk op arbeid echt te verlagen en om te komen tot een meer evenwichtige verdeling van de belastingdruk. Volgens Reagan moest belastingdruk “revenue neutral” zijn. Deze “inkomen is inkomen”-filosofie waar inkomen van welke vorm ook gelijk wordt belast zal in België echter ook nog niet voor morgen zijn. De slotsom is dan ook dat wie gaat werken ook onder de regering Michel verder de fiscale pineut zal blijven. En daar hoort een luidkeelse godverdomme of merde alors bij.